Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het bos in de kijker

Total questions: 58

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 1 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Zuurstof die het blad verlaat

b)

Water dat het blad binnenkomt

c)

Glucose die naar de plant wordt vervoerd

d)

Zonlicht dat op het blad valt

2.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 2 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Water dat naar het blad gaat.

b)

Huidmondjes aan de bladoppervlakte

c)

Bloemen die energie gebruiken

d)

Stengel die zuurstof afgeeft

3.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 3 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Koolstofdioxide die het blad binnenkomt

b)

Zuurstof die uit het blad ontsnapt

c)

Water dat via de nerven stroomt

d)

Glucose die wordt opgeslagen

4.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 4 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Koolstofdioxide die het blad binnenkomt

b)

Zuurstof die het blad verlaat

c)

Zonlicht dat geabsorbeerd wordt

d)

Water dat verdampt

5.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 5 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Zonlicht dat op het blad invalt

b)

Glucose die uit het blad gaat

c)

Water dat het blad binnenkomt

d)

Zuurstof die het blad verlaat

6.

Aanvulopdracht bij het schema: Wat stelt pijl 6 voor in het fotosyntheseschema (let op de richting van de pijl)?

a)

Bladgroenkorrels (chloroplasten) waar fotosynthese plaatsvindt

b)

Huidmondjes die open en dicht gaan

c)

Bloemen die niet meedoen aan fotosynthese

d)

Wortelharen die water opnemen

7.

Vul aan: Dit proces waarbij planten van water en koolstofdioxide suiker maken met behulp van licht heet…

a)

Chlorofyl

b)

Fotosynthese

c)

Ademhaling

d)

Gisting

8.

Geef een ander woord voor chlorofyl

(a)  

9.

Hoe nemen de bladeren koolstofdioxide op en geven ze zuurstof weer af?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Glucose

c)

Luchtgaten

d)

Huidmondjes

10.

Hierdoor heeft een plant energie om bloemen te vormen. Waarom vormt een plant bloemen?

a)

Om zich voort te planten

b)

Om zuurstof te maken voor mensen

c)

Om water op te slaan

d)

Om zich te beschermen tegen kou

11.

Vul de zin aan: Het bos is het samenleven van bomen, … en dieren.

a)

planten

b)

levensgemeenschap

c)

bomen

d)

producenten

12.

Vul de zin aan: Een voedselketen bestaat uit: groene planten, … en ….

a)

producenten en consumenten

b)

planteneters en vleeseters

c)

roofdieren en prooien

d)

insecten en vogels

13.

Een moeilijk woord voor planteneter is:

a)

herbivoor

b)

carnivoor

c)

omnivoor

d)

producent

14.

Een moeilijk woord voor vleeseter is:

a)

herbivoor

b)

carnivoor

c)

omnivoor

d)

consument

15.

Wat zie je hier?

a)

Voedselketen

b)

Voedselpiramide

c)

Voedselweb

d)

voedselkringloop

16.

Wat klopt er als je naar dit voedselweb kijkt?

a)

De egel (vleeseter) eet de slak (herbivoor) op.

b)

De uil (carnivoor) eet de kikker op.

c)

De plant (sla) wordt opgegeten door de slak (planteneter)

d)

Alle antwoorden zijn juist.

17.

Plaats de volgende organismen in de juiste volgorde van een voedselketen. Wie eet wie? lieveheersbeestje – roofvogel – blad – merel – bladluis

a)

blad → bladluis → lieveheersbeestje → merel → roofvogel

b)

blad → lieveheersbeestje → bladluis → merel → roofvogel

c)

roofvogel → merel → lieveheersbeestje → bladluis → blad

d)

blad → merel → bladluis → lieveheersbeestje → roofvogel

18.

Kies de geldige voedselketen van 5 schakels.

a)

blad → bladluis → lieveheersbeestje → merel → roofvogel

b)

pimpelmees → spin → galwesp → blad → ransuil

c)

groene plant → ransuil → spin → galwesp → pimpelmees

d)

blad → spin → galwesp → pimpelmees → ransuil

19.

