Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Th1 Herhaling thema 2

Total questions: 30

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

2.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

3.

Cellen zijn plat

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

6.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

7.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

9.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

10.

In cellen regelt de .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

vacuole

b)

cytoplasma

c)

celkern

d)

celmembraan

11.

Een plantaardige cel is onder andere verschillende van een dierlijke cel door de aanwezigheid van ..

a)

celplasma

b)

bladgroenkorrels

c)

celkern

d)

celmembraan

12.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
13.

Deze organen horen bij...

a)

het bloedvatenstelsel

b)

het spierstelsel

c)

het ademhalingsstelsel

d)

het verteringsstelsel

14.

Klik op de organen die horen bij het verteringsstelsel. (2 juiste antwoorden)

a)
b)
c)
d)
15.

Welk nummer geeft de celwand aan?

a)

nummer 2

b)

nummer 3

c)

nummer 4

d)

nummer 5

16.

Welk orgaan wordt met nummer 10 aangegeven?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Maag

d)

Nieren

e)

Slokdarm

17.

Welk orgaan wordt met nummer 2 aangegeven?

a)

Lever

b)

Longen

c)

Maag

d)

Nieren

e)

Slokdarm

18.

Bij welk nummer zien we de dunne darm?

a)

Bij nummer 5

b)

Bij nummer 6

c)

Bij nummer 7

19.

Welk nummer is het hart?

a)

4

b)

1

c)

9

d)

3

20.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

21.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

22.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

23.

door het volgende onderdeel kunnen de planten extra goed water opnemen:

a)

de wortels

b)

de stengels

c)

de wortelharen

d)

de bladeren

24.

Het water uit de bodem moet bij de bladeren komen.

Welke route volgt het water vanuit de bodem?

a)

1. wortels

2. bladeren

3. stengels

b)

1. bladeren

2. stengels

3. wortels

c)

1. wortels

2. stengels

3. bladeren

25.

DNA is opgebouwd uit de volgende vier basen

a)

A T D G

b)

A T G C

c)

A T D P

d)

A T P C

26.

A-G noem je een basenpaar

a)

juist

b)

onjuist

27.

Je oogkleur erf je van je ouders, dit noem je een

a)

erfelijkheid

b)

overerving

c)

erfelijke eigenschap

d)

chromosoom

28.

Voorbeelden van plastiden zijn (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

bladgroenkorrels

b)

cytoplasma

c)

zetmeelkorrels

d)

zoutkorrels

e)

kleurstofkorrels

29.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

30.

Waar bevinden chromosomen zich in je lichaam?

a)

Celkern

b)

Op je huid

c)

In het fenotype

d)

In de cellen