Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Fotosynthese 1 en 2 + omrekenen

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Fotosynthese vindt vooral plaats in de wortels van een plant.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Zonder zonlicht kan een plant geen fotosynthese doen.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Tijdens fotosynthese wordt zuurstof geproduceerd.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Huidmondjes van een landplant bevinden zich vooral aan de bovenkant van het blad.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Huidmondjes van een waterplant bevinden zich vooral aan de bovenkant van het blad.

a)

Niet waar

b)

Waar

6.

In de nacht zijn huidmondjes meestal gesloten om waterverlies te voorkomen.

a)

Niet waar

b)

Waar

7.

Wat zijn de twee belangrijkste stoffen die een plant uit de lucht en bodem opneemt voor fotosynthese?

a)

Zuurstof en water

b)

Koostfodioxide en water

c)

Water en stikstof

d)

Zuurstof en glucose

8.

Welke stoffen ontstaan bij fotosynthese?

a)

water en zuurstof

b)

koolstofdioxide en water

c)

zuurstof en glucose

d)

water en glucose

9.

Fotosynthese kunnen alle organismen

a)

ja

b)

nee

10.

In welke celorganellen vindt fotosynthese plaats?

a)

de celkern

b)

de mitochondriën

c)

de bladgroenkorrels

d)

de vacuole

11.

Als je vlees eet, eet je ook planten en vastgelegde energie

a)

ja

b)

nee

12.

Wat is de functie van huidmondjes?

a)

Water opslaan

b)

Gassen uitwisselen

c)

Suiker maken

d)

Licht opvangen

13.

Wanneer zijn huidmondjes meestal open?

a)

's nachts

b)

Tijdens regen

c)

Overdag

d)

in de lente

14.

Wat komt er via de huidmondjes een plant binnen?

a)

Glucose

b)

Water

c)

Zuurstof

d)

Koolstofdioxide

15.

In deze afbeelding zie je een kas met planten. Op welk moment van de dag zal de hoeveelheid zuurstof in de kas het grootst zijn?

a)

Er is altijd ongeveer evenveel zuurstof aanwezig

b)

Aan het begin van de ochtend is de hoeveelheid zuurstof het grootst

c)

Midden op de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

d)

Aan het einde van de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

16.

Water + 1 + licht --> 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

17.

Wat verlaat de plant via de huidmondjes?

a)

Zuurstof en waterdamp

b)

Glucose

c)

Lucht

d)

Stikstof

18.

Wat gebeurt er met de glucose die een plant maakt?

a)

Wordt opgeslagen

b)

Wordt uitgeademd

c)

Verdampt via de huidmondjes

d)

Wordt omgezet in water

19.

In welke celorganellen vindt fotosynthese plaats?

a)

de celkern

b)

de mitochondriën

c)

de bladgroenkorrels

d)

de vacuole

20.

Als je vlees eet, eet je ook planten en vastgelegde energie

a)

ja

b)

nee

21.

Hoe wordt het vastleggen van (licht)energie in suiker genoemd?

a)

verbranding

b)

fotosynthese

22.

Hoe komt een plant die op het land groeit aan water? En hoe aan koolstofdioxide?

a)

Water wordt uit de bodem opgenomen, koolstofdioxide uit de lucht

b)

Water wordt uit de lucht opgenomen, koolstofdioxide uit de bodem

c)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de bodem opgenomen

d)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de lucht opgenomen

23.

Hoe heet het deel van de plantencel waar licht wordt opgenomen?

(a)  

24.

In welk deel wordt koolstofdioxide opgenomen en zuurstof afgegeven?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Wortels

c)

Huidmondjes

d)

De stengels

25.

De molecuulformule voor glucose wordt aangeduid als: C6H12O6. Uit welke atomen bestaat dit molecuul?

a)

Water, koolstofdioxide en stikstof

b)

Waterstof, zuurstof en koolstof

c)

Water, zuur, koolstof

d)

Waterstof, zuurstof, koolstofdioxide

26.

De molecuulformule voor glucose wordt aangeduid als: C6H12O6. Welk atoom is het meest aanwezig in dit molecuul?

a)

Water

b)

Waterstof

c)

Zuurstof

d)

Koolstof

27.

Welk van de volgende formules is de formule die bij fotosynthese hoort?

a)

water + glucose + koolstofdioxide --> zuurstof

b)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

c)

glucose + zuurstof --> water + koolstofdioxide

d)

water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

28.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

29.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

30.

Kan een plant water opnemen via de huidmondjes en koolstofdioxide

a)

Alleen water wordt opgenomen via de huidmondjes

b)

Water en koolstofdioxide worden opgenomen via de huidmondjes

c)

Alleen koolstofdioxide wordt opgenomen via de huidmondjes

d)

Geen van beide stoffen wordt opgenomen via de huidmondjes