wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M&M H9 P5 oefentoets

Total questions: 95

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

1. Welke twee landen waren tijdens de Tweede Wereldoorlog nog bondgenoten, maar stonden kort daarna recht tegenover elkaar in de Koude Oorlog?

a)

Engeland en Japan

b)

Duitsland en de Sovjet-Unie

c)

Amerika en de Sovjet-Unie

d)

Frankrijk en Engeland

2.

2. Wat was de belangrijkste reden dat de samenwerking tussen Amerika en de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog snel ophield?

a)

Ze streden samen tegen Japan en Duitsland, en toen die vijanden verslagen waren, viel het bondgenootschap uiteen.

b)

Amerika en de Sovjet-Unie kwamen in 1946 officieel in oorlog met elkaar.

c)

De Sovjet-Unie dreigde direct na de oorlog met de atoombom.

d)

Engeland dwong Amerika en de Sovjet-Unie uit elkaar te gaan.

3.

3. Hoe wordt de zwaarbewaakte grens genoemd die dwars door Europa liep en het continent in twee blokken verdeelde?

a)

De Berlijnse Muur

b)

Het Warschaupact

c)

Het IJzeren Gordijn

d)

De Maginotlinie

4.

4. Welke militaire bondgenootschap werd in 1949 door Amerika en West-Europese landen opgericht?

a)

Het Warschaupact

b)

De Verenigde Naties

c)

De Geallieerden

d)

De NAVO

5.

5. Het Oostblok richtte in 1955 een militair bondgenootschap op als reactie op de NAVO. Hoe heette dit pact?

a)

Het Warschaupact

b)

Het Oostpact

c)

Het Communistisch Verbond

d)

De Sovjet Alliantie

6.

6. De wereld was na de oprichting van de twee militaire bondgenootschappen verdeeld in twee blokken. Wat stonden hierbij tegenover elkaar?

a)

Het fascistische Westen tegenover het liberale Oosten.

b)

Het militaire Westen tegenover het vreedzame Oosten.

c)

Het kapitalistische Westen tegenover het communistische Oosten.

d)

De Verenigde Naties tegenover de Geallieerden.

7.

7. Welk economisch systeem hoort bij het **Oostblok** en wordt gekenmerkt door een **planeconomie**?

a)

Kapitalisme

b)

Socialisme

c)

Democratie

d)

Communisme

8.

8. Wat betekent 'Planeconomie' in de Sovjet-Unie?

a)

De economie wordt bepaald door de vrije markt, vraag en aanbod.

b)

De overheid bepaalt wat en hoeveel elk bedrijf moet produceren en wat de prijzen zijn.

c)

Bedrijven plannen zelf hun productie op basis van winstkansen.

d)

Er worden alleen maar vliegtuigen (planes) geproduceerd.

9.

9. Wat is een kenmerk van de **democratie** in het **Westblok** (Kapitalisme)?

a)

Er is maar één politieke partij die alle macht heeft.

b)

Het volk mag stemmen op de leiders van het land.

c)

De overheid bepaalt de prijzen van alle producten.

d)

De staat bezit alle bedrijven en fabrieken (Nationaliseren).

10.

10. Welk kenmerk hoort bij het **Kapitalisme** (Westblok)?

a)

Planeconomie

b)

Vrijemarkteconomie

c)

Gelijkheid tussen arm en rijk

d)

Eenpartijstaat

11.

11. Wat is een gevolg van de vrije markt in een kapitalistische samenleving?

a)

Er is volledige gelijkheid tussen arm en rijk.

b)

De prijs van producten wordt bepaald door vraag en aanbod.

c)

De overheid schrijft een vijfjarenplan voor.

d)

Er is geen privébezit meer.

12.

12. Wat betekent **Nationaliseren** in de communistische Sovjet-Unie?

a)

Mensen mogen bedrijven in privébezit hebben.

b)

Bedrijven, banken en fabrieken waren eigendom van de staat.

c)

De overheid zorgt voor vrije verkiezingen.

d)

Mensen mogen kritiek geven op het bestuur.

13.

