wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz § 3.3 Lezen (betoog, argument, tegenargument, weerlegging)

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een betoog?

a)

Een gedicht

b)

Een tekstvorm waarin de schrijver zijn mening geeft

c)

Een informatieve tekst

d)

Een soort verhaal

2.

Wat zijn objectieve argumenten?

a)

Persoonlijke ervaringen

b)

Meningen

c)

Feiten of gegevens uit een onderzoek

d)

Voorspellingen

3.

Wat zijn subjectieve argumenten?

a)

Onderzoeksresultaten

b)

Statistische gegevens

c)

Persoonlijke indrukken

d)

Feiten

4.

Wat is de driedeling van een betoog?

a)

Inleiding – kern – slot

b)

Probleem – oplossing – conclusie

c)

Vraag – antwoord – samenvatting

d)

Stelling – argumenten – conclusie

5.

Wat is een tegenargument?

a)

Een persoonlijke ervaring

b)

Een feitelijk bewijs

c)

Een argument van iemand met een andere mening

d)

Een argument dat de schrijver ondersteunt

6.

Hoe kun je argumenten kritisch lezen?

a)

Door ze te vergelijken met andere teksten

b)

Door alleen de subjectieve argumenten te bekijken

c)

Door ze te verdelen in objectieve en subjectieve argumenten

d)

Door ze te negeren

7.

Wat is het doel van een betoog?

a)

De lezer te informeren

b)

De lezer te vermaken

c)

De lezer te verwarren

d)

De lezer te overtuigen

8.

Wat herken je aan de beoordeling in een tekst?

a)

Persoonlijke ervaringen

b)

Statistieken

c)

Feiten

d)

Beoordelingswoorden

9.

Wat is een belangrijk aspect van overtuigende argumenten?

a)

Ze moeten objectief zijn

b)

Ze moeten niet relevant zijn

c)

Ze moeten subjectief zijn

d)

Ze moeten onduidelijk zijn

10.

Wat gebeurt er als een schrijver tegenargumenten weerlegt?

a)

Het betoog wordt minder overtuigend

b)

Het betoog wordt overtuigender

c)

Het betoog wordt moeilijker te begrijpen

d)

Het betoog verliest zijn structuur

11.

Wat is een voorbeeld van een subjectief argument?

a)

Een feit

b)

Een statistiek

c)

Een persoonlijke mening

d)

Een onderzoeksresultaat

12.

Wat moet je vragen bij het beoordelen van objectieve argumenten?

a)

Is dit een ervaring?

b)

Is dit een mening?

c)

Vind ik dit leuk?

d)

Is dit waar?

13.

Wat is de functie van argumenten in een betoog?

a)

Ze verwarren de lezer

b)

Ze maken de tekst langer

c)

Ze zijn niet belangrijk

d)

Ze ondersteunen de mening van de schrijver

14.

Wat is een kenmerk van beschrijvingen in een tekst?

a)

Ze zijn vaak afwisselend met beoordelingen

b)

Ze zijn altijd subjectief

c)

Ze bevatten altijd feiten

d)

Ze zijn altijd kort

15.

Wat is een beoordelingswoord?

a)

Een argument

b)

Een feit

c)

Een tegenargument

d)

Een mening