Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Professioneel Controleren Quiz (Danny)

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is géén van de vier basisprincipes van professioneel controleren?

a)

Selecteren

b)

Uitleggen

c)

Rapporteren

d)

Reflecteren

2.

Wanneer mag je onderscheid maken op basis van uiterlijke kenmerken, zoals huidskleur?

a)

Als dit past binnen je intuïtie

b)

Als er een objectieve rechtvaardiging is, zoals een signalement

c)

Als de wijk bekend staat als risicogebied

d)

Als je collega het eerder ook heeft gedaan

3.

Wat wordt bedoeld met ‘uitleggen’ in het kader van professioneel controleren?

a)

Uitleggen wat de controle heeft opgeleverd

b)

Uitleggen waarom de controle plaatsvindt, op eigen initiatief

c)

Uitleggen aan collega’s of leidinggevenden wat je hebt gedaan

d)

Uitleggen waarom iemand zich verdacht gedraagt

4.

Wat is géén onderdeel van een goede uitleg bij een controle?

a)

De naam van je collega noemen

b)

Je taak en bevoegdheid benoemen

c)

De selectiecriteria benoemen

d)

Aangeven dat het een controle betreft

5.

Wat is een goede manier van bejegening tijdens een controle?

a)

De persoon met de voornaam aanspreken

b)

Direct vertellen dat hij of zij eruitzag als een verdachte

c)

Rust uitstralen en aanspreken met meneer of mevrouw

d)

Eerst streng zijn, daarna vriendelijk

6.

Welke uitspraak past het beste bij het principe ‘selecteren’?

a)

De uitleg moet altijd kort zijn

b)

Iedere burger mag gecontroleerd worden op basis van intuïtie

c)

Selecteren doen we op objectieve en uitlegbare gronden

d)

Bejegening staat voorop

7.

Wat doe je als iemand zich tijdens de controle provocerend opstelt?

a)

Je reageert op dezelfde toon

b)

Je beëindigt direct de controle

c)

Je verwijst naar de klachtenprocedure en blijft professioneel

d)

Je negeert de persoon volledig

8.

Waarom is reflecteren belangrijk na een controle?

a)

Het is verplicht voor het mutatiesysteem

b)

Het zorgt voor meer gezag op straat

c)

Je leert ervan en versterkt je vakmanschap

d)

Zo kun je je fouten voor jezelf houden

9.

Wat hoort niet bij een professionele controle volgens het handelingskader?

a)

Een open en transparante houding

b)

Je keuzes beargumenteren

c)

Ongecontroleerd vertrouwen op intuïtie

d)

Feedback geven aan collega’s