wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T1OV2: data-economie

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

cookies

a)

Kleine bestandjes die websites op je computer zetten om informatie over je surfgedrag op te slaan.

b)

Een soort gebak dat je kunt bakken in de oven.

c)

Een programma dat je computer beschermt tegen virussen.

d)

Een type internetverbinding die sneller is dan normaal.

2.

bedrijven

a)

Zij stellen de producenten in de economische kringloop voor.

b)

Zij zijn de consumenten in de economische kringloop.

c)

Zij zijn de tussenpersonen in de economische kringloop.

d)

Zij zijn de investeerders in de economische kringloop.

3.

digitale gegevens

a)

Zijn alle gegevens die via computers of het internet worden vastgelegd of uitgewisseld.

b)

Zijn alleen gegevens die op papier zijn vastgelegd.

c)

Verwijzen naar gegevens die alleen in fysieke vorm bestaan.

d)

Zijn gegevens die alleen door overheden worden beheerd.

4.

sociale media

a)

Websites en apps waar mensen met elkaar communiceren, zoals Instagram, TikTok of Snapchat.

b)

Een type muziekgenre dat populair is in de jaren '80.

c)

Een vorm van traditionele media zoals kranten en tijdschriften.

d)

Een technologie die alleen voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt.

5.

veiligheidsinstellingen

a)

Instellingen die je helpen om veilig gebruik te maken van een app of website.

b)

Instellingen die de snelheid van een app verbeteren.

c)

Instellingen die de kleur van een website aanpassen.

d)

Instellingen die je helpen om meer opslagruimte te krijgen.

6.

wachtwoordkluis

a)

Een veilige digitale plaats waar je al je wachtwoorden bewaart.

b)

Een fysieke kluis voor het opslaan van geld.

c)

Een softwareprogramma voor het maken van wachtwoorden.

d)

Een online platform voor het delen van wachtwoorden.

7.

digitale overheid

a)

Manieren waarop je via het internet contact hebt met de overheid.

b)

Een fysieke locatie waar je overheidsdiensten kunt vinden.

c)

Een type overheid dat alleen online opereert.

d)

Een systeem voor het beheren van overheidsfinanciën.

8.

digitale reclame

a)

Reclame die je ziet via het internet, sociale media of apps.

b)

Reclame die je alleen op televisie ziet.

c)

Reclame die je in tijdschriften leest.

d)

Reclame die je hoort op de radio.

9.

algoritmen

a)

Slimme rekenregels die computers gebruiken om keuzes te maken of voorspellingen te doen.

b)

Een soort software die alleen op mobiele apparaten werkt.

c)

Een type hardware dat speciaal is ontworpen voor gaming.

d)

Een netwerk van computers die met elkaar communiceren.

10.

privacy

a)

Het recht om bepaalde zaken, zoals je persoonsgegevens, voor jezelf te houden.

b)

De mogelijkheid om je gegevens met iedereen te delen.

c)

Een wettelijke verplichting om persoonlijke informatie openbaar te maken.

d)

Het recht om anoniem te blijven in alle online activiteiten.

11.

persoonsgegevens

a)

Gegevens die alleen door een computer kunnen worden gelezen.

b)

Alle gegevens waarmee je direct of indirect herkend kunt worden.

c)

Gegevens die alleen betrekking hebben op financiële informatie.

d)

Alle gegevens die anoniem zijn en niet herleidbaar zijn.

12.

GDPR

a)

General Data Protection Regulation, de Engelse benaming voor de AVG.

b)

Global Data Privacy Regulation

c)

General Data Privacy Rules

d)

Guidelines for Data Protection Regulation

13.

data-economie

a)

Een economie waarin ondernemingen en de overheid gegevens (data) van consumenten gebruiken om nieuwe producten te maken, hun dienstverlening te verbeteren en meer klanten te bereiken.

b)

Een economie die volledig afhankelijk is van fysieke producten en geen gebruik maakt van digitale gegevens.

c)

Een economie waarin alleen de overheid gegevens verzamelt en geen invloed heeft op ondernemingen.

d)

Een economie die zich richt op het verminderen van gegevensverzameling en privacybescherming.

14.

verborgen gegevens

a)

Gegevens die je onbewust doorgeeft, zoals je locatie, klikgedrag of toesteltype.

b)

Gegevens die je bewust deelt op sociale media.

c)

Gegevens die alleen toegankelijk zijn voor de overheid.

d)

Gegevens die zijn versleuteld voor beveiliging.

15.

klantenkaart

a)

Een kaart van een winkel waarmee je punten spaart of extra voordelen krijgt.

b)

Een kaart die je toegang geeft tot exclusieve evenementen.

c)

Een kaart die je helpt bij het beheren van je bankrekening.

d)

Een kaart die je korting geeft op online aankopen.

16.

privacyinstellingen

a)

Instellingen die aangeven welke van jouw gegevens een platform mag gebruiken.

b)

Een type software dat je computer beschermt tegen virussen.

c)

Een functie die je helpt bij het organiseren van je bestanden.

d)

Een instelling die je internetverbinding versnelt.

17.

privacyverklaring

a)

Legt uit hoe een organisatie omgaat met jouw persoonlijke gegevens.

b)

Is een document dat je verplicht moet ondertekenen.

c)

Geeft aan welke producten een organisatie verkoopt.

d)

Beschrijft de geschiedenis van de organisatie.

18.

webbrowser

a)

Een programma waarmee je websites kunt bekijken, zoals Chrome, Safari of Firefox.

b)

Een type virus dat je computer kan infecteren.

c)

Een softwaretool voor het bewerken van afbeeldingen.

d)

Een applicatie voor het afspelen van muziek.

19.

gegevensbeleid

a)

De manier waarop een organisatie omgaat met gegevens van gebruikers of klanten.

b)

Een strategie voor het verhogen van de klanttevredenheid.

c)

Een plan voor het verminderen van operationele kosten.

d)

Een richtlijn voor het verbeteren van de productkwaliteit.

20.

two-factor authentication (2FA)

a)

Een extra beveiliging waarbij je na je wachtwoord nog een tweede stap moet doorlopen.

b)

Een methode om je wachtwoord te resetten.

c)

Een techniek om je internetverbinding te versnellen.

d)

Een manier om je e-mail te versleutelen.