wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizz TGO vragen

Total questions: 23

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het doel van het opnemen van de Inner Development Goals in het onderwijs?

a)

Studenten helpen bij het kiezen van een studie

b)

Vaardigheden ontwikkelen die transities ondersteunen

c)

Toetsing verbeteren

d)

Ondersteuning bieden aan persoonlijke groei van studenten

2.

Welke metafoor wordt in het TGO-onderwijsconcept gebruikt om de ontwikkeling van studenten en opleidingen te beschrijven?


a)

Een boom met wortels en takken

b)

Een rivier die stroomt

c)

Een berg die beklommen wordt

d)

Een netwerk van wegen

3.

Wat is het doel van learning communities binnen het onderwijsconcept?

a)

Studenten voorbereiden op toetsing

b)

Docenten trainen in didactiek

c)

Samenwerken aan transities en van elkaar leren

d)

Individuele prestaties meten

4.

Bij welk Inner Development Goal worden als kenmerken Waardering, Bescheidenheid en Mededogen genoemd?

a)

'Verbinden' of 'zorgen voor anderen en de wereld'

b)

'Samenwerken' of 'teamwork'

c)

'Zelfbewustzijn' of 'persoonlijke groei'

d)

'Creativiteit' of 'innovatie'

5.

HVHL heeft gekozen voor 4 thema's in transitie. Klimaatverandering, duurzame keten voor landbouw en voedsel en transitie naar duurzaam waterbeheer. Wat is het 4e thema?

a)

Biodiversiteit / duurzame leefomgeving

b)

Energievoorziening

c)

Digitale innovatie

d)

Stedelijke mobiliteit

6.

HVHL wil de teams ontwikkelen tot excellente voorbeelden van transitie experts. Welke leiderschapsstijl wordt nagestreefd?

a)

Dienend leiderschap die medewerkers faciliteert

b)

Autoritair leiderschap dat top-down stuurt

c)

Laissez-faire leiderschap zonder sturing

d)

Transactioneel leiderschap gericht op beloning en straf

7.

“Een transitiemaker heeft meer aan een goed gesprek dan aan een goed cijfer.”

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

“Samen leren betekent: je mag pas naar huis als je het eens bent.”

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

“Actief leren is: studenten laten ploeteren zonder dat jij als docent iets hoeft te doen.”

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

“In TGO-onderwijs is de boom een metafoor voor groei – niet voor stug blijven staan.”

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Een student mag zelf kiezen hoe hij bijdraagt aan transities, zolang het maar binnen het rooster past.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

“Transitiegericht onderwijs is vooral bedoeld voor studenten – docenten hoeven niet mee te veranderen.”

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

“De Sustainable Development Goals zijn ons kompas, maar de Inner Development Goals zijn onze motor.”

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

“Een goed georganiseerde opleiding is als een IKEA-kast: duidelijk, flexibel en soms frustrerend.”

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

“In een learning community ben je nooit alleen – zelfs niet als je dat wel wilt.”

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

“Bij TGO-onderwijs mag je fouten maken, zolang je er maar een reflectieverslag over schrijft.”

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

De verbinding tussen de 4 transitie thema's en de opleiding bedrijfskunde en agribusiness kan het beste worden gemaakt door:

4 lines
18.

In de lesmodule 'Zicht op de sector', waarbij BAB en IP samenwerken, hoe is het TGO beleid vertaald?

4 lines
19.

Welke lectoraten bij VHL zijn de groen-blauwe partners voor de BAB opleiding?

4 lines
20.

Wat is het belangrijkste doel van ontwikkelingsgericht toetsen binnen het transitiegericht onderwijs van HVHL?

a)

Studenten zo snel mogelijk laten slagen voor hun toetsen

b)

Studenten helpen om hun leerproces te sturen en zich blijvend te ontwikkelen

c)

Het verminderen van het aantal docenten dat toetsen afneemt

d)

Het verhogen van de toetsdruk om studenten beter voor te bereiden op het werkveld

21.

'Een leeruitkomst beschrijft een set samenhangende bekwaamheden die zijn gebaseerd op een (deel van een) beroepstaak.' Handreiking Leeruitkomsten. Op welke niveau formuleren we binnen HVHL leeruitkomsten?

a)

Workshop

b)

Onderwijseenheid

c)

Periode

d)

Eindkwalificatie

22.

In haar boek Goed Teamwerk beschrijft Karin Derksen wat teams nodig hebben om effectief samen te werken én om succesvol te zijn. Ze baseert zich op wetenschappelijk onderzoek en onderscheidt drie pijlers die essentieel zijn voor goed functionerende teams: de basis, samenwerking, en leiderschap. Elk van deze pijlers bevat elementen zoals gedeelde doelen, vertrouwen, communicatie en ondersteunend leiderschap.

Welke van de onderstaande elementen hoort niet bij de drie pijlers van goed teamwerk

a)

Gedeeld doel en onderlinge afhankelijkheid

b)

Vertrouwen en communicatie

c)

Zelfsturing en ondersteunend leiderschap

d)

Individuele prestaties en concurrentie

23.

Wie heeft vragen aangeleverd voor deze pub quizz?

a)

Annet

b)

Pauline

c)

Halbe

d)

Roel