Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leerjaar 4. Herhaling Regeling vmbo

Total questions: 31

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen onderdeel van het centraal zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Zenuwen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

2.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

3.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

4.

Wat voor zenuwcel is dit?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel

c)

Schakelcel

5.

Waar bevindt het cellichaam van de bewegingszenuwcel?

a)

Bij de spieren

b)

In het centraal zenuwstelsel

c)

Bij de zintuigen

6.

Waar bevindt zich het ruggenmerg?

a)

In de schedel

b)

In de wervelkolom

c)

In je bekken

d)

In je opperarmbeen

7.

Waar liggen de cellichamen van de schakelcellen en de bewegingscellen?

a)

In de grijze stof

b)

In de witte stof

c)

In de ruggenmergzenuw

d)

In de zenuwknoop

8.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
9.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
10.
Wat is een voorbeeld van een reflex?
a)
Terugduwen
b)
Trappen tegen een bal
c)
Kijken naar een film
d)
Het knipperen van je ogen
11.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)
Omdat het leuk is
c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
12.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
13.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
14.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
15.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
16.
Waarvoor zorgt hypofyse? 
a)
Speeksel aanmaak
b)
Haargroei
c)
Botgroei
d)
Hersengroei
17.
Een persoon heeft een trage werkende schildklier. Wat gebeurt er met zo'n iemand? 
a)
Zo'n persoon word rusteloos
b)
Zo'n persoon vermagert sterk
c)
Bij zo'n persoon is de verbranding van cellen laag.
d)
Bij zo'n persoon is er veel verbranding van de cellen
18.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
19.
Welk hormoon produceren die bijnieren?
a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)
Geslachshormonen
20.

Hormonen zijn altijd heel langzaam.

Wat zorgt er voor dat het hormoon Adrenaline wel heel snel effect heeft.

a)

Het is een klein hormoon.

b)

Je krijgt het in één keer heel veel in je bloed.

c)

Het is een groot hormoon.

d)

Overal in je lichaam wordt Adrenaline geproduceerd.

21.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
22.

In je huid zitten verschillende zintuigen. Welk zintuig heb je nodig om te merken dat iets koud is?

a)

Het kou zintuig

b)

Het warmte zintuig

c)

De temperatuurszintuig

23.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Twee leerlingen doen elk een bewering over schade aan delen van het zintuigenstelsel en het zenuwstelsel.

Mariam zegt: 'Door schade aan een zintuig kunnen in dit zintuig wellicht geen impulsen meer ontstaan.'

June zegt: 'Door schade aan de hersenstam kan verlamming van het gehele lichaam ontstaan.' Wie heeft gelijk?

a)

Mariam heeft gelijk

b)

June heeft gelijk

c)

geen van beiden heeft geljk

d)

beiden hebben gelijk

25.

Wanneer de bloedsuikerspiegel lager dan normaal wordt, produceren de Eilandjes van Langerhands een hormoon. Welk hormoon is dit?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Glycogeen

d)

Melatonine

26.

Wanneer de bloedsuikerspiegel hoger is dan normaal, produceren de Eilandjes van Langerhands een hormoon. Welk hormoon is dit?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Glycogeen

d)

Melatonine

27.

Waar worden de hormonen uit de alvleesklier geproduceerd?

a)

Eilandjes van Langerhands

b)

Schildklier

c)

Bijnier

d)

Hypofyse

28.

Ria het kleine antiloopje moet rennen voor haar leven. Welk hormoon maakt Ria nu vooral aan?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Adrenaline

d)

Schildklierhormoon

29.

Wanneer Insuline wordt afgegeven door de Eilandjes van Langerhands, wordt glucose zo omgezet dat het als reservestof in de lever en spieren kan worden opgeslagen. Wat is de naam van deze stof?

a)

Glycogeen

b)

Glucagon

c)

Suiker

d)

Vet

30.

Ria het antiloopje produceert een hormoon waardoor ze, als het moet, ineens heel hard kan wegrennen. Ze kan door dit enigste snel werkende hormoon nog sneller rennen dan normaal! Maar waar wordt dit bepaalde hormoon geproduceerd?

a)

Schildklier

b)

Bijnieren

c)

Nieren

d)

Alvleesklier

31.

Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed.

Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.


Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?

a)

door de bijnieren

b)

door de hypofyse

c)

door de schildklier

d)

door de alvleesklier