wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Handleiding om zo snel mogelijk Mill Hiller te worden

Total questions: 69

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent de uitdrukking: 'Alle begin is moeilijk'?

a)

Het is lastig om ergens mee te starten.

b)

Alles gaat altijd makkelijk.

c)

Beginnen is altijd leuk.

d)

Niets is ooit moeilijk.

2.

Wat betekent de uitdrukking: 'Een goed begin is het halve werk'?

a)

Als je goed begint, is het werk al voor een groot deel gedaan.

b)

Het maakt niet uit hoe je begint.

c)

Een goed begin zorgt altijd voor succes.

d)

Alleen het einde telt.

3.

Wat betekent de uitdrukking: 'Er is overal een mouw aan te passen'?

a)

Voor elk probleem is wel een oplossing te vinden.

b)

Het is belangrijk om altijd netjes gekleed te zijn.

c)

Soms moet je kleding repareren.

d)

Je moet altijd je mouwen opstropen om te werken.

4.

Wie zijn de belangrijke mensen voor jou en de school die je bij de ingang vindt?

a)

Conciërges (receptie)

b)

Leraren Nederlands

c)

Schooldirecteur

d)

Kantinepersoneel

5.

Waar kun je naartoe gaan als je EHBO nodig hebt op school?

a)

Naar de receptie

b)

Naar de gymzaal

c)

Naar het computerlokaal

d)

Naar de kantine

6.

Mag de school paracetamol verstrekken zonder toestemming van ouders?

a)

Nee

b)

Ja, altijd

c)

Alleen als het kind 12 jaar of ouder is

d)

Ja, als het om een lage dosering gaat

7.

In welk lokaal vind je mevrouw Schets, de coördinator leerlingzaken van de brugklassen?

a)

26A

b)

14B

c)

32C

d)

18D

8.

Wie is de conrector van de brugklas en waar vind je zijn kamer?

a)

Meneer De Graaff, naast lokaal 09

b)

Mevrouw Jansen, boven de aula

c)

Meneer Bakker, naast de gymzaal

d)

Mevrouw Smit, bij de mediatheek

9.

Vul de juiste plek in: Hier berg je jouw waardevolle spullen, telefoon, jas, boeken en gymtas extra veilig op. Dit heet een _______.

a)

kluisje

b)

kast

c)

bank

d)

doos

10.

Vul de juiste plek in: Hier kun je boeken lenen en rustig studeren. Dit heet de _______.

a)

mediatheek

b)

gymzaal

c)

kantine

d)

aula

11.

Vul de juiste plek in: Hier kun je je fiets veilig neerzetten. Dit heet de _______.

a)

fietsenstalling

b)

bibliotheek

c)

speeltuin

d)

klaslokaal

12.

Vul de juiste plek in: Hier worden praktijklessen gegeven. Dit zijn de _______.

a)

vaklokalen

b)

kantoren

c)

bibliotheken

d)

aula's

13.

Vul de juiste plek in: Dit is een centrale ruimte in de school waar vaak activiteiten plaatsvinden. Dit heet het _______.

a)

atrium

b)

lokaal

c)

kantine

d)

bibliotheek

14.

Wat moet je doen als je je kluissleutel kwijt bent?

a)

Meteen een nieuwe kopen

b)

Eerst bij de receptie vragen of deze daar ligt

c)

Niets doen

15.

Wat mag je niet doen in de Agora / projectplein?

a)

Eten of drinken

b)

Overleggen

c)

Studeren

d)

Groepswerk maken

16.

Waarvoor wordt de Agora vooral gebruikt?

a)

Als groepswerkruimte waar je met de klas of in groepjes aan de slag gaat met projecten.

b)

Als sportzaal voor lichamelijke opvoeding.

c)

Als bibliotheek voor het lenen van boeken.

d)

Als kantine voor het nuttigen van maaltijden.

17.