Welke volgorde komt overeen met het voorbeeld van de voedselkringloop (met opruimer)?

a)

blad → galwesp → spin → pimpelmees → ransuil → vliegenzwam

b)

vliegenzwam → ransuil → pimpelmees → spin → galwesp → blad

c)

ransuil → pimpelmees → spin → galwesp → blad → vliegenzwam

d)

blad → spin → galwesp → pimpelmees → vliegenzwam → ransuil

20.

Dit is een voorbeeld van een (a)  

21.

Wie staat aan de top van de voedselpiramide in dit voorbeeld?

a)

roofvogel

b)

pimpelmees

c)

plant

d)

spin

22.

Wat staat helemaal onderaan in de voedselpiramide?

a)

groene planten

b)

ransuil

c)

pimpelmees

d)

galwesp

23.

Welke uitspraak over de voedselpiramide is juist?

a)

Naar de top toe neemt het aantal dieren per soort toe.

b)

Een groter roofdier eet meer kleinere dieren.

c)

In een piramide staan planten bovenaan.

d)

Planten eten kleine insecten op.

24.

Dit is een voorbeeld van een

a)

voedselketen

b)

voedselpiramide

c)

voedselkringloop

d)

voedselweb

25.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heet het bovenste deel waar de onderzijde met plaatjes of buisjes zit?

a)

Hoed

b)

Steel

c)

Ring

d)

Zwamvlok

26.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heet de laag aan de onderzijde van de hoed waar de sporen tussen zitten? (2)

a)

Plaatjes

b)

Buisjes

c)

Ring

d)

Zwamdraden

27.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heet het lange, cilindervormige deel dat de hoed draagt?

a)

Steel

b)

Hoed

c)

Ring

d)

Mycelium (zwamdraden)

28.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heet de kraagvormige rand aan de steel, onder de hoed?

a)

Ring

b)

Hoed

c)

Plaatjes

d)

Zwamvlok

29.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heten de fijne draden in de bodem die de zwam vormen?

a)

Zwamdraden (hyfen)

b)

Ring

c)

Plaatjes

d)

Hoed

30.

Bekijk de paddenstoel in de afbeelding. Hoe heet het ondergrondse netwerk als geheel waaruit de zwam is opgebouwd?

a)

Zwamvlok (mycelium)

b)

Steel

c)

Buisjes

d)

zwamdraad

31.

Een zwam vind je onder ...

a)

de grond

b)

de schors

c)

het wateroppervlak

d)

de luchtwortels

32.

Paddenstoelen zijn de ... van een zwam.

a)

vruchtlichamen

b)

wortels

c)

bladeren

d)

zaden

33.

Een paddenstoel draagt geen zaden maar ...

a)

sporen

b)

bloemen

c)

knoppen

d)

naalden

34.

De sporen bevinden zich tussen ... of in ... of in het ...

a)

plaatjes; de buisjes; lijf van de paddenstoel

b)

wortels; bladeren; hoed

c)

ringen; schubben; steel

d)

knoppen; bloemen; kroon

35.

Sporen worden verspreid door ... of door ...

a)

de wind; dieren

b)

waterstromen; zonlicht

c)

wortels; bladeren

d)

bliksem; geluid

36.

Een paddenstoel dat zich voedt met DOOD materiaal noemen we ook een .........

a)

herbivoor

b)

saprofiet

c)

parasiet

d)

Carnivoor

37.

Heb je goed opgelet daarnet? Hoe noem je een paddenstoel dat zich voedt met DOOD materiaal?

(a)  

38.

Hoe heet het onderste deel van een bloem?

a)

bloemkan

b)

kelkblad

c)

bloemsteel

d)

bloembodem

39.

De onderste groene bladen van een bloem worden ook wel ......... genoemd....

a)

kroonbladen

b)

kelkbladen

c)

bloemsteel

d)

stamper met stempel, vruchtbeginsel en eicel

40.

De mooie, grote kleurrijke bladen van een bloem worden ook wel ........ genoemd

a)

kroonbladen

b)

kelkbladen

c)

bloemsteel

d)

stamper met stempel, vruchtbeginsel en eicel

41.

De onderste pijl, waar de bloem eigenlijk aan vasthangt, noemen we ook de ...........

a)

kroonbladen

b)

kelkbladen

c)

bloemsteel

d)

stamper met stempel, vruchtbeginsel en eicel

42.

