wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woorden en hun betekenissen

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

weliswaar

a)

dit zeg je als je iets toegeeft, maar wel met een 'maar' komt

b)

een uitdrukking die je gebruikt om iets te ontkennen

c)

een manier om iemand te complimenteren

d)

een term die verwijst naar een soort van voorwaarde

2.

intuïtief

a)

op gevoel

b)

logisch

c)

willekeurig

d)

gepland

3.

het minderwaardigheidscomplex

a)

het gevoel dat je minder waard bent dan anderen

b)

het gevoel dat je meer waard bent dan anderen

c)

een psychische aandoening die leidt tot overmoed

d)

een situatie waarin je je gelijkwaardig voelt aan anderen

4.

per slot van rekening

a)

uiteindelijk, als je erover nadenkt

b)

tenslotte, als je er goed over nadenkt

c)

in feite, als je het goed bekijkt

d)

over het algemeen, als je het zo bekijkt

5.

de meeloper

a)

iemand die anderen volgt en geen eigen mening heeft

b)

iemand die altijd de leiding neemt

c)

iemand die onafhankelijk denkt

d)

iemand die vaak van mening verandert

6.

het criterium

a)

de eis, dat waar je iets op beoordeelt

b)

een voorbeeld van een beoordeling

c)

een subjectieve mening

d)

een definitie van een criterium

7.

opbiechten

a)

vertellen dat je iets verkeerds hebt gedaan

b)

iets verbergen voor anderen

c)

een geheim delen met vrienden

d)

een belofte maken aan iemand

8.

het contrast

a)

een tegenstelling, een opvallend verschil

b)

een overeenkomst, een gelijkenis

c)

een toevoeging, een aanvulling

d)

een samensmelting, een combinatie

9.

creëren

a)

maken, laten ontstaan

b)

veranderen

c)

verliezen

d)

ontdekken

10.

zoetsappig

a)

zogenaamd vriendelijk

b)

heel erg boos

c)

niet aardig

d)

onvriendelijk

11.

onderschatten

a)

denken dat iets of iemand minder of slechter is dan echt zo is

b)

overdrijven hoe goed iets of iemand is

c)

geen mening hebben over iets of iemand

d)

de waarheid vertellen over iets of iemand

12.

de valkuil

a)

een fout in je gedrag die je makkelijk maakt

b)

een strategie om problemen op te lossen

c)

een manier om je doelen te bereiken

d)

een type val die je kunt tegenkomen

13.

overschatten

a)

denken dat iets of iemand meer of beter is dan echt zo is

b)

denken dat iets of iemand minder of slechter is dan echt zo is

c)

denken dat iets of iemand hetzelfde is als echt zo is

d)

denken dat iets of iemand niet bestaat

14.

rationeel

a)

met verstand

b)

zonder nadenken

c)

emotioneel

d)

onlogisch

15.

iemand voor vol aanzien

a)

iemand serieus nemen

b)

iemand negeren

c)

iemand beledigen

d)

iemand helpen