13. Welke van de volgende uitspraken past het best bij het **communisme**?

a)

Ondernemers willen vooral winst maken.

b)

Als je hard werkt, verdien je meer geld.

c)

Basisbehoeften zoals voedsel en school moeten voor iedereen geregeld zijn.

d)

Er is vrijheid van meningsuiting en godsdienst.

14.

14. In de Sovjet-Unie was sprake van een **Eenpartijstaat**. Wat betekent dit?

a)

Er was democratie en meerdere partijen streden om de macht.

b)

De communistische partij was de enige toegestane partij en had alle macht.

c)

De staat zorgde voor volledige gelijkheid.

d)

Er waren elke vijf jaar nieuwe verkiezingen voor de partijleider.

15.

15. Wat was het hoofddoel van de Verenigde Naties (V.N.) bij de oprichting?

a)

Het oprichten van militaire bondgenootschappen.

b)

Het voorkomen van oorlogen, lijden en armoede in de wereld.

c)

Het verdelen van kernwapens over de landen.

d)

Het opzetten van een communistisch wereldrijk.

16.

16. Waarom functioneerde de V.N. minder goed tijdens de Koude Oorlog?

a)

De V.N. was te machtig en werd door niemand serieus genomen.

b)

Landen waren te verdeeld (Oostblok en Westblok), waardoor samenwerking lastig was.

c)

De organisatie was te klein en had te weinig leden.

d)

De V.N. had zelf te veel oorlogen gevoerd.

17.

17. Welk wapen, dat gebruikt werd in augustus 1945 om WO II te beëindigen, werd het gezicht van de Koude Oorlog en de wapenwedloop?

a)

Het machinegeweer

b)

De tank

c)

De atoombom

d)

Het gifgas

18.

18. Wat wordt bedoeld met een **wapenwedloop** tijdens de Koude Oorlog?

a)

Landen verkochten hun wapens aan elkaar.

b)

De race tussen het Oost- en Westblok om meer en betere wapens (kernwapens) te hebben dan de tegenstander.

c)

Een wedstrijd wie de beste soldaten had.

d)

Het verbod op de productie van wapens.

19.

19. Waarom wilden zowel Amerika als de Sovjet-Unie steeds meer kernwapens maken?

a)

Om de wapens te kunnen verkopen aan neutrale landen.

b)

Om ervoor te zorgen dat ze altijd konden terugslaan (afschrikking) en sterker te zijn dan de tegenstander.

c)

Ze wilden de wapens als toeristische attractie gebruiken.

d)

Omdat de V.N. dit van hen eiste.

20.

20. Welke angst zorgde ervoor dat de wapenwedloop zo gevaarlijk was?

a)

De angst dat een atoomoorlog zou leiden tot de totale vernietiging van de kampen, of zelfs de wereld.

b)

De angst dat ze te weinig geld zouden hebben voor andere dingen.

c)

De angst dat alle wapens zouden roesten.

d)

De angst dat Engeland de wapenwedloop zou winnen.

21.

21. Welke stad was na de Tweede Wereldoorlog verdeeld, lag als een eiland in de zone van de Sovjet-Unie, en werd een belangrijk symbool van de Koude Oorlog?

a)

Moskou

b)

Londen

c)

Parijs

d)

Berlijn

22.

22. Wat was de **Blokkade van Berlijn** die in juni 1948 begon?

a)

De bouw van een muur door de stad.

b)

Het afsluiten van alle toegangswegen (spoor, water, wegen) naar West-Berlijn door Stalin.

c)

Een verbod van Amerika om Oost-Berlijn binnen te gaan.

d)

Een bombardement op de stad door de Sovjet-Unie.

23.

23. Hoe hielpen de Amerikanen de bevolking van West-Berlijn tijdens de Blokkade van Berlijn (1948-1949)?

a)

Ze stuurden tanks om de blokkade te doorbreken.

b)

Ze lieten vliegtuigen vol levensmiddelen landen in de stad.

c)

Ze dwongen de Oost-Berlijners om West-Berlijners te helpen.

d)

Ze gaven de bevolking van West-Berlijn geld om te vluchten.

24.

