wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader Energie

Total questions: 36

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
aardolie, aardgas en steenkool zijn fossiele brandstoffen.
a)
juist
b)
fout
2.
fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.
a)
fout
b)
juist
3.
energie kan je omzetten van de ene vorm in de andere. bij een elektriciteitscentrale wordt...
a)
warmte energie omgezet in elektrische energie
b)
elektrische energie omgezet in lichtenergie
c)
chemische energie omgezet in elektrische energie
4.
Als in een elektriciteitscentrale chemische energie wordt omgezet in 40% elektrische energie en 60% afvalwarmte dan heeft de centrale een rendement van...
a)
40%
b)
60%
5.
40 kJ komt overeen met
a)
4000 J
b)
40000 J
c)
400 J
6.
bij een windturbine wordt
a)
windenergie omgezet in elektrische energie
b)
bewegingsenergie omgezet in warmte energie
c)
bewegingsenergie omgezet in elektrische energie
d)
windenergie omgezet in warmte energie
7.
bij een zonnecel wordt
a)
stralingsenergie omgezet in elektrische energie
b)
warmte energie omgezet in elektrische energie
c)
gebeurt fotosynthese
8.
zonnepanelen geven een rendement van 17%. Wat wil dit zeggen?
a)
dat er 83% nuttige energie wordt geproduceerd
b)
dat er 83% niet nuttige energie wordt geproduceerd
9.

Welke is geen fossiele brandstof?

a)

Steenkool

b)

Aardgas

c)

Kernenergie

d)

Aardolie

10.

Uitputbaar wil zeggen

a)

Dat de energiebronnen niet opraken

b)

Dat de zon de energie opwekt

c)

Dat de energiebronnen opraken

d)

Dat de energie recyclebaar is

11.

Hernieuwbare energiebronnen zijn

a)

Zonne energie en kernenergie

b)

Wind energie en waterkracht

c)

Aardolie en steenkool

d)

Zonne energie en aardgas

12.
Steenkool, aardgas en aardolie zijn.......brandstoffen.
a)
Natuurlijk
b)
Groene
c)
Oneindige
d)
Fossiele
13.
Zonne-energie en windenergie zijn.... energiebronnen.
a)
Dure
b)
Hernieuwbare
c)
Radioactieve
d)
Nieuw
14.
.....zet zonlicht om in elektriciteit.
a)
Zonnecollector
b)
Zonnepanelen
15.

Welke energiesoort zet een windmolen om in elektrische energie?

a)

Groene energie

b)

Draai energie

c)

Bewegingsenergie

d)

Hoogte energie

16.
In een elektriciteitscentrale staan generatoren. Generatoren zijn:
a)
Supergrote dynamo's 
b)
Grote zonnepanelen 
c)
Turbines 
d)
Ketels
17.

Welke vorm van energie is --> een rijdende auto?

a)

Chemische energie

b)

Bewegingsenergie

c)

Stralingsenergie

d)

Potentiële energie

18.
Bij het versterkt broeikaseffect komen er minder/meer broeikasgassen in de lucht
a)
Minder
b)
Meer
19.

welk gas zorgt voor een versterkt broeikaseffect?

a)

zuurstof

b)

lucht

c)

koolstofdioxide

d)

waterstof

20.

Welke van onderstaande stoffen is géén fossiele brandstof?

a)

Hout

b)

Steenkool

c)

Olie

d)

Aardgas

21.

Welk soort broeikaseffect zie je in de afbeelding.

(a)  

22.

Door welk broeikasgas wordt het broeikaseffect vooral versterkt?

a)

koolstofdioxide

b)

methaan (scheetjes van koeien)

c)

Zuurstof

d)

stikstof

23.

Energie wordt meestal gemeten in...

a)

Watt(W)

b)

Joule(J)

c)

Meter(m)

d)

Volt(V)

24.
In een elektriciteitscentrale staan generatoren. Generatoren zijn:
a)
Supergrote dynamo's 
b)
Grote zonnepanelen 
c)
Turbines 
d)
Ketels
25.

Wat is een dynamo?

a)

Een apparaat dat elektriciteit omzet in beweging

b)

Een apparaat dat beweging omzet in elektriciteit

c)

Een apparaat dat beweging omzet in licht

d)

Een apparaat dat elektriciteit omzet in licht

26.

Windenergie, kernenergie en waterkracht zijn duurzame energiebronnen.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Elektriciteit kan alleen met een dynamo of generator gemaakt worden.

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

In de meeste centrales wordt elektriciteit geproduceerd met een soort stoommachine.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Een ledlamp heeft een rendement van bijna 100%

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Hans tankt zijn auto vol met benzine. Wat voor soort energie bevat benzine?

a)

Bewegingsenergie

b)

elektrische energie

c)

Chemische energie

d)

Warmte-energie

31.

Zure regen ontstaat door te veel koolstofdioxide in de lucht, maar uit welke twee stoffen bestaat zure regen?

a)

Zwavel en stikstof

b)

Zwavel en zuurstof

c)

Water en zuurstof

d)

Stikstof en uranium

32.

Met LPG wordt autogas bedoeld. De bus rijdt op LPG. Waar wordt dit van gemaakt?

a)

Zwavel

b)

Stikstof

c)

Aardolie

d)

Benzine

33.

In de volgende beschrijving missen twee woorden. Kies welk woord op plek 1 moet en welk woord op plek 2.


In een dynamo zit een ...1... en een ...2... .

Een ...2... is een (koper)draad die een aantal keer ergens omheen is gedraaid.

De ...1... draait rond in de ...2... waardoor er spanning ontstaat.

a)

1 = magneet, 2 = spoel

b)

2 = spoel, 1 = magneet

c)

1 = pluspool, 2 = minpool

d)

1 = batterij, 2 = spoel

34.

Een generator is te vergelijken met een grote...

a)

Dynamo

b)

Batterij

c)

Accu

d)

Stopcontact

35.

Welke soorten energiecentrales maken gebruik van dynamo's?

a)

Kerncentrales

b)

Zonne-energiecentrales

c)

Geothermische centrales

d)

Waterkrachtcentrales, windenergiecentrales, thermische centrales.

36.

Wanneer wordt een spoel van koper magnetisch?

a)

Als er een elektrische stroom doorheen loopt

b)

Als je deze verhit tot boven het Curie-punt

c)

Als je deze laat trillen

d)

als je er een magneet tegenaan houdt