wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Doelgericht onderwijs ontwerpen

Total questions: 11

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Vraag 1. De leerkracht van groep 3 stelt het volgende doel: 'De leerling kan de hoofdletters en kleine letters correct schrijven.' Tot welk hoofdtype doel behoort dit?

a)

Kennis- en inzichtdoel

b)

Vaardigheidsgeoriënteerd doel

c)

Attitude-gerelateerd doel

d)

Evaluatiegegevens

2.

Vraag 2. Een doel in groep 8 is: 'De leerling toont initiatief en durft bij een projecttaak uit zichzelf een plan op te pakken.' Welk specifiek Attitude-gerelateerd doel wordt hiermee beoogd?

a)

Respect

b)

Verantwoordelijkheid

c)

Zelfvertrouwen

d)

Zelfontplooiing

3.

Vraag 3. De leerkracht van groep 5 wil dat de leerlingen 'de stappen voor het oplossen van een deelsom met rest (bijvoorbeeld 77:8=) kunnen uitvoeren' Ze gebruikt een EDI-lesopbouw. Welk specifiek type Kennis- en inzichtdoel is dit?

a)

Feiten

b)

Concepten

c)

Procedures

d)

Strategieën

4.

Vraag 4. De 'Actiewoorden' voor het stellen van doelen omvatten onder andere 'Communiceren', 'Samenwerken' en 'Oefenen op basis van feedback ontvangen'. Welke overkoepelende categorie van vaardigheden wordt hiermee getypeerd?

a)

A. Traditionele Motorische vaardigheden

b)

B. Rekengerelateerde vaardigheden

c)

C. 21e-eeuwse vaardigheden

d)

D. ICT-basisvaardigheden

5.

Vraag 5. Wat is de meest karakteristieke 'Input' die nodig is om Attitude-gerelateerde doelen te kunnen stellen, naast 'Evaluatiegegevens'?

a)

Inzichtdoelen (bijvoorbeeld beeld kernconcepten)

b)

Kerndoelen

c)

Schoolgerelateerde keuzes

d)

Leerlijnen

6.

Vraag 6. Een doel in groep 7 is: 'De leerling is in staat zichzelf te sturen door de voortgang van een werkstuk te organiseren, plannen, controleren en beoordelen.' Welke 21e-eeuwse vaardigheid wordt hier beschreven?

a)

Probleemoplossingsvaardigheden

b)

Informatievaardigheden

c)

Communiceren

d)

Zelfreguleringsvaardigheden

7.

Vraag 7. De leerkracht wil dat de leerlingen van groep 6 de betekenis van verschillende meervoudige woorden (zoals 'bank' of 'pad') kunnen uitleggen. Welk type Kennis- en inzichtdoel past hier het best bij?

a)

Strategieën

b)

Procedures

c)

Concepten

d)

Inzichten en conceptuele kennis

8.

Vraag 8. Een leerkracht stelt het doel: 'De leerling kan de mening van een klasgenoot over een ingewikkeld onderwerp respectvol verwoorden, ook als ze het er niet mee eens zijn.' Hoewel het actiewoord 'verwoorden' een vaardigheid lijkt, ligt de nadruk van dit doel op de:

a)

Vaardigheid: Communiceren

b)

Attitude: Respect

c)

21e-eeuwse vaardigheid: Samenwerken

d)

Kennis: Feitenkennis

9.

Vraag 9:"Bij welk type Traditionele vaardigheden hoort het proces 'Noteren en weergeven van meetgegevens van de groei van een bloem in een grafiek'? We praten over concepten als regels en strategieën, mede door het ontvangen van feedback'.

a)

Motorische vaardigheden

b)

Taalgerelateerde vaardigheden

c)

21e-eeuwse vaardigheden: Informatievaardigheden

d)

Rekengerelateerde vaardigheden

10.

Vraag 11: Een leerling uit groep 6 moet sommen als 14x19= en 8x35= uitrekenen. Het doel is dat de leerling de meest efficiënte rekenaanpak kiest (Rekenen met te veel, verdubbelen en halveren) . Welk type Kennis- en inzichtdoel wordt hier primair nagestreefd?

a)

A. Feiten (Enkelvoudige, onveranderlijke gegevens)

b)

B. Procedure (Vaste, stap-voor-stap uitvoering)

c)

C. Strategie (Veranderlijke, algemene aanpak om een probleem op te lossen)

11.

Vraag 12. De Kerndoelen kun je zien als de eindbestemming die de overheid voor alle leerlingen heeft vastgelegd ('wat ze moeten kennen en kunnen').
Wat is dan de meest accurate omschrijving van de Leerlijnen (zoals Tule/SLO ze uitwerkt) voor de leerkracht in het basisonderwijs?

a)

A. Het zijn de algemene evaluatiegegevens om de voortgang van de leerlingen te meten.

b)

B. Het is het gedetailleerde stappenplan dat beschrijft welke leerstof wanneer, in welke volgorde en met welke tussendoelen per groep moet worden aangeboden.

c)

C. Het zijn de schoolgerelateerde keuzes die de pedagogische visie en de attitude-doelen bepalen.

d)

D. Het zijn de verplichte methodes en lesmaterialen die de school moet aanschaffen.