24. Wanneer werd de **Berlijnse Muur** gebouwd, wat het onmogelijk maakte om van Oost- naar West-Berlijn te reizen?

a)

1945

b)

1989

c)

1961

d)

1975

25.

25. Wat was de directe aanleiding voor de **Cubacrisis** in 1962?

a)

Fidel Castro viel de Verenigde Staten aan.

b)

De Sovjet-Unie wilde kernraketten plaatsen op Cuba.

c)

Amerika eiste dat Cuba communistisch werd.

d)

De Sovjet-Unie stuurde de Berlijnse Muur naar Cuba.

26.

26. Hoe reageerde de Amerikaanse president Kennedy op de plaatsing van de kernraketten op Cuba?

a)

Hij eiste de onmiddellijke verwijdering van de raketten en stelde een blokkade van marineschepen in rond Cuba.

b)

Hij viel direct de Sovjet-Unie aan.

c)

Hij bood de Sovjet-Unie geld aan in ruil voor de raketten.

d)

Hij bouwde zelf ook kernraketten op Cuba.

27.

27. Waarom was de Cubacrisis een extreem gevaarlijk moment tijdens de Koude Oorlog?

a)

Het leidde tot een totale economische crisis.

b)

Het leidde bijna tot een Derde Wereldoorlog met kernwapens (kernoorlog).

c)

De twee leiders weigerden met elkaar te praten.

d)

De crisis was al snel voorbij zonder dat er iets gebeurde.

28.

28. Welke Sovjetleider kwam in 1985 aan de macht en zette hervormingen in gang die leidden tot het einde van de Koude Oorlog?

a)

Stalin

b)

Chroesjtsjov

c)

Gorbatsjov

d)

Lenin

29.

29. Wat was een belangrijke reden waarom Gorbatsjov in 1985 moest ingrijpen en hervormingen moest doorvoeren?

a)

De Sovjet-Unie won de wapenwedloop en wilde de winst delen.

b)

De Sovjet-economie stond op instorten en de wapenwedloop kostte te veel geld.

c)

De Sovjet-Unie wilde meer democratie dan Amerika.

d)

Er was een tekort aan soldaten in het Sovjetleger.

30.

30. Wat was een van de economische hervormingen van Gorbatsjov?

a)

Hij voerde een strenge planeconomie in.

b)

De planeconomie werd versoepeld, en bedrijven mochten voor het eerst spullen verkopen gebaseerd op vraag en aanbod.

c)

Hij verbood alle handel met het Westen.

d)

Hij nationaliseerde (staatsbezit maken) alle privébedrijven.

31.

31. Wat betekende het beleid van 'openheid' (Glasnost) dat Gorbatsjov invoerde?

a)

Mensen moesten geheim houden wat ze dachten.

b)

Mensen kregen de vrijheid om hun mening te geven en kritiek te uiten op het bestuur.

c)

Alle grenzen gingen direct open.

d)

De Sovjet-Unie zocht geen contact meer met het Westen.

32.

32. Welke stap zette Gorbatsjov om de spanningen in de Koude Oorlog te verminderen?

a)

Hij begon een nieuwe wapenwedloop met Amerika.

b)

Hij zocht toenadering tot het Westen en sloot verdragen om het aantal kernwapens te verminderen.

c)

Hij sloot de grenzen van de Sovjet-Unie.

d)

Hij eiste dat Amerika alle kernwapens vernietigde.

33.

33. Wat was het gevolg van het terugtrekken van de Sovjetsoldaten uit Oost-Europa door Gorbatsjov?

a)

Oost-Europese landen kregen veel nieuwe militaire hulp van het Westen.

b)

Oost-Europese landen kregen geen hulp meer van het Sovjetleger en moesten hun problemen zelf oplossen, wat tot protesten leidde.

c)

De communistische partijen werden sterker.

d)

De wapenwedloop nam toe.

34.

34. Welke gebeurtenis in november 1989 symboliseerde het definitieve einde van de verdeling in Europa?

a)

De start van de Cubacrisis.

b)

De oprichting van het Warschaupact.

c)

De val van de Berlijnse Muur.

d)

De Blokkade van Berlijn.

