wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rendement en soortelijke warmte

Total questions: 16

Worksheet time: 1hrs 8mins

Name
Class
Date
1.

Een lamp van 6,0 W zet 3,0 W om in licht en 3,0 W om in warmte. Wat is het rendement van de lamp?

(a)  

2.

Welke van de volgende voorwerpen produceert warmte als niet nuttige energie?

a)

Tosti-ijzer

b)

Strijkijzer

c)

Oven

d)

Laptop

3.

Een dikke TL buis gebruikt 200 J aan elektrische energie. Hiervan wordt 160 J omgezet in warmte. De rest wordt omgezet in licht. Wat is het rendement van de lamp?

(a)  

4.

Een gloeilamp heeft een rendement van 5%. Als het vermogen van de gloeilamp 30 W is, hoeveel licht (in Joule) zal de lamp in 1 minuut produceren?

(a)  

5.

Tijdens het opladen van een telefoon wordt er 85246 J elektrische energie opgenomen uit het stopcontact. Het rendement is 17,5%. Hoeveel van de energie wordt er gebruikt om de telefoon op te laden? (rond af op hele getallen)

(a)  

6.

Een föhn heeft een rendement van 70%. De föhn gebruikt 1,4 kWh aan nuttige energie. Wat is het totale energieverbruik?

(a)  

7.

De wet van behoud van energie zegt dat het onmogelijk is om energie aan te maken.

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

8.

Aardolie, aardgas en biomassa zijn fossiele brandstoffen.

a)
juist
b)
fout
9.

Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.

a)
fout
b)
juist
10.

Welke stof heeft de meeste energie nodig om 1 gram van de stof 1 ℃ te verwarmen?

a)

IJzer

b)

Olijfolie

c)

Hout

d)

Water

11.

Ninke en Wim gaan olijfolie verwarmen.

Ninke verwarmt 1 gram olijfolie van 15℃ naar 16 ℃.

Wim verwarmt 1 gram olijfolie van 75 ℃ tot 76 ℃.

a)

Ninke en Wim moeten evenveel warmte toevoegen.

b)

Ninke moet meer warmte toevoegen.

c)

Wil moet meer warmte toevoegen.

12.

De formule Q = c ∙ m ∙ ∆T kan ik omschrijven, zodat ik de soortelijke warmte kan uitrekenen. Welke omgeschreven formule is juist?

a)

c = Q ∙ m ∙ ∆T

b)
c)
d)
13.

Een zonnepaneel

a)

Zet stralingsenergie om in elektrische energie

b)

Zet stralingsenergie om in warmte

c)

Zet stralingsenergie om in elektrische energie of warmte

d)

Zet warmte om in elektrische energie

e)

Zet warmte om in warm water

14.

Als je kijkt naar het figuur van het zonnepaneel, lijkt het rendement van het zonnepaneel hoog of laag?

a)

Hoog

b)

Laag

15.
Stroom is elektriciteit. Wat er stroomt zijn kleine deeltjes elektriciteit. Deze deeltjes noemen we:
a)
Protonen
b)
Elektronen
c)
Voltage
d)
Wattage
16.

Wat is de betekenis van duurzame energie?

a)

Energie die alleen uit fossiele brandstoffen komt.

b)

Energie die alleen in de winter beschikbaar is.

c)

Energie die op een milieuvriendelijke manier wordt geproduceerd.

d)

Energie die eindig is en niet kan worden vernieuwd.