WorksheetsBegrippenlijst thema 1 hoofdstuk 4
Total questions: 16
Worksheet time: 10mins
Vul het juiste begrip in: Het geheel van alle mogelijke klanten van een product of onderneming.
afzetmarkt
concurrentie
productieproces
leverancier
Vul het juiste begrip in: Een land waar de geïmporteerde goederen onmiddellijk en onbewerkt weer geëxporteerd worden naar het buitenland.
doorvoerland
grondstoffenland
productieland
afzetmarkt
Vul het juiste begrip in: Dat betekent dat men zo veel mogelijk omzet wil bekomen met zo weinig mogelijk kosten.
efficiënt
duurzaam
creatief
ambitieus
Vul het juiste begrip in: Hierdoor kunnen goederen, diensten, kapitaal en personen vrij bewegen binnen de Europese Unie.
Europese interne markt
Europese Centrale Bank
Schengenzone
Europese Raad
Vul het juiste begrip in: Hiermee wordt de internationale handel met landen buiten de EU bedoeld.
extracommunautaire handel
intracommunautaire handel
binnenlandse handel
regionale handel
Vul het juiste begrip in: De ontwikkeling waarbij bedrijven op het gebied van productie, afzet en communicatie meer op internationaal niveau actief zijn.
(a)
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Het positieve of negatieve verschil tussen de export en de import van goederen en diensten van een land. Het is dus het inkomen uit internationale handel.
(a)
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? De landen waarmee een land handel voert.
handelspartners
grondstoffen
importtarieven
staatsvormen
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Het aankopen en verkopen van producten in het buitenland.
internationale handel
binnenlandse productie
consumentenrecht
milieubeleid
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Volgens deze berekeningswijze behoren alle producten die een land binnenkomen, ongeacht of ze voor het binnenland bestemd zijn of niet, tot de import. Export bevat alle producten die het land verlaten, ongeacht of ze in het land geproduceerd werden of niet.
internationale handel volgens communautaire concept
internationale handel volgens nationaal concept
bruto binnenlands product
betalingsbalans
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Volgens deze berekeningswijze behoren alleen producten die het land binnenkomen en in dat land verwerkt of geconsumeerd worden tot de import. Export bevat alleen producten die in het eigen land geproduceerd werden en vervolgens het land verlaten.
internationale handel volgens nationale concept
internationale handel volgens goederenconcept
bruto binnenlands product
consumptiequote
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Hiermee wordt de internationale handel tussen de EU-lidstaten bedoeld.
intracommunautaire handel
buitenlandse directe investering
protectionisme
exportsubsidie
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Het kopen van goederen en diensten in het buitenland.
invoeren (importeren)
uitvoeren (exporteren)
produceren
sparen
Welk begrip hoort bij de volgende definitie? Ontstaan als de kosten per geproduceerde eenheid dalen door meer te produceren?
(a)
Vul het juiste begrip in: Hierbij beperkt een onderneming zich tot de producten die ze het efficiëntst kan produceren.
specialiseren
diversifiëren
investeren
exporteren
Vul het juiste begrip in: Het verkopen aan buitenlandse ondernemingen of consumenten.
uitvoeren (exporteren)
importeren
produceren
investeren
