NEW
Font size
WorksheetsConsumentenpsychologie MC Quiz
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Welke omschrijving past het best bij Systeem 1?
Langzaam, inspannend, regelgeleid en reflectief
Snel, automatisch, associatief en moeiteloos
Altijd rationeel en weloverwogen
Alleen actief bij complexe keuzes
Welk voorbeeld illustreert de availabilitybias?
Een consument kiest de goedkoopste optie na alle reviews te hebben gelezen
Iemand overschat de kans op een vliegtuigcrash nadat een nieuwsreportage
Iemand kiest een product met de hoogste expert-score in een vergelijkingstest
Een consument kiest willekeurig omdat hij tijdsdruk ervaart
Wat kenmerkt de conjunctieve beslissingsregel?
Eén superieure eigenschap volstaat om te kiezen
Zwakke eigenschappen kunnen worden gecompenseerd
Alleen alternatieven die minimale eisen halen blijven over
Eigenschappen worden gewogen en opgeteld
Welke uitspraak over compenserende vs. niet-compenserende regels is juist?
Bij compenserend kan een zwakte nooit worden goedgemaakt
Niet-compenserende regels passen gewichten toe op alle attributen
Compenserend kan een zwakte compenseren met een sterkte
Beide typen leveren altijd dezelfde keuze op
Wat is de ‘overwegingsverzameling’ (consideration set)?
Alle merken op de markt
Alle merken die iemand ooit heeft gezien
De merken die actief overwogen worden
De merken die doelbewust worden afgewezen
Welke volgorde van fasen beschrijft de consumptiecyclus het best?
Gebruik → Aankoop → Oriëntatie → Afdank
Oriëntatie → Aankoop → Gebruik → Afdank
Aankoop → Afdank → Gebruik → Oriëntatie
Oriëntatie → Gebruik → Afdank → Aankoop
Een consument voelt na een dure aankoop twijfel over zijn keuze. Wat is dit?
Selectieve perceptie
Cognitieve dissonantie
Primacy-effect
Endowment-effect
Wat is een praktische implicatie van ‘awareness set’ in merkkeuze?
Alleen prijs bepaalt keuze
Zonder bekendheid niet overwogen
Lage prijs compenseert onbekendheid volledig
Bekendheid is pas relevant na de koop
Over beslissingen: wat geldt meestal in het dagelijks leven?
De meeste beslissingen zijn weloverwogen en traag
De meeste beslissingen zijn snel en gebaseerd op heuristieken
Bij consumentenbeslissingen is Systeem 2 vrijwel altijd dominant
Heuristieken leiden zelden tot goede keuzes
Welke factor beïnvloedt het tevredenheidsoordeel ná aankoop volgens het college?
De prijs is altijd bepalend
Aantal winkels in de buurt
Verwachtingen vooraf
Het aantal merknamen dat je kent
Welke behoort níét tot de drie basisbehoeften van de Deci & Ryan’s Zelf determinatie Theorie?
Autonomie
Competentie
Verbondenheid
Status
Wat is juist over het ERG model van Alderfer t.o.v. Maslow’s Pyramide?
ERG heeft meer niveaus, en erkent een striktere hiërarchie
ERG heeft drie clusters en erkent verschillen in hiërarchie
ERG heeft dezelfde inhoud, maar gebruikt andere termen
Het ERG model is empirisch bewezen en het model van Maslow niet
Welke volgorde past bij Maslow (laag → hoog)?
Veiligheid → Fysiologisch → Waardering → Sociale → Zelfverwerkelijking
Fysiologisch → Veiligheid → Sociaal → Waardering → Zelfverwerkelijking
Sociaal → Fysiologisch → Waardering → Veiligheid → Zelfverwerkelijking
Fysiologisch → Sociaal → Veiligheid → Waardering → Zelfverwerkelijking
Welke is een push-factor (i.p.v. pull) volgens Valkeneers?
Ambitie om te groeien
Aantrekkelijke eigenschap
Interne spanning
Sociale bevestiging
Wat beschrijft ‘frustratie’ in motivatiecontext het best?
