wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basis rekenen economie 4tl

Total questions: 20

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.
Wat is je naam?
4 lines
2.
In welke klas zit je?
4 lines
3.

1a. Rond je antwoord af op helen. 3,496281

(a)  

4.

1b. Rond je antwoord af op 1 decimaal. 1501,4534

(a)  

5.

Een ijscoman verkoopt op een dag 44 vanille-ijsjes, 39 chocolade-ijsjes en 27 aardbei-ijsjes. Hoeveel procent van de totale verkoop bestond uit aardbei-ijsjes? Rond je antwoord af op 1 decimaal. Geef alleen het antwoord.

(a)  

6.

2a. Schrijf het volgende getal volledig uit: 6,4321 miljoen

(a)  

7.

2b. Schrijf het volgende getal volledig uit: 74,217 miljard

(a)  

8.

2c. Geef antwoord op de volgende som. 1123456 x 789100=

(a)  

9.
3. Jan verdient € 70 per maand, Kees verdient € 22,50 per week, Inge verdient € 28 per 2 weken, Maarten verdient € 17,50 per maand. Bereken het gemiddelde maandinkomen.
a)
€ 61,42
b)
Geen idee
c)
€ 55,46
d)
€ 58,14
e)
€ 58,50
10.
4. Anouk werkt op zaterdag in een schoenenwinkel. Ze verdient daarmee € 510,- per maand. In haar arbeidsovereenkomst staat dat ze 8% van haar jaarsalaris krijgt als vakantiegeld. Bereken het bedrag aan vakantiegeld dat Anouk ontvangt.
a)
€ 40,80
b)
€ 57,30
c)
€ 230,03
d)
€ 489,60
11.

Mirthe heeft € 2.300,- op haar spaarrekening staan. Zij ontvangt bij de Rabobank nu 1,4% rente. Bereken hoeveel zij na 1 jaar op haar spaarrekening heeft staan. Rond je antwoord af op 2 decimalen.

a)

€ 29,90

b)

€ 32,20

c)

€ 2130,24

d)

€ 2332,20

e)

€ 2560,45

12.

6. Het gemiddelde rentepercentage over de staatsschuld is 2,5%. De rentelasten bedragen nu € 10,1 miljard. Bereken hoeveel euro de staatsschuld bedraagt. Geef alleen het antwoord zonder euroteken en zonder komma's of punten.

(a)  

13.
7. Maak voor vraag 7 gebruik van de onderstaande afbeelding. De EU en de VS hebben samen een zeer groot aandeel in de wereldeconomie. Bereken het aandeel van beide economieën samen in procenten van de wereldeconomie.
a)
21,9%
b)
23,1%
c)
42,3%
d)
45%
e)
58,2%
14.
8. Van de 17 miljoen Nederlanders gaat 11 miljoen mensen nooit naar de kerk. Hoeveel procent van de Nederlanders gaat wel naar de kerk?
a)
25,5%
b)
35,3%
c)
38,2%
d)
64,7%
15.
9. Mirna heeft een brommer waarmee ze maandelijks 125 kilometer rijdt. Het verbruik van de brommer is 1:17. Een liter kost € 1,62. Bereken hoeveel Mirna jaarlijks uitgeeft aan benzine.
a)
€ 11,91
b)
€ 15,81
c)
€ 124,58
d)
€ 142,94
e)
Het goede antwoord staat er niet tussen.
16.

10. De benzineprijs stijgt van € 1,62 naar € 1,71. Bereken met hoeveel procent de benzineprijs is gestegen. Rond je antwoord af op 1 decimaal.

(a)  

17.
11. Bekijk de afbeelding. Bereken hoeveel procent de E-lite duurder is dan de Nitro.
a)
11,6%
b)
23,5%
c)
52,7%
d)
111,6%
e)
Het goede antwoord staat er niet tussen
18.

12. De Nederlandse export naar de gehele EU was € 322 miljard in 2015. In 1990 bedroeg de waarde van de totale export van Nederland naar landen van de EU € 92 miljard. Bereken het indexcijfer van de export van Nederland naar de gehele EU in 2015, met als basisjaar 1990. Geef alleen het antwoord.

(a)  

19.

13. In 2014 ontving Robert 1% rente over het geld op haar spaarrekening. Het prijsindexcijfer (CPI) in 2014 was 102,5. Het jaar 2013 is het basisjaar. Bereken in één decimaal het koopkrachtverlies van haar spaargeld in 2014. Geef alleen het antwoord.

(a)  

20.

  1. Liefhebbers van de Toblerone chocoladereep voelen zich bekocht. In 2019 steeg de prijs van  

      een grote Toblerone-reep van € 8,00 naar 8,25. Tegelijkertijd daalde het het gewicht van een

      grote Toblerone-reep van 400 naar 360 gram.

      → Bereken de procentuele prijsstijging per gram van de nieuwe Toblerone-reep. Rond je antwoord af op 1 decimaal.

Geef alleen het antwoord



(a)