wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling

Total questions: 35

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een bastaardwoord?

a)

Een volledig onveranderd woord uit een andere taal

b)

Een woord met een buitenlandse oorsprong dat aangepast is aan het Nederlands

c)

Een verzonnen woord

d)

Een verkeerd gespeld woord

2.

Schrijf de juiste samenstelling: steek+blind

(a)  

3.

Wat is juist?

a)

De Slag bij Waterloo

b)

De slag bij Waterloo

c)

De slag bij waterloo

4.

Wat voor een voegwoord is 'terwijl'?

a)

nevenschikkend

b)

onderschikkend

5.

Schrijf de samenstelling: zon+paneel

(a)  

6.

Is dit fout? Zo ja, verbeter. Zo nee, schrijf het over.
'gedaantenverwisseling'

(a)  

7.

Dit woord wordt kant-en-klaar uit een andere taal overgenomen

a)

een bastaardwoord

b)

een vreemd woord

c)

een neologisme

8.

Wat is juist?

a)

Italiaanse mozzarella

b)

italiaanse mozarella

9.

Schrijf de samenstelling: huis+prijzen

(a)  

10.

'Date' is een ...

a)

vreemd woord

b)

bastaard woord

11.

Welk woord is een neologisme?

a)

ochtendgrijs

b)

smiley

c)

display

d)

knuffelcontact

12.

Volgens de politie zou de bewoner ... (barbecueën – VD) hebben in de dakgoot.

(a)  

13.

Van wat is dit de definitie? Onjuiste informatie die voornamelijk verspreid wordt via websites en sociale media, met als doel het maken van winst of het beïnvloeden van de publieke opinie.

a)

clickbait

b)

broodjeaapverhaal

c)

nepnieuws

d)

informaticasabotage

14.

Wat is een antoniem van 'nat'?

(a)  

15.

Een hyperoniem van 'hond' en 'kat' is ...

(a)  

16.

De agenten ... (berichten – OVT) de buren dat er geen gevaar was.            



(a)  

17.

Welk van de volgende woorden is een leenwoord?

a)

stoel

b)

computer

c)

boom

d)

tafel

18.

Van wat is dit een voorbeeld?
Een donkere herfstdag met veel regen gaat meestal gepaard met een sombere sfeer.

a)

symbolische ruimte

b)

sociale ruimte

c)

sfeerscheppende ruimte

d)

geografische ruimte

19.

Wat is een goede manier om nepnieuws te herkennen?

a)

Alleen naar de titel kijken

b)

De bron controleren

c)

Alles op social media geloven

d)

Alleen video's vertrouwen

20.

In een film die zich afspeelt in de late middeleeuwen is een zendmast zichtbaar.
Van wat is dit een voorbeeld?

a)

cinematografie

b)

filmflater

c)

anachronisme

21.

Onlangs ... (bereiden – OVT) Jeroen Meus in zijn programma Dagelijkse kost een tajine met aubergine, zoete aardappel en kikkererwten.

(a)  

22.

Uit de resultaten bleek dat niet alle ... (testen – VDBN) producten effectief de bescherming bieden die op de verpakking staat.

(a)  

23.

Van wat is dit een voorbeeld? (les stijlfiguren)
De verse koekjes verleiden je met hun geur.

a)

hyperbool

b)

vergelijking

c)

personificatie

d)

metafoor

24.

Wat is een voorbeeld van een 'alliteratie'?

a)

Een kleine prijs voor een groot cadeau

b)

Hij werd belaagd door een baldadige bejaarde

c)

Waar zouden we zijn zonder de trein?

d)

Zijn kamer was een zwijnenstal

25.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of het voltooid deelwoord.
Janina (a)   (beantwoorden) de vraag erg uitgebreid.

26.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of het voltooid deelwoord.
Tijdens onze citytrip naar Parijs (a)   (besteden) we heel wat geld.

27.

In welke zin(nen) kun je het onderlijnde woord vervangen door een schooltaalwoord?
'aanbevelen'

a)

Oma heeft me opgedragen naar de winkel te gaan

b)

Welk gerecht prijs je in dit restaurant aan?

c)

Jules heeft me dat boek aangeraden en ze had gelijk: het is erg mooi.

28.

Welke vorm van eindrijm bestaat niet?

a)

AABB

b)

ABAB

c)

ABBA

d)

BAAA

29.

Op de site www.dagelijksekost.een.be  ... (vinden – OTT) je het recept.



(a)  

30.

Wat is een protagonist?

a)

Iemand met flatulentie

b)

De verteller

c)

Het hoofdpersonage

31.

Schrijf de samenstelling.
peer+sap

(a)  

32.

Schrijf de samenstelling.
spinnen+wielen

(a)  

33.

Rarara wat ben ik?
Een zinsdeel dat meewerkt aan de handeling van het onderwerp.
Je vindt mij door de vraag 'aan wie/wat + WWG + O + LV?' te stellen.

a)

een bijwoordelijke bepaling

b)

een lijdend voorwerp

c)

een meewerkend voorwerp

34.

Welk schooltaalwoord zou je hier schrijven?
De vreselijke beelden uit het slachthuis zijn gelukkig niet ............... voor de hele sector.

a)

consequent

b)

representatief

c)

genuanceerd

d)

beduidend

35.

Deze verteller staat buiten het verhaal. Hij neemt zelf niet deel als personage, maar weet wel alles en kent de personages door en door. Hij geeft soms commentaar, kan de handelingen in de toekomst voorspellen, weet wat er op verschillende plaatsen tegelijk gebeurt, ...

a)

personeel vertelperspectief

b)

auctorieel vertelperspectief

c)

nieuwsgierig vertelperspectief