wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De grote 1A herhalingsquiz - December 2025 editie

Total questions: 62

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

Aardrijkskunde:

Een natuurkundige kaart geeft informatie over zichtbare elementen in het landschap zoals wegen, huizen, hoogspanningslijnen, weiden, akkers, etc. Ook niet-zichtbare elementen zoals gemeente- of landsgrenzen staan op de kaart.

a)
WAAR
b)

NIET WAAR

2.

Aardrijkskunde:

Een huis, een weg of een bos noemen we op een kaart (a)  

3.

Aardrijkskunde:

Op de topografische kaarten worden die landschapselementen voorgesteld door symbolen en verklaard in de (a)  

4.

Aardrijkskunde:

Welke soorten kaarten vind je in de atlas?

a)

Overzichtskaarten

b)

Financiële kaarten

c)

Thematische kaarten

d)

Financiële kaarten

5.

Aardrijkskunde:

Welk type kaart benadrukt de administratieve indeling. Er staan grenzen van steden, provincies, gewesten en landen op. Soms vind je ook namen van rivieren en zeeën.

a)

Staatkundige kaart

b)

Natuurkundige kaart

c)

Fysische kaart

6.

Aardrijkskunde:

Geef een synoniem voor een natuurkundige kaart. Een (a)   kaart

7.

Aardrijkskunde:

(a)   kaarten laten één of enkele thema’s van een gebied zien. Voorbeelden zijn kaarten met informatie over neerslag, bevolkingsdichtheid, gesteenten, godsdienst ..

8.

Aardrijkskunde:

'de Alpen' vind je terug op een...

a)

Thematische kaart

b)

Fysische kaart

c)

Administratieve kaart

9.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De provincie Antwerpen

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

10.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De hoogte van de Matterhorn

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

11.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De hoofdstad van Duitsland

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

12.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

Oppervlaktegesteenten in België

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

13.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De provinciehoofdstad van Luxemburg

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

14.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De Alpen

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

15.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

De grenzen van Frankrijk

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

16.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

Rivieren in Nederland

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

17.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

Gemiddelde temperatuur in Spanje

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

18.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

Taalverdeling in Zwitserland

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

19.

Aardrijkskunde:

Welke soort kaart raadpleeg je om deze zaken op te zoeken?Duid het juiste antwoord aan.

Hoofdsteden van Zuid-Amerika

a)

Administratieve kaart

b)

Fysische kaart

c)

Thematische kaart

20.

Aardrijkskunde:

Waar in je atlas zoek je een plaats, berg, rivier,...

a)

Register

b)

Algemene inhoud

c)

Bladwijzer

21.

Aardrijkskunde:

Waar in je atlas zoek je een overzicht van een groter gebied dat je wel weet liggen.

a)

Register

b)

Algemene inhoud

c)

Bladwijzer

22.

Aardrijkskunde:

Waar in je atlas zoek je een kaart over een bepaald thema

a)

Register

b)

Algemene inhoud

c)

Bladwijzer

23.

Aardrijkskunde:

De (a)   op de kaart geeft weer hoeveel keer de werkelijke afstand verkleind is op de kaart.

24.

Aardrijkskunde:

Een cartograaf duidt de schaal aan met een lijnschaal of een (a)   . Vaak duidt hij ze allebei aan

25.

Aardrijkskunde:

Je gebruikt de (a)   om jezelf en een kaart te oriënteren in een landschap. Tip: één van deze noemen we "North"

26.

Aardrijkskunde:

De bovenkant van de kaart is steeds naar het zuiden gericht.

a)
WAAR
b)
Onwaar
27.

Aardrijkskunde:

Lokaliseren is zeggen: “Ik bevind me op die plaats.” Je geeft daarvoor de geografische coördinaten.

a)
WAAR
b)
Onwaar
28.

Aardrijkskunde:

Wat gebruik je om je te oriënteren als je bijvoorbeeld midden in een bos staat en er weinig herkenningspunten zijn?

(a)  

29.

Aardrijkskunde:

(a)   is zeggen waar je bent ten opzichte van iets. Dit doe je met windrichtingen of met herkenbare punten in het landschap.

30.

Het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond zijn van elkaar gescheiden door de (a)  

31.

Alle cirkels die evenwijdig lopen met de evenaar zijn (a)  

32.

De evenaar bevindt zich op (a)   en de beide polen bevinden zich op 90°

33.

Alle lijnen die door de twee polen lopen, zijn breedtelijnen

a)
WAAR
b)
Onwaar
34.

Het _____ halfrond en het oostelijk halfrond zijn van elkaar gescheiden door de nulmeridiaan of de meridiaan van Greenwich en de 180°-lijn.

a)

westelijk

b)

noordelijk

c)

zuidelijk

d)

oostelijk

35.