Het verhoogt motivatie in bijna alle gevallen
Het heeft geen rol; het leidt eigenlijk alleen tot cognitieve fouten
Het is alleen relevant bij luxeproducten
Het blokkeert doelen vanwege mogelijk agressie/regressie
Wat verbindt attributen en waarden met elkaar in de Means‑End Chain in marketing?
Consequenties verbinden attributen met waarden/doelen
Waarden worden vertaald naar productprijzen
Functionele producteigenschappen maken dat mensen waarden koppelen aan attributen
Waarden staan los van de means‑end chain en dus worden attributen niet verbonden met waarden.
Wat is het doel van een laddering‑interview?
Prijsacceptatie meten
Eigenschappen rangschikken
Doorvragen naar waarden
Merkbekendheid in kaart brengen
Welk drietal hoort bij McClelland?
Autonomie, competentie, verbondenheid
Intrinsiek, extrinsiek, amotivatie
Zekerheid, status, veiligheid
Prestatie, affiliatie, macht
Welke boodschap bedreigt vooral de autonomie (ZDT)?
“Je moet nu bestellen, anders faal je.”
“Ontdek op je eigen tempo welke functies jij nodig hebt.”
“Stel je set samen.”
“Kies de versie die jij wilt.”
Wat bedoelt ZDT met ‘competentie’?
Bekwaam omgaan met je omgeving
Sociale erkenning verkrijgen
Beloond worden per prestatie
Risico’s vermijden
Wat is de absolute gewaarwordingsdrempel?
Het verschil dat je in 50% van de gevallen net kunt opmerken
Het minimale niveau dat in 50% van de gevallen tot sensatie leidt
Het niveau waarop sensorische adaptatie optreedt in 50% van de gevallen
De minimale drempel voor top-down verwerking in 50% van de gevallen
Welk beeld past bij closure (Gestalt)?
Pijltjes in een raster vallen op
Onvolledige vormen worden tot een gesloten figuur aangevuld
Voorwerpen dichtbij elkaar worden als groep gezien
Een lijn lijkt door te lopen ondanks onderbreking
‘Gelijkenis’ (Gestalt) betekent dat we…
Elementen met vergelijkbare kenmerken groeperen
De eenvoudigste interpretatie van groepen vermijden
Altijd de achtergrond negeren
Alleen kleur gebruiken voor groepering
Kies het juiste voorbeeld van top-down verwerking.
Een plots hete peper proeven en schrikken
Een onverwacht alarm horen
Je sleutels zoeken door terug te denken aan de laatste plek
Een tint in een kleurwaaier net opmerken
Welke indeling van het langetermijngeheugen is correct?
Zintuiglijk – Kortetermijn – Procedureel
Procedureel – Episodisch – Semantisch
Zintuiglijk – Episodisch – Semantisch
Semantisch – Kortetermijn – Procedureel
Welke strategie bevordert elaboration bij coderen?
Losse sleutelwoorden random herhalen en inslijten
Nieuwe info verbinden met persoonlijke voorbeelden
Alleen fluisteren tijdens het leren zodat je auditieve input hebt
Weglaten van context
Waarom wordt storytelling in marketing gebruikt?
Het voorkomt de meeste vormen van biasvorming
Verhalen helpen om herinnering te versterken
Het is uitsluitend entertainment en sensorische input
Het vervangt gedetailleerde productinformatie
Wat is een subliminale stimulus?
Een prikkel boven de absolute drempel
Een prikkel onder de absolute drempel
Een prikkel die enkel auditief is
Een prikkel die adaptatie negeert
Wat illustreert sensorische adaptatie?
Een constante geur valt na verloop van tijd minder op
Een nieuw logo valt steeds meer op hoe vaker je het ziet
Je merkt meteen elk klein prijsverschil zodra je het waarneemt
Je onthoudt automatisch alle reclames in je insta-feed
Wat is een voorbeeld van kruismodaliteit?
Felgekleurde verpakking beïnvloedt ervaren smaak
Een hogere prijs beïnvloedt de kwaliteitservaring
Een lange tekst lijkt betrouwbaarder over te komen
Een breder winkelpad voelt voller dan een smal winkelpad
