Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 1 geschiedenis

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat deden jager-verzamelaars om aan eten te komen?

a)

Ze gingen naar de supermarkt

b)

Ze jaagden op dieren en verzamelden planten

c)

Ze bakten brood en maakten kaas

d)

Ze verbouwden graan op akkers

2.

Wat betekent prehistorie?

a)

De tijd van de ridders

b)

De tijd dat mensen in steden woonden

c)

De tijd dat mensen nog niets opschreven

d)

De tijd van computers

3.

Wat is een grafheuvel?

a)

Een heuvel vol sneeuw

b)

Een heuvel waarin mensen in de prehistorie werden begraven

c)

Een berg met rotsen

d)

Een heuvel waar dieren leefden

4.

Wat is een hunebed?

a)

Een stenen huis voor jagers

b)

Een bed gemaakt van huiden

c)

Een stenen grafmonument uit de prehistorie

d)

Een grot waar mensen sliepen

5.

Wanneer was de ijstijd?

a)

Ongeveer 90.000 jaar geleden

b)

In de Romeinse tijd

c)

Rond het jaar 1000

d)

In de tijd van de piramides

6.

Wat doet een archeoloog?

a)

Hij bouwt oude huizen na

b)

Hij onderzoekt voorwerpen uit het verleden

c)

Hij schrijft geschiedenisboeken

d)

Hij maakt kaarten van landen

7.

Wat is een grottekening?

a)

Een schilderij in een museum

b)

Een tekening op muren en plafonds van een grot

c)

Een tekening van een grot op papier

d)

Een tekening gemaakt met een computer

8.

Waarom zijn grottekeningen belangrijk voor archeologen?

a)

Ze zijn mooi om te bekijken

b)

Ze laten zien wat mensen vroeger belangrijk vonden

c)

Ze helpen archeologen nieuwe talen te leren

d)

Ze laten zien hoe grotten gebouwd werden

9.

Wat leer je van hunebedden en grafheuvels?

a)

Hoe mensen feest vierden

b)

Hoe mensen vroeger begroeven en dachten over de dood

c)

Hoe mensen huizen bouwden

d)

Hoe mensen kleren maakten

10.

Wat hoort niet bij de prehistorie?

a)

Grottekeningen

b)

Hunebedden

c)

Geschreven boeken

d)

Jager-verzamelaars

11.

Waarom trokken jager-verzamelaars vaak rond?

a)

Ze hielden niet van één plek

b)

Ze moesten op zoek naar eten

c)

Ze wilden nieuwe vrienden maken

d)

Ze bouwden elk jaar nieuwe huizen

12.

Wat veranderde er toen mensen boer werden?

a)

Ze gingen in grotten wonen

b)

Ze verhuisden nog vaker

c)

Ze gingen op een vaste plek wonen

d)

Ze stopten met het maken van gereedschap

13.

Waar begon de landbouw?

a)

In Nederland

b)

In het Midden-Oosten

c)

In Frankrijk

d)

In Afrika

14.

Wat deden boeren met veeteelt?

a)

Ze vingen wilde dieren

b)

Ze hielden dieren voor melk, vlees of wol

c)

Ze gebruikten dieren als huisdieren

d)

Ze lieten dieren vrij in het bos

15.

Wat maakten boeren om eten te bewaren?

a)

Vallen en speren

b)

Potten

c)

Muren van steen

d)

Karren

16.

Waarom dachten mensen vroeger dat hunebedden door reuzen waren gebouwd?

a)

Omdat ze erg groot waren

b)

Omdat ze van hout waren

c)

Omdat ze onder de grond lagen

d)

Omdat niemand wist wat het was

17.

Wat kregen dode mensen mee in een hunebed?

a)

Geld

b)

Spulletjes die belangrijk waren voor hen

c)

Eten voor onderweg

d)

Kleding van anderen

18.

Waarom zijn voorwerpen belangrijk voor archeologen?

a)

Ze zijn mooi voor musea

b)

Ze vertellen hoe mensen vroeger leefden

c)

Ze laten zien wie er rijk was

d)

Ze zijn oud en dus duur

19.

Waar gingen grottekeningen vaak over?

a)

Over koningen en kastelen

b)

Over jacht en het dagelijks leven

c)

Over de landbouw

d)

Over verhalen uit boeken

20.

Waar maakten mensen in de prehistorie verf van?

a)

Dingen uit de natuur, zoals bessen en houtskool

b)

Kleuren uit de winkel

c)

Poeder uit stenen

d)

Water en zand