WorksheetsA2 H2
Total questions: 15
Worksheet time: 30mins
Geef aan in welke opsomming alleen maar stofeigenschappen staan:
kleur, massa, geur
volume, brandbaarheid, smaak
giftigheid, breekbaarheid, dichtheid
vorm, inhoud, deeltjesgrootte
De beste omschrijving van een stofeigenschap is:
Een meetbare grootheid van die stof
Eigenschap waaraan je een stof kunt herkennen
Elke eigenschap die uniek is voor die ene stof
Elke gevarensymbool op een stof
Welke omschrijving bestaat niet onder de GHS-symbolen (gevarensymbolen)?
corrosief
licht ontvlambaar
reducerend
milieugevaarlijk
Welk mengsel is een oplossing?
melk
mayonaise
thee
kwark
Welk mengsel is een suspensie?
koffie
verf
yoghurt
cola
Filtreren werkt doordat:
Er een verschil in deeltjesgrootte is binnen het mengsel
Opgeloste stoffen groter zijn dan het oplosmiddel
water en olie niet goed mengen met elkaar
vaste stof nooit kan oplossen in vloeistof
Extraheren is het proces waarbij:
bepaalde stoffen uit vaste stof worden opgelost in een vloeistof
olie en water toch met elkaar gemengd worden met een hulpstof
vaste stof gescheiden wordt van vloeistof in een suspensie
zout uit zeewater wordt gehaald met warmte
Een zuiver stof is een stof die:
een vaste set stofeigenschappen heeft
uit meerdere moleculen bestaat
uit één soort molecuul bestaat
als residu opgevangen kan worden
Het filtraat is:
het mengsel voordat het gefiltreerd wordt
wat er op het filter achterblijft
wat er door het filter heen loopt
altijd een vaste stof
het volume kan berekend worden met:
1 methode en 3 formules
3 formules
2 formules
1 formule
de inhoud van een cilinder kan bepaald worden met de formule V =
π2 ⋅ r ⋅ h
h ⋅ r2 ⋅ π
h2 ⋅ r ⋅ π
√d ⋅ h ⋅ π
Welke bewering is juist voor massa?
alles heeft massa
het gewicht is gelijk aan de massa
massa is een stofeigenschap
kan aangeven uit hoeveel moleculen een stof bestaat
Als de dichtheid van voorwerp A twee keer zo groot is als de dichtheid van voorwerp B, welke bewering is dan juist?
A heeft een tweemaal hogere massa dan B
A heeft een tweemaal hoger volume dan B
A heeft een tweemaal hogere massa en volume dan B
A is van een ander materiaal gemaakt dan B
De dichtheid van water bij 20 °C bedraagt ongeveer:
0,001 kg/mL
1000 kg/m3
1 mg/cm3
100 g/L
Welk voorwerp zal drijven op het water?
koperen kubus
bol van zwart ebbenhout
kegel van marmer
pyramide van piepschuim
