wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voorkennis transformator

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Een transformator werkt op gelijkstroom

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Welke netten kan een transformator verbinden?

a)

DC/DC

b)

AC/DC

c)

DC/AC

d)

AC/AC

3.

De spanningsverhouding van een transformator is:

a)

U1U2=N1N2\frac{U1}{U2}=\frac{N1}{N2}

b)

U2U1=N1N2\frac{U2}{U1}=\frac{N1}{N2}

c)

U1×U2=N1×N2U1\times U2=N1\times N2

4.

De stroom verhouding van een transformator is:

a)

I1×I2=N1×N2I1\times I2=N1\times N2

b)

I1×N1=I2×N2I1\times N1=I2\times N2

c)

I1I2=N1N2\frac{I1}{I2}=\frac{N1}{N2}

5.

Een dy transformator is in ster/driehoek verbonden

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Transformatoren aan boord zijn olie gekoeld

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

De koperverliezen van een transformator bepaal je met:

a)

De nullast proef

b)

De kortsluit proef

c)

De vollast proef

d)

De koper proef

8.

De ijzerverliezen van een transformator bepaal je met:

a)

De nullast proef

b)

De kortsluit proef

c)

De ijzer proef

d)

De vollast proef

9.

Wat gebeurt er als de secundaire zijde meer windingen heeft dan de primaire zijde?

a)

De spanning is lager aan secundaire zijde dan aan de primaire zijde

b)

De stroom blijft gelijk

c)

De transformator werkt niet

d)

De spanning is hoger aan secundaire zijde dan aan de primaire zijde

10.

Wat gebeurt er met de stroom als de spanning omhoog gaat?

a)

Blijft gelijk

b)

Gaat omlaag

c)

Gaat omhoog

11.

Hoe veel transformator huisjes staan er op het terrein van het KIM?

a)

0

b)

1

c)

2

d)

3