wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

start_fr 1A

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

un frère

a)

een broer

b)

een zus

c)

een vriend

d)

een neef

2.

une année

a)

een jaar

b)

een maand

c)

een dag

d)

een uur

3.

un ami

a)

een vriend

b)

un ennemi

c)

un collègue

d)

un voisin

4.

une sœur

a)

een zus

b)

een broer

c)

een moeder

d)

een tante

5.

être sympa

a)

sympathiek zijn

b)

vriendelijk zijn

c)

leuk zijn

d)

gezellig zijn

6.

ne ... personne

a)

niemand

b)

jemand

c)

alle

d)

niemanden

7.

être chez (+ personne)

a)

bij (iemand) zijn

b)

met (iemand) zijn

c)

voor (iemand) zijn

d)

na (iemand) zijn

8.

un père

a)

een vader

b)

een moeder

c)

een broer

d)

een zus

9.

premier, première

a)

eerste

b)

second

c)

tertiary

d)

final

10.

une voisine

a)

een buurvrouw

b)

een buurman

c)

een vriendin

d)

een collega

11.

un directeur

a)

een directeur

b)

een leraar

c)

een student

d)

een manager

12.

un cousin

a)

een neef

b)

een oom

c)

een tante

d)

een broer

13.

une mère

a)

een moeder

b)

een vader

c)

een zus

d)

een broer

14.

un prénom

a)

een voornaam

b)

een achternaam

c)

een titel

d)

een bijnaam

15.

être en ligne

a)

online zijn

b)

offline zijn

c)

in de lucht zijn

d)

aanwezig zijn

16.

une directrice

a)

een directrice

b)

een directeur

c)

een lerares

d)

een manager

17.

parler

a)

spreken

b)

comunicarse

c)

parlare

d)

parlar

18.

deuxième

a)

tweede

b)

secondo

c)

zwei

d)

dos

19.

un élève

a)

een leerling(e)

b)

een student

c)

een leraar

d)

een klasgenoot

20.

seul, seule

a)

alleen

b)

together

c)

happy

d)

sad