wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leesvaardigheid 3GL

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is objectiviteit?

a)

Het delen van je mening

b)

Zonder gebruik te maken van een mening

2.

Wat is subjectiviteit?

a)

Met gebruik van een mening

b)

Zonder gebruik van een mening

3.

Een Betoog is een voorbeeld van een?

a)

Informerende tekst

b)

Activerende tekst

c)

Overtuigende tekst

d)

Amuserende tekst

4.

Een betoog bestaat altijd een?

a)

Tweedeling

b)

Driedeling

5.

Waar vind je onderwerp in een tekst?

a)

in het middenstuk

b)

in de inleiding

c)

in de eerste alinea

d)

in het slot

6.

Een tekst gaat ergens over dat noem je?

a)

Het onderwerp

b)

De hoofdgedachte

c)

De kernzin

d)

Een alinea

7.

Je hoeft niet heel de tekst te lezen maar een stukje dat je nodig hebt

a)

Globaal lezen

b)

Zoekend lezen

c)

Kritisch lezen

8.

Het tekstdoel van reclame is

a)

Activeren

b)

informeren

c)

amuseren

d)

overtuigen

9.

Het doel van Commerciële reclame is?

a)

Je overtuigen iets te kopen

b)

Je overtuigen om je mening te veranderen

c)

Je overtuigen om iets te stelen

d)

Je overtuigen iets goeds te doen

10.

Het doel van ideële reclame is?

a)

Je overtuigen je mening te veranderen

b)

Je overtuigen iets kopen

c)

Je overtuigen iets te verkopen

11.

Wat moet je niet doen bij een meerkeuzevraag?

a)

Lees de vraag en formuleer zelf het antwoord. Kijk of jouw antwoord bij de keuzeantwoorden staat.

b)

Kijk nog een keer goed naar de tekst met de overgebleven antwoorden in gedachte.

c)

Staat jouw antwoord er niet bij? Streep dan de antwoorden weg die zeker niet goed zijn.

d)

Geen antwoord invullen en doorgaan met de toets.

12.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?

Ik heb je verhaal gelezen, maar je opdracht nog niet nagekeken.

a)

Tegenstellend

b)

Opsommend

c)

Toelichtend

d)

Voorwaardelijk

13.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?

Ik heb besloten om vanmiddag naar de kapper te gaan, omdat ik mijn haren nu echt te lang vind .

a)

Oorzaak-gevolg

b)

Doel-middel

c)

Tegenstelling

d)

Reden

14.

Wat is belangrijk bij reclame?

a)

De tijd

b)

De lay-out

c)

De titel

15.

Waar vind je vaak de kernzin?

a)

De eerste of tweede zin in de alinea

b)

In het midden van de alinea

c)

De tweede zin van een alinea

d)

De laatste zin in een alinea

16.

Wat is een belangrijk kenmerk van een overtuigende tekst?

a)

Het bevat feiten

b)

Het bevat meningen

c)

Het is altijd kort

17.

Wat is het doel van een informerende tekst?

a)

Je vermaken

b)

Je informeren

c)

Je overtuigen

18.

Wat is een voorbeeld van een activerende tekst?

a)

Een wetenschappelijk rapport

b)

Een roman

c)

Een advertentie

d)

Een nieuwsartikel

19.

Welke functie heeft een inleiding in een tekst?

a)

De tekst samenvatten

b)

De conclusie geven

c)

De lezer nieuwsgierig maken

d)

De hoofdgedachte uitleggen

20.

Wat is een kenmerk van een informatieve tekst?

a)

Het is bedoeld om te amuseren

b)

Het bevat veel meningen

c)

Het is altijd kort

d)

Het geeft feitelijke informatie

21.

Wat is een voorbeeld van een informerende tekst?

a)

Een roman

b)

Een gedicht

c)

Een advertentie

d)

Een nieuwsbericht

22.

Wat is het doel van een activerende tekst?

a)

Je informeren

b)

Je aanzetten tot actie

c)

Je vermaken

23.

Hoofdzaken zijn ... 

a)

Heel erg belangrijk

b)

Niet belangrijk

24.

Wat is een belangrijk aspect van de conclusie in een tekst?

a)

Het herhalen van de inleiding

b)

Het samenvatten van de hoofdpunten

c)

Het geven van nieuwe informatie

d)

Het stellen van vragen aan de lezer

25.

Wat doet een bijzaak?

a)

Extra informatie geven over de hoofdzaak

b)

Belangrijke informatie geven over de samenvatting

c)

Een mening geven

d)

Een feit geven

26.

Welk tekstverband komt voor in de zin?

Ik ben gisteren gevallen met de fiets, Hierdoor heb ik een schaafwond

a)

Oorzaak-gevolg

b)

Doel-middel

c)

Reden

d)

Standpunt

27.

Wat is een voorbeeld van een subjectieve tekst?

a)

Een handleiding

b)

Een recensie

c)

Een nieuwsartikel

28.

Welk tekstverband staat in de zin?

Ik heb honger, dus ik maak een cracker

a)

Conclusie

b)

Doel-middel

c)

Oorzaak-gevolg

d)

Voorbeeld