Wanneer heb je 's ochtends pauze in het Atrium?

a)

09.00 tot 09.15 uur

b)

10.00 tot 10.15 uur

c)

12.15 tot 12.45 uur

d)

14.45 tot 15.00 uur

18.

In het Atrium vind je ook de keuken en catering.

a)

True

b)

False

19.

Wat moet je doen als je je schoolpas kwijt bent?

a)

Voor € 2,50 kun je een nieuwe bestellen in de mediatheek.

b)

Je moet wachten tot je schoolpas vanzelf terugkomt.

c)

Je kunt zonder schoolpas naar school blijven gaan.

d)

Je moet een brief schrijven naar de directeur.

20.

Welke regels gelden er in de mediatheek?

a)

Dezelfde regels als tijdens een les in een leslokaal.

b)

Je mag altijd eten en drinken.

c)

Je mag hardop praten en muziek luisteren zonder koptelefoon.

d)

Je hoeft geen rekening te houden met anderen.

21.

In de pauze mag je op je telefoon? waar of niet waar?

a)

True

b)

False

22.

Ook online gaan we respectvol met elkaar om. Is een schoolregel. waar of niet waar?

a)

True

b)

False

23.

Foto’s of opnames van een ander zetten we nooit ongevraagd op social media. Is deze regel waar of niet waar?

a)

True

b)

False

24.

Gevaarlijke voorwerpen zoals vuurwerk en messen zijn toegestaan op school. waar of niet waar?

a)

True

b)

False

25.

Pauzeren, eten, drinken en snoepen doen we in het Atrium, het Forum of buiten. Is deze regel waar of niet waar?

a)

True

b)

False

26.

Bij een tussenuur mag je van het schoolplein af als je je pasje laat zien? waar of niet waar?

a)

True

b)

False

27.

Schoolregel: Fietsen doen we buiten het schoolterrein. Is deze regel waar of niet waar?

a)

True

b)

False

28.

We zijn een rook- en vapevrije school. Is deze regel waar of niet waar?

a)

True

b)

False

29.

We tolereren geen enkele vorm van discriminatie, pesten en/of seksuele intimidatie op onze school. Is deze regel waar of niet waar?

a)

True

b)

False

30.

Als je je niet aan de regels houdt, kun je uit de les worden gestuurd. Wat moet je dan doen?

a)

naar je mentor

b)

naar de receptie

c)

naar meneer de Graaff

d)

naar mevrouw Schets

31.

Vul het juiste woord in: De regels over gedrag op school noemen we de ________.

a)

gedragsregels

b)

schooltijden

c)

vakantieschema

d)

lerarenkamer

32.

Wat moet je doen als je ziek bent en niet naar school kunt komen?

a)

Je meldt je ziek via Magister vóór 8.30 uur

b)

Je belt direct de docent

c)

Je blijft gewoon thuis zonder iets te melden

d)

Je stuurt een brief naar school

33.

Als je in de loop van de dag ziek wordt op school, moet je je afmelden bij de _____?

a)

receptie

b)

leraar

c)

conciërge

d)

directeur

34.

Wat moet je doen als je weer beter bent, maar de behandelde lesstof niet snapt?

a)

Niets, je haalt het later wel in

b)

Vraag hulp aan je vakdocent

c)

Je hoeft niets te doen

d)

Je vraagt een klasgenoot om je huiswerk te maken

35.

Waarvoor moet je altijd toestemming vragen aan de leerlingcoördinator?

a)

Voor verlof van één dag

b)

Voor meerdaags verlof

c)

Voor een doktersafspraak

d)

Voor gymles

36.

Wat moet je doen als je een blessure hebt en niet kunt gymmen?

a)

Je blijft thuis

b)

Je vult het formulier 'Verlofaanvraag en blessuremelding' in en geeft dit aan je docent

c)

Je doet gewoon mee met gym

d)

Je meldt je af bij de receptie

37.

Wat moet je doen als je te laat bent op school?

a)

Direct naar de les gaan

b)

Je melden bij de receptie en een 'te-laat-kom-briefje' halen

c)

Naar huis gaan

d)

Wachten tot de volgende les

38.

