wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BB - tijdvak 8 tm 10

Total questions: 40

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wie was GEEN Amerikaanse president tijdens de Koude Oorlog?

a)

Truman

b)

Reagan

c)

Clinton

d)

Nixon

e)

Carter

2.

Wie was GEEN leider van de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog?

a)

Tito

b)

Stalin

c)

Chroesjtsjov

d)

Brezjnev

e)

Gorbatsjov

3.

Welke proxy oorlogen horen allemaal bij de Koude Oorlog? (meerdere antwoorden)

a)

Korea oorlog

b)

Vietnamoorlog

c)

Spaanse burgeroorlog

d)

Sovjet-Afghaanse oorlog

4.

Afbeelding: ondertekening van het Strategic Arms Limitation Talks II (SALT II) verdrag door Carter en Brezjnev in 1979.

Welke begrippen passen bij deze afbeelding? (meerdere antwoorden)

a)

Détente

b)

Vreedzame co-existentie

c)

Nucleaire proliferatie

d)

Cubacrisis

5.

Wat waren gevolgen van de enorme toename in welvaart vanaf de jaren 1960? (meerdere antwoorden)

a)

Ontzuiling & individualisering

b)

Opkomst jeugdcultuur

c)

NL krijgt een groot leger

d)

Groei dienstensector / opkomst postindustriële samenleving

e)

Minder vrouwen hoeven te werken

6.

Welke media / communicatiemiddelen zijn pas ná de Tweede Wereldoorlog in opkomst? (meerdere antwoorden)

a)

Radio

b)

Televisie

c)

Telefonie

d)

Internet

e)

Film

7.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Communisme

b)

Liberalisme

c)

Fascisme

d)

Libertarisme

8.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Fascisme

b)

Nationaalsocialisme

c)

Communisme

d)

Confessionalisme

9.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Nationaalsocialisme

b)

Socialisme

c)

Conservatisme

d)

Confessionalisme

10.

Bij welke ideologie past deze persoon?

a)

Communisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Liberalisme

d)

Conservatisme

11.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Confessionalisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Liberalisme

d)

Socialisme

12.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Liberalisme

b)

Libertarisme

c)

Socialisme

d)

Nationaalsocialisme

13.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Feminisme

b)

Nationalisme

c)

Confessionalisme

d)

Liberalisme

14.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Feminisme

b)

Conservatisme

c)

Liberalisme

d)

Sociaaldemocratie

15.

Bij welke ideologie/maatschappelijke stroming past deze persoon?

a)

Populisme

b)

Confessionalisme

c)

Liberalisme

d)

Sociaaldemocratie

16.

Welke van deze personen werden in de jaren 1960 vermoord? (meerdere antwoorden)

a)

John F. Kennedy

b)

Robert F. Kennedy

c)

Martin Luther King Jr.

d)

Fidel Castro

e)

John Lennon

17.

Bij welk kenmerkend aspect hoort de volgende bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

18.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

19.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

20.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

21.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

22.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip censuskiesrecht?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

23.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip verzorgingsstaat?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

24.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip antithese?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

25.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

Toespraak van Lenin op 1 maart 1919:

De bourgeoisie is doodsbenauwd voor de groeiende revolutionaire beweging van de arbeiders. Dat valt goed te begrijpen als we er rekening mee houden dat de loop van de gebeurtenissen sinds de imperialistische oorlog onvermijdelijk gunstig is voor de revolutionaire beweging van de arbeiders en dat de wereldrevolutie overal aan het groeien is en in intensiteit toeneemt.

De volken zijn zich bewust van de grootsheid en het belang van het gevecht dat nu wordt geleverd.

a)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

b)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

c)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

d)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

e)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

26.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

b)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

c)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

De crisis van het wereldkapitalisme.

27.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


-hongerwinter-

a)

De crisis van het wereldkapitalisme.

b)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

c)

Het voeren van twee wereldoorlogen.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

28.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

b)

De crisis van het wereldkapitalisme.

c)

Het voeren van twee wereldoorlogen.

d)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

e)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

29.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

- De Neurenberger rassenwetten -

a)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

b)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

c)

De crisis van het wereldkapitalisme.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

30.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Hiroshima na de val van de atoombom (1945) -

a)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

b)

De crisis van het wereldkapitalisme.

c)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

31.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het volgende begrip?


- gelijkschakeling -

a)

De Duitse bezetting van Nederland.

b)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

c)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

d)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

e)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

32.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


Bob Dylan: The times they are changing:

'Kom vaders en moeders

kom hier en hoor toe

wij zijn jullie praatjes en wetten zo moe

Je zoons en je dochters die haatten gezag

je moraal die verveelt ons al tijden

en vlieg op als de wereld van nu je niet mag

want er komen andere tijden.

De streep is getrokken, de vloek is gelegd

op alles wat vals is en krom en onecht.

Jullie mooie verleden was bloedig en laks,

wij zullen die fouten vermijden.

En de man bovenaan is de laagste van straks,

want er komen andere tijden.

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

33.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- gezinshereniging van twee gezinnen van gastarbeiders in Spakenburg. (11 september 1968).

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

34.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Politionele actie in Nederlands-Indië -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

35.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


Uit een toespraak van Martin Luther King, 28 augustus 1963:


- Ik heb een droom dat op een dag op de rode heuvels van Georgia de zonen van vroegere slaven en de zonen van vroegere slavenhouders naast elkaar kunnen zitten aan de tafel van broederschap.

Ik heb een droom dat op een dag zelfs de staat Mississippi, een woestijnstaat die verzengt in de hitte van ongerechtigheid en onderdrukking, omgevormd zal worden in een oase van vrijheid en gerechtigheid.

Ik heb een droom dat mijn vier kleine kinderen op een dag in een land zullen leven waar ze niet zullen worden beoordeeld op de kleur van hun huid maar op hun karakter.

Ik heb een droom vandaag. -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

36.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

37.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Het Verdrag van Maastricht (1992) -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

38.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het volgende begrip?


- NAVO -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

39.

Sinds 1974 bestaat de Europese Raad. Wie zitten daar in?

a)

Regeringsleiders/staatshoofden van alle lidstaten

b)

Ministers van buitenlandse zaken van alle lidstaten

c)

Ministers van financiën van alle lidstaten

d)

Brusselse ambtenaren

40.

In 1968 vormden de EEG-landen een douane-unie. Met welk doel?

a)

Om gezamenlijk migratiebeleid te regelen

b)

Onderling geen importtarieven meer heffen

c)

Om drugscriminaliteit te bestrijden

d)

Om de grenzen op te heffen, zodat Europeanen vrij rond kunnen reizen