wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1hv SO voorbereiding H1.1 1.2 Australië

Total questions: 33

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Welk schaalniveau is het grootst?

a)

Mondiaal

b)

Lokaal

c)

Regionaal

d)

Nationaal

2.

Hoe heet een kaart dat over één onderwerp gaat?

a)

Thematische kaart

b)

Overzichtskaart

3.

Hoe heet een kaart waar ik hoogte, spoorlijnen, steden en rivieren op kan zien?

a)

Thematische kaart

b)

Overzichtskaart

4.

Een kaart heeft een schaal van 1 : 800.000 hoeveel kilometer is 1 centimeter op de kaart?

a)

800.000

b)

8000

c)

8

5.

Een kaart heeft een schaal van 1 : 300.000 hoeveel kilometer is 3 centimeter op de kaart?

a)

3

b)

300.000

c)

9

d)

900.000

6.

Een kaart heeft een schaal van 1 : 450.000 hoeveel kilometer is 1 centimeter op de kaart?

a)

450.000

b)

4.5

c)

45

7.

Geef de goede schaal aan:

Kaart van de stad Zwolle

a)

Mondiaal

b)

Lokaal

c)

Nationaal

d)

Continentaal

8.

Geef de goede schaal aan:

Kaart van Europese bevolkingsdichtheid

a)

Mondiaal

b)

Lokaal

c)

Nationaal

d)

Continentaal

9.

Geef de goede schaal aan:

Kaart alle fietsgebieden in Nederland

a)

Regionaal

b)

Lokaal

c)

Nationaal

d)

Continentaal

10.

Geef de goede schaal aan:

Kaart van de populairste vakantieparken in de provincie Gelderland

a)

Regionaal

b)

Lokaal

c)

Nationaal

d)

Continentaal

11.

Een kaart heeft een schaal van 1 : 700.000 hoeveel is 2 centimeter op de kaart in kilometer?

a)

14

b)

7

c)

14.000.000

d)

14.000

12.

Wat voor soort kaart is dit?

a)

Thematische kaart

b)

Overzichtskaart

13.

Welke schaal past bij deze kaart?

a)

Continentaal

b)

Regionaal

c)

Nationaal

d)

Mondiaal

14.

Wat voor soort kaart is dit?

a)

Thematische kaart

b)

Overzichtskaart

15.

Welke schaal past het best bij deze kaart?

a)

Nationaal

b)

Mondiaal

c)

Lokaal

d)

Continentaal

16.

Geef aan goed of fout

Hoe kleiner het schaalgetal, hoe minder details op een kaart zichtbaar zullen zijn

a)

Fout

b)

Goed

17.

Welk begrip hoort bij de omschrijving 'Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/km2)'

a)

Bevolkingsdichtheid

b)

Dichtbevolkt

c)

Dunbevolkt

18.

In het centrum van een grote stad vind je...

a)

vrijstaande huizen en rijtjes huizen

b)

Hoge woontorens, kantoren en winkels

19.

In de buitenwijk van een stad vind je..

a)

Rijtjeshuizen en vrijstaande woningen

b)

Hoge gebouwen

20.

Een legenda is een verklaring van alle symbolen, kleuren en tekens op een kaart

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Als een kaart bekijkt op lokale schaal, dan bekijk je de kaart ingezoomd.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Hier is de bevolkingsdichtheid

a)

Hoog

b)

Laag

23.

Sydney heeft twee type wijken, dit is de wijk:

a)

Downtown

b)

Suburb

24.

Sydney heeft twee type wijken, dit is de wijk:

a)

Downtown

b)

Suburb

25.

Wat heb je nodig om een kaart goed te kunnen lezen?

a)

Ogen - legenda - schaal - titel

b)

titel - legenda - schaal en noordpijl

c)

noordpijl en legenda

26.

Waar vind je de noordpijl als die niet op de kaart staat?

a)

Boven aan de kaart

b)

Onder aan de kaart

c)

zijkant

27.
Wat mist er op deze kaart?
a)
Legenda
b)
Noordpijl
c)
Schaal
d)
Titel
28.
De afstand van het Centraal Station naar de Dam is op de kaart 5 cm. De schaal van de kaart is 1:20.000.
a)
0,1 km
b)
1 km
c)
0,2 km
d)
2 km
29.
Op een overzichtskaart van de wereld zie je meer detail dan op een overzichtskaart van Vancouver.
a)
Waar
b)
Niet waar
30.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

31.

Bij welk niveau hoort deze uitspraak? ''In het drukke stadscentrum van Maastricht hebben de mensen een hoger salaris dan in de buitenwijken''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

32.

Als je eerst op mondiaal schaalniveau kijkt en daarna op contintaal schaalniveau... Wat doe je dan??

a)

inzoomen

b)

uitzoomen

33.

Welk niveau hoort bij Gelderland?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau