WorksheetsTheorie Basis week 2
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Tijdens een klachtenafhandeling blijft een bezoeker urenlang licht prikkelbaar zonder een duidelijke trigger.
Welke term past het best bij deze toestand?
Emotie
Stemming
Attitude
Motivatie
Een onderzoeksteam wil in een pretest drie hoofdaspecten van emoties onderscheiden.
Welke drie horen volgens Valkeneers bij een emotie?
Activatie, beleving, expressie
Waarneming, geheugen, interpretatie
Motivatie, behoefte, arousal
Expressie, overtuiging, wilskracht
In een test met prototype vraag je respondenten om een situatie te laten indenken voordat je hen een nieuw product toont. Je hoopt hiermee een emotie op te wekken.
Welk pad naar emotie wordt hiermee benut?
Gebeurtenis zelf
Herinnering
Verbeelden
Zien bij een ander
Een proefpersoon voelt duidelijke arousal. In een gezellige wachtruimte denkt hij dat het "opgewondenheid", in een donkere gang "angstig".
Welke theorie past het best bij deze uitkomst?
Schachter-Singer (twee-factoren)
James-Lange
Common-sense
Cannon-Bard
Wat is volgens Damasio een feeling?
De spierbeweging die expressie mogelijk maakt
Representatie van wat er in het lichaam gebeurt tijdens de emotie
Een losstaand mentaal proces zonder lichaamsbasis
De externe prikkel die de emotie uitlokt
Iemand ervaart de emotie hoop. Dat betekent dat er iets misschien iets gaat gebeuren wat niemand beinvloedt en overeenkomt met de behoeften van die persoon.
Welke set van appraisal-dimensies hoort bij deze indeling?
Agency, Probability, Motive consistency
Valentie, intensiteit, duur
Controle, hedonisch niveau, novelty
Dominantie, nabijheid, verrassing, kalmte
Een ontevreden klant belt naar de serviceafdeling en is boos. Het maakt niet uit wat de medewerker zegt, alles wordt negatief opgevat.
Waardoor valt dit te verklaren?
Refractaire toestand
Het coping mechanisme/ waargenomen power van de klant
De refractaire toestand
De cognitive appraisal
In een test van een advertentie wil je arousal objectief kunnen meten.
Welke meetinstrument kan je hier het beste voor gebruiken?
Galvanische huidweerstand en/of pupilreactie
Gezichts-EMG
Gesloten en gevalideerde vragen in een enquête
Focusgroep met meerdere metingen
Om te bepalen of iemand positieve of negatieve emoties heeft bij een product, meten we hoe dicht iemand naar een product toe loopt.
Deze meting is gebaseerd op:
Pupildilatatie vanwege het zicht
Approach/avoidance-behaviour
Alleen verbale rapportage
Semantische differentiaal
Wat is de constructietheorie van emoties?
Emoties zijn louter reflexen zonder context voortkomend uit evolutie
Lichamelijke sensaties bepalen de emotie één-op-één
cultuur schrijft universele emoties voor
Emoties worden geconstrueerd via voorspellingen en context
Welke drie componenten omvat het ABC-model van Rosenberg & Hovland (1960)?
Affectief - Cognitief - Conatief
Automatisch - Bewust - Cognitief
Adaptief - Beoordelend - Cognitief
Associatief - Biologisch - Cognitief
Wat beschrijft de affectieve component van attitude?
De gedragsintentie
De evaluatie van productattributen
De kennis en overtuigingen
De gevoelens of emoties bij een object
Welke attitude-functie gebruik je wanneer je een Feyenoord-shirt draagt om je identiteit uit te drukken?
Zelf-expressieve functie
Kennisfunctie
Ego-defensieve functie
Instrumentele functie
Welke strategie gebruik je om cognitieve dissonantie te verminderen?
Extra informatie zoeken die bevestigt dat de smartphone een goede keuze was
De smartphone terugbrengen naar de winkel om zo weer terug te gaan naar status quo
De prijs volledig negeren bij toekomstige aankopen
Zoveel mogelijk positieve recensies vermijden
Wat is een beperking van het multi-attribuutmodel?
Het houdt geen rekening met overtuigingen van consumenten.
Het kan geen attitudes meten
Het geeft geen inzicht in de relatie tussen attitude en gedrag
Het is niet toepasbaar op bedrijven en merken
Welke theorie stelt dat gedragsintentie een mediator is tussen attitude en gedrag?
Elaboration Likelihood Model
Zelfperceptietheorie
Theory of Planned Behavior
Conditioneringstheorie
Wat beschrijft contactconditionering (Zajonc, 1968)?
Hoe meer contact met een object, hoe negatiever de evaluatie
Hoe meer contact met een object, hoe positiever de evaluatie
Attitudes veranderen alleen door reclame
Attitudes veranderen door straf en beloning
Wanneer ontstaat cognitieve dissonantie volgens Festinger (1957)?
Bij consistente overtuigingen
Bij tegenstrijdigheid tussen kennis, gevoelens en gedrag
Bij het kopen van een goedkoop product
Bij lage betrokkenheid en sterkte overtuigingen van het product/situatie
Welke strategie kan een marketeer toepassen om attitudeconsistentie te benutten?
Merken associëren met negatieve emoties
Onzekere informatie geven
Kleine toezeggingen vragen die leiden tot groter engagement
Consumenten ontmoedigen om te vergelijken
Hoe verklaart het Elaboration Likelihood Model het effect van een beroemdheid in een reclame bij lage betrokkenheid?
Via de perifere route: de beroemdheid fungeert als cue
Via de centrale route: sterke argumenten zijn doorslaggevend
Via cognitieve dissonantie: de consument wil consistent zijn
Via klassieke conditionering: de beroemdheid roept angst op
