wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Minikart

Total questions: 29

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wie is dit?

a)

Albert Einstein

b)

Isaac Newton

2.

Wat ontdekte Isaac Newton?

a)

Springveren

b)

Trampoline's

c)

Wetten over krachten en beweging

d)

Wetten over de rechterlijke macht

3.

Wat is de eerste wet van Newton?

a)

Een voorwerp alleen van snelheid of richting verandert

b)

Een voorwerp alleen van snelheid of richting verandert als er een kracht op werkt

c)

E=MC2

d)

Zwaartekracht

4.

Wat is zwaartekracht?

a)

Skateboard die afremt

b)

Vallend kunstgebit

c)

Trampoline veer die wordt ingedrukt

d)

Hond die trekt aan de riem

5.

Wat is veerkracht

a)

Skateboard die afremt

b)

Vallend kunstgebit

c)

Trampoline veer die wordt ingedrukt

d)

Hond die trekt aan de riem

6.

Wat is wrijvingskracht

a)

Skateboard die afremt

b)

Vallend kunstgebit

c)

Trampoline veer die wordt ingedrukt

d)

Hond die trekt aan de riem

7.

Wat is spankracht

a)

Skateboard die afremt

b)

Vallend kunstgebit

c)

Trampoline veer die wordt ingedrukt

d)

Hond die trekt aan de riem

8.

Wat is massa?

a)
Massa is de temperatuur van een object.
b)
Massa is de kracht die op een object werkt.
c)
Massa is de snelheid van een object.
d)
Massa is de hoeveelheid materie in een object.
9.

Wat is het verschil tussen massa en gewicht?

a)
Massa is de hoeveelheid materie, gewicht is de kracht van de zwaartekracht op die massa.
b)
Massa is altijd groter dan gewicht, ongeacht de omstandigheden.
c)
Massa en gewicht zijn synoniemen voor dezelfde eigenschap.
d)
Massa is de kracht van de zwaartekracht, gewicht is de hoeveelheid materie.
10.

Wat is normaal kracht?

a)
Normaal kracht is de kracht die een oppervlak uitoefent op een object, loodrecht op het oppervlak.
b)
Normaal kracht is de kracht die een object naar beneden duwt op een oppervlak.
c)
Normaal kracht is de kracht die een oppervlak absorbeert van een object.
d)
Normaal kracht is de kracht die een object uitoefent op een oppervlak.
11.

Wat hebben zwaartekracht en normaalkracht met elkaar te maken?

a)
Zwaartekracht en normaalkracht zijn gelijk aan elkaar.
b)
Zwaartekracht werkt alleen op aarde, normaalkracht is universeel.
c)
Zwaartekracht duwt naar beneden, normaalkracht trekt omhoog.
d)
Zwaartekracht trekt naar beneden, normaalkracht duwt omhoog.
12.

Het gewicht van iets meten we in?

a)

Albert

b)

Newton

c)

Isaac

d)

Einstein

13.

Waarom is je gewicht op de maan anders dan op aarde?

a)
Je gewicht op de maan is hoger door de sterke aantrekkingskracht.
b)
Je gewicht op de maan blijft hetzelfde als op aarde.
c)
Je gewicht op de maan is onmeetbaar door de ruimtevaarttechnologie.
d)
Je gewicht op de maan is lager omdat de maan minder zwaartekracht heeft dan de aarde.
14.

Hoe zorgt normaalkracht ervoor dat je niet door de grond zakt?

a)
Normaalkracht houdt je op de grond door een zijwaartse kracht te creëren die de zwaartekracht tegenwerkt.
b)
Normaalkracht voorkomt dat je door de grond zakt door een opwaartse kracht te bieden die de zwaartekracht balanceert.
c)
Normaalkracht zorgt ervoor dat je niet door de lucht valt door de zwaartekracht te negeren.
d)
Normaalkracht voorkomt dat je door de grond zakt door de druk van de aarde te verminderen.
15.

Wat zou er gebeuren als de zwaartekracht verdwijnt?

a)
Alles zou gaan zweven en de atmosfeer zou verdwijnen.
b)
De aarde zou in een andere dimensie verdwijnen.
c)
De zwaartekracht zou sterker worden en alles samendrukken.
d)
Alle objecten zouden naar de zon worden getrokken.
16.

