wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inleiding biodiversiteit 4de jaar

Total questions: 40

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is biodiversiteit?

a)

De biodiversiteit is de gelijkheid aan leven op aarde. - Bij een zelfde biodiversiteit leven er veel gelijke organismen bij elkaar. - Bij een gelijke biodiversiteit leven er gelijke organismen bij elkaar.

b)

De biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven op aarde. - Bij een kleine biodiversiteit leven er veel verschillende organismen bij elkaar. - Bij een hoge biodiversiteit leven er veel verschillende organismen bij elkaar.

c)

De biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven op aarde. - Bij een grote biodiversiteit leven er veel verschillende organismen bij elkaar. - Bij een lage biodiversiteit leven er weinig verschillende organismen bij elkaar.

2.

Wat is een diversiteit aan soorten.

a)

variatie binnen dezelfde soort organismen, zoals rassen die verschillen qua vorm, kleur ...

b)

Variatie aan alle soorten organismen, zoals planten, dieren, zwammen en micro-organismen

c)

variatie aan ecosystemen zijn alle biotopen, zoals vijver, bos, weide ... met hun typische klimaat en organismen

3.

Wat is een ecosysteem ?

a)

Een ecosysteem wordt gevormd door alle biotische en abiotische factoren samen die een invloed op elkaar uitoefenen. Elke biotoop op zich vormt een ecosysteem.

b)

Is een ruimtelijke voorstelling van de voedselketen, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal organismen en hun eetpatroon.

c)

Helpt dieren te overleven omdat ze hierdoor niet opvallen in hun leefomgeving. Ze doen dat door hetzelfde patroon en dezelfde kleur (schutkleur) aan te nemen en/of door zich anders voor te doen.

4.

Biodiversiteit bevindt zich op drie niveaus, welke zijn die.

a)

voeding, economie, ontspanning

b)

wetenschap, techniek, taal

c)

soorten, genen, ecosystemen

d)

bestuiving, genen, ecosystemen

5.

Wat is het belang van de biodiversiteit?

a)

Ecologie, economie en ontspanning en is een inspiratiebron voor de wetenschap en techniek.

b)

Ecologie, geschiedenis en taal en is een inspiratiebron voor de wetenschap en techniek.

6.

Wat is de evolutie van de biodiversiteit?

a)

Het gaat goed met de biodiversiteit. De gevolgen van de klimaatopwarming zijn over de hele wereld niet zichtbaar. Planten, dieren en dus ook de mens worden niet bedreigd in hun voortbestaan.

b)

Het gaat niet goed met de biodiversiteit. De gevolgen van de klimaatopwarming zijn over de hele wereld zichtbaar. Planten, dieren en dus ook de mens worden bedreigd in hun voortbestaan.

7.

Hoe lang duurt de afbraaktijd van dit zwerfafval:

appelklokhuis

a)

14 dagen

b)

6 maanden

c)

1 jaar

d)

2 jaar

e)

5 jaar

8.

Hoe lang duurt de afbraaktijd van dit zwerfafval:

kartonnen beker, krant

a)

14 dagen

b)

6 maanden

c)

1 jaar

d)

2 jaar

e)

5 jaar

9.

Hoe lang duurt de afbraaktijd van dit zwerfafval:

dun rubber, bananenof sinaasappelschil

a)

14 dagen

b)

6 maanden

c)

1 jaar

d)

2 jaar

e)

5 jaar

10.

Hoe lang duurt de afbraaktijd van dit zwerfafval:

sigarettenpeuken

a)

14 dagen

b)

6 maanden

c)

1 jaar

d)

2 jaar

e)

5 jaar

11.

Welke soort bedreiging zijn er voor biodiversiteit.

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

bodemvervuiling

b)

luchtvervuiling

c)

natuurreservaten

d)

kweekprogramma’s voor bedreigde diersoorten

e)

klimaatverandering

12.

Welke soort beschermingen zijn er voor biodiversiteit.

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

In invasieve exoten

b)

ecoducten

c)

natuurreservaten

d)

versnippering van natuurgebieden

e)

ecoducten

13.

