wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie (klas-1)

Total questions: 27

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.
Worden bacteriën gebruikt bij de productie van alcohol of die van yoghurt?
a)
alcohol
b)
yoghurt
2.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.

Bij natuurlijke selectie overleven degene die het beste zijn aangepast aan:

a)

de natuur

b)

de omgeving/ het milieu

c)

het weer

d)

de andere dieren

4.

Door natuurlijke selectie blijven de best aangepaste dieren in leven.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Hoe noemen we dit proces?

a)

natuurlijke selectie

b)

overleving

c)

de struggle van het leven

d)

biologische differentiatie

6.

Zowel het ontstaan als het uitsterven van diersoorten zijn allebei onderdelen van evolutie.

a)

waar

b)

niet waar

7.
Wie verzon de evolutie theorie?
a)
Albert Einstein
b)
Leonardo da Vinci
c)
Apollo
d)
Charles Darwin
8.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

9.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

10.

In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn. Is er in deze populatie sprake van selectie?

a)

Nee

b)

Ja, van kunstmatige selectie

c)

Ja, van seksuele selectie

d)

Ja, van natuurlijke selectie

11.

Bekijk de afbeelding. In welke periode zijn de eerste reptielen ontstaan?

a)

het tertiair

b)

het jura

c)

het carboon

d)

het perm

12.

Bekijk de afbeelding. Welke groep dieren is het oudste: de oervogel, het vogelachtig kruipend dier of de eerste krokodillen?

a)

de oervogel

b)

het vogelachtig kruipend dier

c)

de eerste krokodillen

13.

In de afbeelding zie je een overzicht met dieren die van elkaar afstammen en/of een relatie met elkaar hebben. Uit welke voorouder zijn de knaagdieren en de halfapen ontstaan?

a)

van de buideldieren

b)

van de zoogdierachtig kruipende dieren

c)

van de vogelachtige kruipende dieren

d)

van de hoefdieren

14.

Wat is een soort?

a)

Een groep organismen die samen leven

b)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

c)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten

15.
Zijn door klimaatverandering diersoorten uitgestorven? 
a)
juist
b)
onjuist
16.
Hoe noemen we het verschijnsel dat individuen met een betere aanpassing aan het milieu een grotere overlevingskans hebben?
a)
evolutie
b)
natuurlijke selectie
17.
Twee voorbeelden van ontwikkeling zijn:
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
a)
alleen ontwikkeling 1
b)
alleen ontwikkeling 2
c)
de ontwikkelingen 1 en 2
18.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een foto van een skelet van een zee-egel en een foto van een versteende afdruk van een zee-egel.
Welke van de twee foto's toont een fossiel?
a)
linker afbeelding
b)
rechter afbeelding
19.
In welke periode verschenen de amfibieën op aarde? En in welke periode ontstonden de eerste zoogdieren?
a)
Perm, Jura
b)
Carboon, Tertiair
c)
Devoon, Jura
d)
Carboon, Jura
20.

De gibbon, orang-oetan, gorilla, chimpansee, bonobo en de mens zijn allemaal mensapen

a)

waar

b)

niet waar

21.

Wanneer zijn de eerste mensachtigen ongeveer ontstaan?

a)

1,5 miljoen jaar

b)

3,5 miljoen jaar

c)

7 miljoen jaar

d)

100,000 jaar geleden

22.

Het lichaam van onze voorouders is veranderd door erfelijke variatie en natuurlijke selectie

a)

waar

b)

niet waar

23.

Hoe zal de homo sapiens verder evolueren?

a)

ongunstige eigenschappen zullen verdwijnen

b)

er zullen rudimentaire organen ontstaan

c)

dat is niet te voorspellen

d)

de homo sapiens zal niet meer evolueren

24.

Hoe oud is de Aarde volgens de wetenschap?

a)

14 miljard jaar

b)

4,6 miljard jaar

c)

8 miljard jaar

d)

12,3 miljard jaar

25.

Leven er vandaag de dag nog verschillende mensensoorten?

a)

Ja

b)

Nee

26.

Van welke mensensoort delen wij een stuk DNA?

a)

Homo Ergaster

b)

Homo Neanderthaler

c)

Homo Habilis

d)

Homo Rudolfensis

27.

Hoe noemen we onze mensensoort?

a)

Homo Sapiens

b)

Homo Habilis

c)

Homo Neanderthal

d)

Homo Ergaster