wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 brandstoffen en H7 verbranding

Total questions: 26

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Is dit plaatje van een thermoplast of een thermoharder?

a)

thermoplast

b)

Thermoharder

2.

koolwaterstoffen met de algemene formule CnH2n+2C_nH_{2n+2} heten?

(a)  

3.

Lees de gegeven tekst.

De gele felle vlam is een verbrandingsverschijnsel.

Geef nog een verbrandingsverschijnsel.

(a)  

4.

Wat is het symbool voor tin?

a)

Sn

b)

Ti

c)

Tn

d)

Si

e)

Se

5.

Bij de verbranding van sommige fossiele brandstoffen kan, behalve NOx, ook een andere stof vrijkomen die zure regen veroorzaakt. Welke stof is dat?

a)

CFK's

b)

koolstofmono-oxide

c)

roet

d)

zwaveldioxide

6.

Hoe heet het proces waarbij kunststoffen worden gevormd uit kleine moleculen?

a)

kraken

b)

polymerisatie

c)

ontharden

d)

thermolyse

7.

Welke eigenschap past bij het begrip thermoplast?

a)

Een thermoplast blijft hard bij verwarmen.

b)

Een thermoplast breekt bij verwarmen.

c)

Een thermoplast stolt bij verwarmen.

d)

Een thermoplast vervormt bij verwarmen.

8.

juist of onjuist?

Aardolie, aardgas en steenkool zijn fossiele brandstoffen.

a)

juist

b)

onjuist

9.

juist of onjuist?

Een koolwaterstof bestaat uit koolstof- en waterstofmoleculen.

a)

juist

b)

onjuist

10.

juist of onjuist?

Bij kraken maak je van grote moleculen kleinere moleculen

a)

juist

b)

onjuist

11.

juist of onjuist?

Een monomeer bestaat uit heel veel polymeren.

a)

juist

b)

onjuist

12.

juist of onjuist?

Bij hergebruik maak je een nieuw product van het afval.

a)

juist

b)

onjuist

13.

In het gegeven figuur zie je de aardolieproductie van Nederland
In welke plaats werd de eerste aardolie opgepompt?

(a)  

14.

Vanaf welk jaar is er aardolie gepompt in West-Nederland?

(a)  

15.

Boven in de destillatietoren is de temperatuur

a)

hoog

b)

laag

16.

Bij het omzetten van octaan, C8H18C_8H_{18} (l), in C4H8C_4H_8 (g) ontstaat ook één andere gasvormige koolwaterstof.
Uit hoeveel waterstofaftomen bestaat deze gasvormige koolwaterstof?

(a)  

17.

Maak de reactievergelijking compleet door het missende coëfficient in te vullen:
C16H34(l)C10H22(l)+C3H6(g)C_{16}H_{34}\left(l\right)\rightarrow C_{10}H_{22}\left(l\right)+_{\cdots}C_3H_6\left(g\right)

(a)  

18.

Wat is chlooretheen ( C2H3ClC_2H_3Cl )?

a)

een koolwaterstof

b)

een polymeer

c)

een brandstof

d)

Een CFK

19.

Wat is de naam van het polymeer dat wordt gemaakt uit methylstyreen?

(a)  

20.

Geef een andere naam voor thermoplast

(a)  

21.


Wat is een andere naam voor polymeer

a)
kunststof
b)

koolwaterstof

c)

bezine

d)
rubber
22.

Waar staat kca voor?

a)

klein gevaarlijk afval

b)

klein chemisch afval

c)

karton en cellulose afval

d)

kubus, cillinder en asymptoot

23.

Geef het onbrekende coëfficient van de weergeven reactie:

(a)  

24.

Bitumen ontstaat als residu bij de destillatie van aardolie.

Door welke stofeigenschap van bitumen kan het bitumen worden afgescheiden van de overige

aardolie?

a)

Bitumen heeft een lager kooktraject dan de overige aardolie.

b)

Bitumen heeft een hoger kooktraject dan de overige aardolie.

c)

Bitumen heeft een slechte oplosbaarheid in de overige aardolie.

d)

Bitumen heeft een goede oplosbaarheid in de overige aardolie.

25.

Lees de tekst.
Geef de naam van de scheidingsmethode die is beschreven in de regels 8 tot en met 10 van de gegeven tekst

(a)  

26.

lees de gegeven tekst.
In het beschreven proces vindt polymerisatie plaats van één soort monomeren.

In welk blok worden deze monomeren ingevoerd?

a)

blok I

b)

blok II

c)

blok III