Waarom voel je een verschil in normaalkracht als je op een trampoline staat

a)
Je voelt een verschil in normaalkracht omdat deze afhangt van de druk die je uitoefent op de trampoline, die varieert tijdens het springen.
b)
De normaalkracht verandert alleen bij het landen op de trampoline.
c)
Je voelt een verschil in normaalkracht door de temperatuur van de trampoline.
d)
De normaalkracht is altijd constant, ongeacht de beweging.
17.

Wat is een voorbeeld van normaalkracht

a)
De kracht die een boek uitoefent op een tafel.
b)
De kracht die een stoel uitoefent op een persoon.
c)
De kracht die de lucht uitoefent op een ballon.
d)
De kracht die een tafel uitoefent op een boek.
18.

Wat is de formule om de gemiddelde snelheid te berekenen?

a)

gemiddelde snelheid = afstand / tijd

b)
gemiddelde snelheid = totale afstand + totale tijd
c)
gemiddelde snelheid = afstand / tijdsduur
d)
gemiddelde snelheid = totale tijd / totale afstand
19.

Wat is een eenparige beweging?

a)
Eenparige beweging is een beweging met variabele snelheid.
b)
Eenparige beweging is een beweging in een cirkel.
c)
Eenparige beweging is een beweging die stopt en start.
d)
Eenparige beweging is een beweging met constante snelheid in een rechte lijn.
20.

Wat is een versnelde beweging?

a)
Een beweging waarbij de snelheid afneemt.
b)
Een beweging zonder enige versnelling.
c)
Een beweging die altijd constant is.
d)
Een beweging waarbij de snelheid toeneemt.
21.

Wat is een vertraagde beweging?

a)
Een vertraagde beweging is een beweging zonder enige snelheid.
b)
Een vertraagde beweging is een beweging met constante snelheid.
c)
Een vertraagde beweging is een beweging waarbij de snelheid van een object afneemt.
d)
Een vertraagde beweging is een beweging die versnelt.
22.

Hoe kun je de gemiddelde snelheid berekenen als je een afstand en de tijd weet?

a)
Gemiddelde snelheid = afstand + tijd
b)
Gemiddelde snelheid = afstand / tijd
c)
Gemiddelde snelheid = tijd / afstand
d)
Gemiddelde snelheid = afstand - tijd
23.

Wat is snelheid?

a)
Snelheid is de afstand per tijdseenheid.
b)
Snelheid is de temperatuur van een stof.
c)
Snelheid is de massa gedeeld door volume.
d)
Snelheid is de kracht van een object.
24.

Wat is de gemiddelde snelheid als je 120 km in 2 uur aflegt?

a)
60 km/u
b)
80 km/u
c)
70 km/u
d)
50 km/u
25.

Hoeveel m/s is 36 km/u

a)
15 m/s
b)
10 m/s
c)
12 m/s
d)
8 m/s
26.

wat is een hefboom

a)
Een hefboom is een soort gereedschap voor timmerwerk.
b)
Een hefboom is een type van elektrische machine.
c)
Een hefboom is een mechanisch hulpmiddel dat kracht vergroot.
d)
Een hefboom is een manier om te meten van afstand.
27.

wat is een katrol

a)
Een katrol is een werktuig dat helpt bij het verplaatsen of hijsen van lasten.
b)
Een katrol is een apparaat dat geluidsgolven versterkt.
c)
Een katrol is een type gereedschap voor het snijden van hout.
d)
Een katrol is een soort vis die in zoetwater leeft.
28.

welke vorm worden gebruikt in constructies om ze stevig te maken?

a)
Driehoeken
b)
Rechthoeken
c)
Cirkelvormen
d)
Vierkanten
29.

Waarom zijn driehoeken stevig in constructies?

a)
Driehoeken bieden geen extra ondersteuning in bouwprojecten.
b)
Driehoeken zijn instabiel en kunnen omvallen in constructies.
c)
Driehoeken zijn zwak omdat ze gemakkelijk buigen onder druk.
d)
Driehoeken zijn stevig omdat ze niet vervormen en stabiliteit bieden in constructies.