Als je te laat bent zonder geldige reden, moet je je de volgende dag om ____ uur bij de receptie melden.

a)

8:00

b)

7:30

c)

9:00

d)

10:00

39.

Wat is de eerste stap als je uit de les bent gestuurd?

a)

Naar huis gaan

b)

Je melden bij de receptie en een oranje formulier (exitkaart) halen

c)

Direct naar de coördinator gaan

d)

Je ouders bellen

40.

Wat gebeurt er als je meerdere keren uit de les wordt verwijderd?

a)

Je krijgt een waarschuwing

b)

Je ouders worden uitgenodigd op school voor een gesprek

c)

Je krijgt extra huiswerk

d)

Je mag niet meer naar school

41.

Wat moet je altijd bij je hebben als er een lesuur uitvalt?

a)

Materiaal zoals huiswerk, leerwerk, project of een leesboek.

b)

Een sportoutfit voor de gymles.

c)

Een lunchpakket voor de pauze.

d)

Een rekenmachine voor wiskunde.

42.

Wat moet je doen als je je huiswerk niet af hebt of je spullen vergeten bent?

a)

Niets zeggen

b)

Het vóór de les tegen je docent zeggen

c)

Naar huis gaan

d)

Je spullen bij iemand anders lenen

43.

Waar mag je eten op school?

a)

In het Atrium, Forum of buiten

b)

In de Agora

c)

In de mediatheek

d)

In de lokalen

44.

Docenten zetten toetsen standaard in ________.

a)

Magister

b)

Google Classroom

c)

Teams

d)

Itslearning

45.

Opruimen: Natuurlijk ruim je je rommel op, gooi je bekertjes in de prullenbak en flesjes en blikjes in de statiegeldbak. In de pauzes zien medewerkers erop toe of dit netjes gebeurt. Waar gooi je een leeg blikje weg?

a)

In de prullenbak

b)

In de statiegeldbak

c)

Op de grond

d)

In het klaslokaal

46.

Opruimen: Natuurlijk ruim je je rommel op, gooi je bekertjes in de prullenbak en flesjes en blikjes in de statiegeldbak. In de pauzes zien medewerkers erop toe of dit netjes gebeurt. Waar gooi je je bekertje in?

a)

prullenbak

b)

statief

c)

kast

d)

vuilniswagen

47.

Waar mag je NIET zijn tijdens de pauze?

a)

Het Atrium

b)

Het Forum

c)

Het Talenplein

d)

Het schoolplein

48.

Vijf minuten voor het eind van de pauze ga je rustig naar je _____?

a)

leslokaal

b)

kantine

c)

bibliotheek

d)

gymzaal

49.

Ontruiming bij noodgevallen: Welk signaal klinkt er bij een snelle ontruiming? Vul in: Het ________-whoop-signaal.

a)

slow

b)

fast

c)

alarm

d)

nood

50.

Ontruiming bij noodgevallen: Wat moet je doen als het gebouw rustig ontruimd moet worden?

a)

Zelfstandig naar buiten rennen

b)

De instructies van je docent volgen en naar het verzamelpunt op het sportveld gaan

c)

In het lokaal blijven zitten

d)

Naar huis gaan

51.

Vul het juiste woord in: Een persoon die de klas vertegenwoordigt bij vergaderingen is de ________.

a)

klassenvertegenwoordiger

b)

leraar

c)

directeur

d)

conciërge

52.

Vul het juiste woord in: Een groep leerlingen die meedenkt over schoolzaken heet het ________.

a)

leerlingenpanel

b)

schoolplein

c)

lerarenkamer

d)

directieraad

53.

Vul het juiste woord in: Activiteiten die je samen met de klas doet, zijn ________.

a)

Klasactiviteiten

b)

Soloactiviteiten

c)

Buitenactiviteiten

d)

Vakantieactiviteiten

54.

