wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Uitdrukkingen en gebiedende wijs - h2b

Total questions: 22

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

2.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

Op iedere slak ... leggen.

(a)  

3.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

4.

Wat betekent deze uitdrukking?

a)

blut zijn; geen of heel weinig geld hebben

b)

meer opgenomen van je bankrekening dan erop stond

c)

afgewezen worden; niet krijgen wat je wilt

d)

iets verzinnen

5.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

6.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

7.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

8.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

De kous op de ... krijgen

(a)  

9.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

10.

Wat betekent deze uitdrukking?

a)

iemand in de verleiding brengen

b)

een lastig, kritisch mens

c)

geld bij de aankoop

d)

te veel prijzen

11.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

In een ... verleden

(a)  

12.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

iemand de ... snoeren

(a)  

13.

Welke uitdrukking is dit?

(a)  

14.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

een ... in de pap hebben

(a)  

15.

Vul de uitdrukking aan met het goede woord.

zich ... betalen

(a)  

16.

Welke zin staat in de gebiedende wijs?

a)

Loopt de man op straat?

b)

Loop op straat!

c)

De man loopt op straat!

d)

Op de straat lopen!

17.

Welke zin staat in de gebiedende wijs?

a)

Schuif jij je stoel aan?

b)

Schuif je stoel aan.

c)

Je schuift je stoel aan!

d)

Stoelen aanschuiven.

18.

Welke zin staat in de gebiedende wijs?

a)

Ruim je kamer even op.

b)

Wil jij je kamer opruimen?

c)

Je ruimt jouw kamer op.

d)

Nu kamer opruimen.

19.

Maak het recept voor echte Limburgse wafels compleet.

(laten) ... de roomboter eerst langzaam smelten.

a)

Lat

b)

laat

c)

Laat

20.

(mixen) ... vervolgens de andere ingrediënten erdoorheen.

a)

Mixt

b)

Mix

c)

Mixen

21.

Is het beslag te dik? (doen) ... er eventueel nog een half kopje melk doorheen.

a)

Doe

b)

Doen

c)

Doet

22.

(pakken) ... het wafelijzer en (aansluiten) ... het ....

a)

Pak, sluiten aan

b)

Pakt, Sluit aan

c)

Pak, aan sluiten

d)

Pak, sluit aan