wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A1 A2 test Nederlands Praathuis

Total questions: 31

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

De meeste studenten wonen op kamers. Maar het is niet makkelijk om een goede kamer in de stad te ...

a)

studeren

b)

wonen

c)

vinden

2.

In de grote vakantie doe ik het liefst helemaal niks. Ik ga gewoon lekker op het strand ...

a)

vliegen

b)

liggen

c)

pakken

3.

Karel heeft de hele dag gewerkt tot vijf uur. Nu zit hij in de auto op weg naar ...

a)

huis

b)

file

c)

werk

4.

Wij zitten al ongeveer twaalf uur in de auto. We zijn heel erg ...

a)

rijden

b)

veel

c)

moe

5.

Ik wil graag even van de wc gebruik ...

a)

maken

b)

doen

c)

gaan

6.

Ik moet elke dag boodschappen doen. Ik heb er vaak geen zin ...

a)

van

b)

op

c)

in

7.

John slaapt niet zo goed. Hij werkt te veel. Hij kan misschien beter een paar weken op vakantie ...

a)

gaan

b)

slapen

c)

boeken

8.

Er loopt een muis langs de muur. Mijn zusje begint hard te ...

a)

schoonmaken

b)

vallen

c)

gillen

9.

Verdien jij vijfhonderd euro per maand? Dat salaris vind ik te ...

a)

lelijk

b)

goedkoop

c)

laag

10.

Petra en John zoeken een nieuw huis, maar ze kunnen niet slagen. De huizen zijn duur en ze verdienen te ...

a)

weinig

b)

geld

c)

klein

11.

Voor een muisje hoef je toch niet zo ontzettend bang te zijn? Zo'n beestje is ...

a)

gevaarlijk

b)

piepklein

c)

gemeen

12.

Er zijn in het vliegtuig twee deuren voorin en twee deuren achterin. Er zitten er ook twee in het ...

a)

tussen

b)

raam

c)

midden

13.

Mijn broer heeft een nieuwe auto, maar ik vind hem helemaal niet ...

a)

mooi

b)

kleur

c)

kopen

14.

Het spijt me, mijn vrouw is niet ....

a)

telefoon

b)

boodschappen

c)

aanwezig

15.

De telefoon gaat, maar ik neem niet ...

a)

mee

b)

op

c)

uitpakken

16.

De vrouw heeft een kind achterop de fiets. Het is erg druk en de vrouw rijdt ...

a)

spannend

b)

voorzichtig

c)

lelijk

17.

Ik heb een auto met drie wielen gezien. Drie wielen ... Vind je dat niet ...

a)

gek?

b)

vier?

c)

smal?

18.

In de slaapkamer liggen veel kleren. Ik wil ze in de kast leggen, maar eerst ga ik alles ...

a)

strijken

b)

slaan

c)

weggooien

19.

Met een dun laagje sneeuw wordt de hele wereld ...

a)

licht

b)

wit

c)

donker

20.

Ik wil bij je op bezoek komen, maar ik weet niet waar je woont. Wat is eigenlijk je ...

a)

adres?

b)

plattegrond?

c)

visite?

21.

We gaan op vakantie naar Thailand. Gaan jullie ook ...

a)

naar?

b)

vakantie?

c)

mee?

22.

Als ik in de auto rijd, luister ik naar de radio. Soms hoor ik muziek, maar ik luister ook naar informatie over ...

a)

auto

b)

files

c)

radio

23.

Ik houd helemaal niet van huisdieren. Ze maken altijd alles in huis ...

a)

uitgaan

b)

vies

c)

blijven

24.

Het kind speelt de hele dag lekker buiten. Dat is natuurlijk veel gezonder dan altijd maar voor de televisie ...

a)

doen

b)

voetbal

c)

zitten

25.

Ik woon in een hoge flat op de tiende ...

a)

verdieping

b)

lift

c)

appartement

26.

Als je wilt roken, ga je maar naar ...

a)

vuur

b)

buiten

c)

sigaret

27.

Waarom gaat zij naar het ziekenhuis? Omdat zij pijn in haar arm ... Kies het goede antwoord:

a)

ziek

b)

breekt

c)

heeft

28.

Zullen we morgen naar de bioscoop ...

a)

vinden?

b)

gaan?

c)

koppen?

29.

Uit welk land kom je? Vul in.

4 lines
30.

Wat is je voornaam en achternaam?

4 lines
31.

Wat is je e-mailadres?

4 lines