Wat is de meest correcte definitie voor een biotoop?

a)

Plaats waar verschillende dieren samenleven en waar ze onafhankelijk zijn van elkaar.

b)

Plaats waar verschillende organen samenleven en afhankelijk zijn van elkaar.

c)

Plaats waar planten en dieren samenleven en onafhankelijk zijn van elkaar.

d)

Plaats waar organismen samenleven en afhankelijk zijn van elkaar.

14.

Welke voedselketen klopt?

a)

havik --> muis --> eik

b)

eik --> eekhoorn --> bonte specht --> havik

c)

eik --> rups --> koolmees --> havik

d)

eik --> muis --> everzwijn --> havik

15.

Welke voorstelling verkrijg je wanneer je meerdere voedselketens met elkaar verbindt?

(a)  

16.

een schimmel heeft geen ...?

a)

celkern

b)

celwand

c)

bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

17.

In welk antwoord staan alleen voorbeelden van abiotische factoren?

a)

licht, zuurstofgehalte en regen

b)

roofdieren, voedsel en soortgenoten

c)

temperatuur, regen en voedsel

d)

wind, nestgelegenheid en ziekteverwekkers

18.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

19.

Eéncellige dieren hebben

a)

een inwendig skelet

b)

een uitwendig skelet

c)

geen skelet

20.

Twee dieren behoren tot dezelfde soort als ze ...?

a)

op elkaar lijken

b)

hetzelfde gedrag vertonen

c)

nakomelingen kunnen krijgen

d)

vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

21.

Welke onderstaande groep behoort tot de ongewervelden?

a)

insecten

b)

vissen

c)

vogels

d)

amfibieën

22.

Een zeenaaktslak behoort tot de ...?

a)

zoogdieren

b)

insecten

c)

amfibieën

d)

weekdieren

23.

Een Panda behoort tussen de ...?

a)

hagedissen

b)

amfibieën

c)

zoogdieren

d)

stekelhuidigen

24.

Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier rijken. Welke zijn dat?

a)

Planten

b)

Vogels

c)

Dieren

d)

Bacteriën

e)

Schimmels

25.

Wanneer kan je antibiotica NIET gebruiken?

a)

Bij een bacteriële infectie

b)

Bij een virale infectie

26.

Planten die met behulp van zonlicht energiearme stoffen omzetten in energierijke stoffen noem je

a)

producenten

b)

reducenten

c)

consumenten

27.

Organismen die dood materiaal omzetten tot mineralen noem je

a)

producenten

b)

reducenten

c)

consumenten

28.

Varens behoren tot het plantenrijk.

a)

juist

b)

fout

29.

Deze klasse van gewervelde dieren baart zijn jongen levend.

(a)  

30.

Ik ben een koudbloedig dier en leg mijn eieren op het land. Tot welke klasse behoor ik?

a)

Reptielen

b)

Amfibieën

c)

Vissen

d)

Vogels

31.

Wat behoort tot het vrouwelijke voorplantingsorgaan van een plant?

a)

Helmknop

b)

Stempel

c)

Meeldraad

d)

Vrucht

32.

Hoe nauw verwant is de mens met chimpansees en bonobo's?

a)

99%

b)

98%

c)

~90%

d)

80-85%

e)

>80%

33.

DNA bevindt zich bij de mens in

a)

het cytoplasma

b)

de celkern

c)

het kernlichaampje

34.

In een gewone lichaamscel heeft een mens ... chromosomen.

(a)  

35.

Wat zie je op deze afbeelding?

a)

chromatine

b)

chromosoom

c)

DNA

d)

een gen

36.

Welk geslacht is hier afgebeeld?

a)

chromosomen van een man

b)

chromosomen van een vrouw

c)

kan je niet weten

37.

Bij de mens is de oogkleur een erfelijke eigenschap.

Bevatten de chromosomen in de cellen van je ogen de informatie voor je oogkleur?

a)

ja

b)

nee

38.

jouw kleur van ogen is...

a)

aangeleerd

b)

aangeboren

39.
Een Organisme is......
a)
Iets wat nooit geleefd heeft
b)
Een levend wezen
c)
Een onderdeel van het menselijk lichaam
d)
De leer van het leven
40.

Hoe heet de eencellige op het plaatje

a)

Amoebe

b)

Pantoffeldiertje