Het westelijk halfrond en het _______ halfrond zijn van elkaar gescheiden door de nulmeridiaan of de meridiaan van Greenwich en de 180°-lijn.

a)

westelijk

b)

noordelijk

c)

zuidelijk

d)

oostelijk

36.

Het _____ halfrond en het zuidelijk halfrond zijn van elkaar gescheiden door de evenaar.

a)

westelijk

b)

noordelijk

c)

zuidelijk

d)

oostelijk

37.

Het noordelijk halfrond en het ______ halfrond zijn van elkaar gescheiden door de evenaar.

a)

westelijk

b)

noordelijk

c)

zuidelijk

d)

oostelijk

38.

Aardrijkskunde:

Een (a)   is een kaart met belangrijke punten, lijnen en vlakken. Je gebruikt ze om personen en plaatsen te situeren.

39.

Aardrijkskunde:

Punten, lijnen en vlakken kunnen niet veranderen als je op een ander schaalniveau werkt.

a)
WAAR
b)
Onwaar
40.

Aardrijkskunde:

Meestal wordt gesproken over (a)   als het gaat over de grote aaneengesloten landmassa's die niet of nauwelijks verbonden zijn met andere landmassa's.

41.

Aardrijkskunde:

____ zijn de grote landmassa's die door natuurlijke elementen zoals oceanen, gebergtes en rivieren worden afgescheiden, maar ze bevatten wel de eilanden in de omgeving.

a)

Werelddelen

b)

Dorpen

c)
Continenten
d)

Landen

42.

Aardrijkskunde:

Welk van de onderstaande zijn GEEN continenten?

a)

Eurazië

b)

Noord-Amerika

c)

Azië

d)

Zuid-Amerika

e)

Oceanië

43.

Aardrijkskunde:

Afrika is een continent.

a)
WAAR
b)
Onwaar
44.

Aardrijkskunde:

Oceanië is een continent.

a)
WAAR
b)
Onwaar
45.

Aardrijkskunde:

Wat is de afkorting voor geografische informatie-systemen

(a)  

46.

Aardrijkskunde:

Om landschappen te beschrijven, gebruik je begrippen als bergen, bomen, een strand, de zee, gebouwen, wegen, etc. Dat zijn (a)  

47.

Aardrijkskunde:

_____ zijn onderdelen van het landschap die waarneembaar en niet verplaatsbaar zijn

a)

Blikvangers

b)

Landschapselementen

c)

De schaal

d)

Voorgrond

48.

Aardrijkskunde:

Soms zie je in een landschap een erg opvallend landschapselement. Dan spreek je van een (a)  

49.

Aardrijkskunde:

Landschappen veranderen nooit.

a)
WAAR
b)
Onwaar
50.

Geschiedenis:

Welke eeuw start met het beginjaar 1201

a)

11e eeuw

b)

13e eeuw

c)

12e eeuw

d)

15e eeuw

51.

Geschiedenis:

Welke eeuw start met het beginjaar 801

a)

11e eeuw

b)

8ste eeuw eeuw

c)

9e eeuw

d)

10e eeuw

52.

Geschiedenis:

Wat is het beginjaar van de 5e eeuw

a)

501

b)

500

c)

401

d)

400

53.

Geschiedenis:

Wat is het beginjaar van de 22e eeuw?

a)

2200

b)

2101

c)

2200

d)

2201

54.

Geschiedenis:

Wat is het beginjaar van de 15e eeuw v.C.

a)

1401 v.C.

b)

1500

c)

1500 v.C.

d)

1401

55.

Geschiedenis:

Wat is het beginjaar van de 19e eeuw v.C.

a)

1900 v.C.

b)

1900

c)

1801 v.C.

d)

1801

56.

Geschiedenis:

Wat is het eindjaar van de 27e eeuw v.C.

a)

2701 v.C.

b)

2701

c)

2601

d)

2601 v.C.

57.

Geschiedenis:

In welke eeuw ligt het volgende jaartal? 45

a)

1e eeuw

b)

0ste eeuw

c)

1e eeuw v.C.

d)

10e eeuw

58.

Geschiedenis:

In welke eeuw ligt het volgende jaartal? 1023

a)

1e eeuw

b)

10e eeuw

c)

11e eeuw v.C.

d)

11e eeuw

59.

Geschiedenis:

Een periode van 10 jaar.

(a)  

60.

Geschiedenis:

Een periode van 100 jaar.

(a)  

61.

Geschiedenis:

Een periode van 1000 jaar.

(a)  

62.

Geschiedenis:

Een historisch referentiekader is een manier om de tijd visueel af te beelden.

a)
WAAR
b)
Onwaar