Vul het juiste woord in: Situaties die niet vaak voorkomen, noem je ________.

a)

Bijzondere situaties

b)

Dagelijkse situaties

c)

Normale situaties

d)

Gewone situaties

55.

Vul in: Het leerlingenpanel bestaat uit leerlingen uit de onderbouwklassen, de coördinator en _____?

a)

directeur

b)

conciërge

c)

ouder

d)

mentor

56.

Hoe vaak overlegt het leerlingenpanel per jaar?

a)

Drie keer per jaar

b)

Eén keer per jaar

c)

Twee keer per jaar

d)

Vier keer per jaar

57.

Wat is het doel van de onderwerpen die in het leerlingenpanel besproken worden?

a)

Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.

b)

Om meer buitenschoolse activiteiten te organiseren.

c)

Om de schoolregels strenger te maken.

d)

Om de schoolkantine te veranderen.

58.

Wie geeft informatie door aan de klas?

a)

De klassenvertegenwoordiger

b)

De conciërge

c)

De schoonmaker

d)

De directeur

59.

Wat moet een klassenvertegenwoordiger doen als een docent niet bij het lokaal verschijnt?

a)

De klassenvertegenwoordiger vraagt bij de receptie hoe te handelen.

b)

De klassenvertegenwoordiger gaat naar huis.

c)

De klassenvertegenwoordiger belt de docent direct op.

d)

De klassenvertegenwoordiger wacht tot de docent vanzelf komt.

60.

Met wie gaat de klassenvertegenwoordiger in gesprek voor de hele klas?

a)

Met de leraar

b)

Met de conciërge

c)

Met de schoonmaker

d)

Met de kok

61.

Aan wie geeft de klassenvertegenwoordiger informatie door naast de klas?

a)

Aan de mentor

b)

Aan de conciërge

c)

Aan de directeur

d)

Aan de ouders

62.

Wat wordt aangeraden als je met een aantal kinderen van 'ver' komt (bijvoorbeeld Alphen, Hilvarenbeek)?

a)

Alleen fietsen

b)

Goede afspraken maken en nooit iemand alleen laten fietsen

c)

In het donker fietsen

d)

Geen afspraken maken

63.

Wat moet je doen als er iets vervelends gebeurt in of buiten de les?

a)

Niets doen

b)

Het bespreken met je mentor, leerlingmentoren of coördinator

c)

Naar huis gaan

d)

Alleen oplossen

64.

Tijdens de toetsweek kun je je ______ niet zien in Magister.

a)

cijfers

b)

rooster

c)

huiswerk

d)

berichten

65.

Hoe vaak per jaar krijg je feedback van vakdocenten in het leerlingvolgsysteem (LVS)?

a)

Vier keer per jaar

b)

Eén keer per jaar

c)

Twee keer per jaar

d)

Zes keer per jaar

66.

Het belang van een agenda bij het maken van huiswerk is:

a)

Het helpt om huiswerk en deadlines te plannen.

b)

Het zorgt ervoor dat je minder huiswerk krijgt.

c)

Het maakt huiswerk automatisch voor je.

d)

Het voorkomt dat je naar school hoeft te gaan.

67.

Een boekentas is belangrijk voor je huiswerk omdat:

a)

je al je boeken en schriften makkelijk kunt meenemen.

b)

je sneller kunt schrijven.

c)

je minder huiswerk krijgt.

d)

je geen pauze hoeft te nemen.

68.

Een goede werkplek is belangrijk bij het maken van huiswerk omdat:

a)

je je beter kunt concentreren.

b)

je sneller afgeleid raakt.

c)

je minder hoeft te leren.

d)

je meer pauzes moet nemen.

69.

Het is handig om te weten hoe lang je aan je huiswerk moet werken omdat:

a)

je je tijd beter kunt plannen.

b)

je minder huiswerk krijgt.

c)

je sneller klaar bent met alles.

d)

je geen pauzes hoeft te nemen.