Hoe noemen we het vrouwelijke deel van een bloem?

a)

helmdraad

b)

eitje

c)

stamper

d)

stuifmeel

43.

Het lange stokje in een bloem is het mannelijke gedeelte in een bloem. Hoe heet dit? Schrijf in het enkelvoud en start met de letter 'm'.

(a)  

44.

Waarom gebeuren de volgende zaken in het bos? Welke stof hebben bomen en planten in zich om aan fotosynthese te kunnen doen?

a)

Chlorofyl (bladgroen)

b)

saprofiet

c)

parasiet

d)

zwamdraad

45.

Waarom gebeuren de volgende zaken in het bos? Waarom laat een boom zijn bladeren vallen?

a)

Om waterverlies te beperken en de winter te overleven

b)

Om meer insecten aan te trekken

c)

Omdat wind ze altijd afscheurt

d)

Om direct bloemen te laten groeien

46.

Wat gebeurt er met alle bladeren die in de herfst vallen? In de tuin en op de speelplaats ruimen we ze op, maar wat in het bos?

a)

Ze blijven jarenlang onveranderd liggen

b)

Ze waaien weg naar zee

c)

Ze verbranden door zonlicht

d)

Ze worden afgebroken door micro-organismen tot humus en voedingsstoffen

47.

Dit noemen we een organische (a)  

48.

Wat betekent deze tekening eigenlijk?

a)

Dat de kleine diertjes die op de grond wonen uiteindelijk groot genoeg worden om via een plant in de grote boom te kruipen.

b)

Dit is een natuurlijk proces waarbij organisch materiaal zoals bladeren, wordt afgebroken door micro-organismen en opnieuw wordt gebruikt als voedingsstof voor de bodem.

c)

Hier zie je dat de bladeren eten geven aan de kleine dieren. Deze kleine dieren gebruiken de bladeren ook om huisjes mee te maken.

49.

Wat zie je op deze foto?

a)

Bladval in de winter

b)

Bladval in de lente

c)

Bladval in de zomer

d)

Bladval in de herfst

50.

Wat gebeurt er bij nummer 2 op deze tekening?

a)

Door de opname van deze voedingsstoffen groeien planten en dieren

b)

Omzetting van humus naar opneembare voedingsstoffen voor een nieuwe plant. Deze voedingsstoffen gebruikt hij om te groeien.

c)

Bladval in de herfst

d)

Schimmels, bacteriën en bodemdiertjes zorgen voor ontbinding.
Omzetting van organisch materiaal naar humus.

51.

Wat betekent ontbossing?

a)

Het weghalen van bos om plaats te maken

b)

Het planten van nieuwe bomen in steden

c)

Het beschermen van bedreigde diersoorten

d)

Het aanleggen van parken in dorpen

52.

Welk type bos wordt vooral getroffen door ontbossing?

a)

Tropisch regenwoud

b)

speelbos

c)

Mangrovebos

d)

Gematigd loofbos

53.

Waarom is er in Vlaanderen minder plaats voor natuur?

a)

Omdat Vlaanderen een klein gebied is waar veel mensen wonen

b)

Vanwege extreme droogte het hele jaar door

c)

Omdat niemand bomen wil planten

d)

Vanwege de aanwezigheid van wilde dieren

54.

Wat moeten we doen als we een boom kappen?

a)

Niets, de natuur herstelt vanzelf

b)

Nog een tweede boom kappen

c)

Een boom terug planten in de plaats

d)

De stam verbranden voor energie

55.

Welk alledaags product wordt gemaakt van bomen?

a)

Een plastic fles

b)

Het papier waarop we schrijven

c)

Een glazen ruit

d)

Een bakstenen muur

56.

Op het afgebeelde label: Waarvoor staat de F in FSC?

a)

Forest

b)

Fair

c)

Future

d)

Federal

57.

Op het afgebeelde label: Waarvoor staat de S in FSC?

a)

Stewardship

b)

Sustainable

c)

Security

d)

Science

58.

Op het afgebeelde label: Waarvoor staat de C in FSC?

a)

Council

b)

Certification

c)

Company

d)

Committee