wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

P woorden oefenen 10

Total questions: 18

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Naast de vijver staat een origineel ...

a)

onkruid

b)

beeld

c)

uitgestrekt

d)

spook

2.

Het brood van bakker Jens is altijd heel knapperig. Daarom krijgt hij op internet veel positieve ...

a)

indrukwekkend

b)

publiek

c)

recensies

d)

fracties

3.

Ik heb een ... voor de praalwagen: zullen we olifanten maken?

a)

suggestie

b)

ontkenning

c)

geschikt

d)

trekpleister

4.

Het theater verkoopt oude kostuums. Het geld wordt aan een goed doel ...

a)

geopperd

b)

opgestapeld

c)

gedoneerd

d)

vernoemd

5.

Mijn zoon ... dat hij de vaas kapot heeft gemaakt.

a)

ontkent

b)

negeert

c)

omzeilt

d)

oppert

6.

Als je een nummertje koopt, kun je meedoen met de loterij. De winnaar wordt ... gekozen uit alle deelnemers.

a)

geschikt

b)

willekeurig

c)

uitgestrekt

d)

origineel

7.

Je kunt de advertenties op YouTube ... met een adblock. Zo hoef je geen reclame meer te zien.

a)

omzeilen

b)

ontkennen

c)

onderhouden

d)

controleren

8.

Zoek bij elkaar.

a)

1.

het publiek

b)

2.

de hoes

c)

3.

het spook

d)

4.

de trekpleister

e)

5.

imitatieleer

9.

De man ... de diefstal, ondanks dat hij betrapt is.

a)

negeert

b)

ontkent

c)

omzeilt

10.

Zij ... haar vriendje zolang hij geen verantwoordelijkheid wil nemen.

a)

negeert

b)

ontkent

c)

omzeilt

11.

Hij wil niet vertellen waar hij gisteren geweest is, dus hij ... de vraag door het onderwerp te veranderen.

a)

negeert

b)

ontkent

c)

omzeilt

12.

De kinderen willen de (a)   van hun favoriete tv-programma niet missen. Daarom mogen ze​ (b)   laat naar bed.

Choose from the below words
uitzending
eenmalig
recensie
geschikt
comortabel
suggestie
13.

De particuliere hovenier heeft een ... vergunning nodig van de gemeente.

a)

willekeurige

b)

uitgestrekte

c)

officiële

d)

hobbymatige

14.

Waar zie je opstapelen?

a)

b)

c)

d)

15.

Wat is het tegenovergestelde?

a)

doneren

1.

verkopen

b)

uitgestrekt

2.

krap

c)

foutief

3.

juist

d)

de fractie

4.

het geheel

e)

eenmalig

5.

vaak

16.

Deze zuivel is bedorven en is dus ... om te eten.

a)

foutief

b)

niet geschikt

c)

schimmel

d)

eenmalig

17.

De tennisser heeft een goede wedstrijd gespeeld. Zijn spel was ...

a)

indrukwekkend

b)

uitgestrekt

c)

vrijstaand

d)

foutief

18.

De weg is ... naar prinses Beatrix.

a)

officieel

b)

vernoemd

c)

omzeild

d)

geïmpliceerd