Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vragen over Ontwikkelingslanden

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een kenmerk van een ontwikkelingsland?

a)

Hoge inkomens en een sterke economie

b)

Veel mensen werken in de landbouw

c)

Veel export van luxe goederen

d)

Veel hoogopgeleide inwoners

2.

Wat is een belangrijke oorzaak van armoede in ontwikkelingslanden?

a)

Te veel fabrieken

b)

Hoge belasting voor rijke mensen

c)

Slecht bestuur en corruptie

d)

Te weinig natuurgebieden

3.

Wat is een belangrijk probleem in veel ontwikkelingslanden?

a)

Een lage bevolkingsgroei

b)

Te veel ziekenhuizen

c)

Weinig toegang tot schoon drinkwater

d)

Een tekort aan luxe auto’s

4.

Wat betekent het begrip ‘noodhulp’?

a)

Hulp die direct wordt gegeven om levens te redden, zoals voedsel en medicijnen

b)

Hulp die ervoor zorgt dat een land op lange termijn zelfstandig wordt

c)

Hulp die bedoeld is om de economie van een land te laten groeien

d)

Hulp die een land moet terugbetalen

5.

Wat is een voorbeeld van noodhulp?

a)

Het bouwen van een nieuwe school

b)

Het geven van studiebeurzen aan studenten

c)

Het sturen van tenten en voedsel na een natuurramp

d)

Het aanleggen van wegen

6.

Wat is het verschil tussen ontwikkelingshulp en noodhulp?

a)

Ontwikkelingshulp is tijdelijk, noodhulp is langdurig

b)

Ontwikkelingshulp richt zich op lange termijn, noodhulp op korte termijn

c)

Noodhulp helpt bedrijven, ontwikkelingshulp helpt alleen regeringen

d)

Noodhulp wordt alleen gegeven aan rijke landen

7.

Wat betekent ‘gebonden hulp’?

a)

Hulp die zonder voorwaarden wordt gegeven

b)

Hulp waarbij het ontvangende land verplicht is om iets terug te doen

c)

Hulp die alleen aan individuen wordt gegeven

d)

Hulp die alleen voor voedsel en water wordt gebruikt

8.

Wat is een voorbeeld van gebonden hulp?

a)

Een land krijgt geld en mag zelf bepalen waaraan het dit besteedt

b)

Een land krijgt voedselpakketten na een aardbeving

c)

Een land krijgt geld maar moet dit gebruiken om goederen te kopen van het donorland

d)

Een land krijgt medicijnen zonder voorwaarden

9.

Wat betekent ‘ontwikkelingshulp’?

a)

Hulp die zich richt op het verbeteren van een land op lange termijn

b)

Hulp die alleen wordt gegeven aan rijke landen

c)

Hulp die alleen uit voedsel bestaat

d)

Hulp die alleen wordt gegeven bij oorlogen

10.

Wat is een voorbeeld van ontwikkelingshulp?

a)

Het opzetten van een landbouwproject om boeren te helpen

b)

Het sturen van medicijnen na een orkaan

c)

Het verdelen van noodvoorraden na een aardbeving

d)

Het evacueren

11.

Wat is een veelvoorkomend probleem in ontwikkelingslanden?

a)

Overproductie van voedsel

b)

Gebrek aan scholen en onderwijs

c)

Te veel auto’s in steden

d)

Te veel technologische innovatie

12.

Waarom geven rijke landen ontwikkelingshulp?

a)

Om de handel met dat land te verbeteren

b)

Om landen blijvend afhankelijk te maken

c)

om armoede te bestrijden

d)

Om het land over te nemen

13.

Wat is een kenmerk van veel economieën in ontwikkelingslanden?

a)

Ze zijn erg afhankelijk van één of enkele producten (zoals koffie of olie)

b)

Ze hebben veel verschillende industrieën

c)

Ze exporteren veel technologische producten

d)

Ze hebben een hoog gemiddeld inkomen

14.

Waarom kunnen ontwikkelingslanden vaak niet goed concurreren met rijke landen?

a)

Ze hebben minder natuurlijke hulpbronnen

b)

Ze hebben minder moderne technologie en infrastructuur

c)

Ze hebben te veel hoogopgeleide mensen

d)

Ze hebben een beter klimaat

15.

Wat is een veelvoorkomende reden waarom ontwikkelingshulp soms niet goed werkt?

a)

De hulp is te groot

b)

Corruptie en slecht bestuur

c)

De hulp wordt alleen aan rijke mensen gegeven

d)

Ontwikkelingslanden hebben geen hulp nodig

16.

Wat is een manier om armoede in ontwikkelingslanden te bestrijden?

a)

Meer geld sturen zonder plan

b)

Investeren in onderwijs

c)

De armoede negeren

d)

Geen hulp meer geven

17.

Wat is een negatieve kant van gebonden hulp?

a)

Het land krijgt geen hulp

b)

Het ontvangende land wordt afhankelijk van het andere land

c)

Het ontvangende land mag het geld vrij besteden

d)

Het ontvangende land wordt direct rijk

18.

Op welk werelddeel zijn de levensomstandigheden het slechts?

a)

Noord-Amerika

b)

Zuid-Amerika

c)

Europa

d)

Afrika

19.

Bij welke grafiek is de levensverwachting het hoogst?

a)

De Linker

b)

De Rechter

20.

Welke grafiek hoort bij het Afrikaanse land Angola en welke grafiek hoort bij Nederland?

a)

De linker grafiek hoort bij Angola en de rechtergrafiek hoort bij Nederland.

b)

De linker grafiek hoort bij Nederland en de rechter grafiek hoort bij Angola.

c)

Beide grafieken horen bij Nederland.

d)

Beide grafieken horen bij Angola.

21.

Nederland is economisch hoger ontwikkelt dan Italië.

a)

Waar

b)

Niet Waar

22.

India is economisch hoger ontwikkelt dan Australië.

a)

Waar

b)

Niet Waar

23.

In 1e wereld landen is het analfabetisme groter dan in 3e wereld landen.

a)

Waar

b)

Niet Waar

24.

Vergeleken bij de omgeving waarin iemand leeft heeft die persoon meer armoede.

a)

Absolute armoede

b)

Sociale armoede

c)

Relatieve armoede

25.

Mensen kunnen minder of niet meedoen aan het maatschappelijk leven omdat er te weinig geld is voor lidmaatschap van een (sport)vereniging of uitstapjes.

a)

Absolute armoede

b)

Sociale armoede

c)

Relatieve armoede

26.

Wat is GEEN luxe behoefte?

a)

Bed

b)

Telefoon

c)

Fiets

d)

Auto

27.

Wat is een NGO?

a)

Een hulp organisatie die afhankelijk is van de overheid.

b)

Een hulp organisatie die onafhankelijk is van de overheid.

c)

Een hulp organisatie wat in maar 1 land actief is.

d)

Een hulp organisatie die zich bezig houd met vrede

28.

Iemand die niet kan lezen en schrijven is een (a)   ?