35.

35. De bewering: "De Berlijnse muur werd gebouwd om te voorkomen dat mensen van het Westen naar het Oosten zouden vluchten." Is deze bewering juist of onjuist?

a)

Juist, want mensen wilden graag in Oost-Berlijn wonen.

b)

Onjuist, de muur was juist bedoeld om Oost-Duitsers te beletten naar het Westen te vluchten.

36.

36. Stel, je bent in 1955 in Europa. Je ziet een zwaarbewaakte grens die het continent in tweeën deelt. Hoe heet die grens? (Gebaseerd op de kaarten uit de bijlage)

a)

De grens van de Verenigde Naties.

b)

Het IJzeren Gordijn.

c)

De Atlantikwall.

d)

De Chinese Muur.

37.

37. Iemand verkoopt in een advertentie "Stukjes Berlijnse Muur" kort nadat de Muur is gevallen. In welke periode van de Koude Oorlog is dit hoogstwaarschijnlijk gebeurd?

a)

Voor de Koude Oorlog.

b)

Tijdens de Cubacrisis.

c)

Na de Koude Oorlog (omdat de Muur net gevallen is).

d)

Precies halverwege de Koude Oorlog.

38.

38. Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde (van vroeger naar later): 1. Gorbatsjov wordt leider van de Sovjet-Unie. 2. Amerika gebruikt de atoombom. 3. De Cubacrisis vindt plaats. 4. De Blokkade van Berlijn begint.

a)

2 - 4 - 3 - 1

b)

1 - 2 - 3 - 4

c)

4 - 3 - 2 - 1

d)

2 - 1 - 4 - 3

39.

39. Welke krant had gelijk over wie de wapenwedloop niet lang zou volhouden: de Russische Pravda (Amerika wordt arm) of de Amerikaanse New York Times (Sovjet-Unie wordt arm)?

a)

De Pravda, want de Sovjet-Unie won de wapenwedloop.

b)

De New York Times, want de Sovjet-Unie raakte financieel uitgeput en de economie stortte in.

c)

Beide kranten hadden ongelijk, want ze werden allebei rijk.

d)

Beide kranten hadden gelijk, want zowel Amerika als de Sovjet-Unie werden arm.

40.

40. Wat is het grootste verschil tussen een **Kapitalistisch** en een **Communistisch** land als het gaat om het bezit van fabrieken?

a)

Kapitalisme: De staat bezit alles; Communisme: Privébezit.

b)

Kapitalisme: Privébezit is toegestaan; Communisme: Bedrijven zijn eigendom van de staat (genationaliseerd).

c)

Kapitalisme: Alleen de overheid mag winst maken; Communisme: Iedereen mag winst maken.

d)

Er is geen verschil, in beide systemen bezitten de burgers de fabrieken.

41.

41. Wat is de beste omschrijving van de 'Koude Oorlog'?

a)

Een korte, maar hevige oorlog waarbij veel kernwapens werden gebruikt.

b)

Een langdurige strijd met gewone wapens tussen Amerika en de Sovjet-Unie.

c)

Een periode van grote spanning en dreiging tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oosten, zonder dat ze direct tegen elkaar vochten.

d)

De strijd tussen de Verenigde Naties en de NAVO over wie het sterkste was.

42.

42. De Amerikaanse en Russische soldaten waren nog vrienden in 1945 (zie de afbeelding van de ontmoetende soldaten). Waar ontmoetten zij elkaar waarschijnlijk?

a)

Op Cuba, tijdens de crisis.

b)

Halverwege in Duitsland, tijdens het verslaan van de gemeenschappelijke vijand.

c)

In Moskou, voor een vredesconferentie.

d)

In Washington, voor een topoverleg.

43.

43. Wat was de hoofdreden waarom de VS en de Sovjet-Unie **na** 1945 snel vijanden werden?

a)

Ze vertrouwden elkaar niet en hadden fundamenteel verschillende ideeën over hoe de wereld en de economie ingericht moesten worden.

b)

De Sovjet-Unie wilde alleen samenwerken met Engeland.

c)

Amerika eiste dat de Sovjet-Unie alle wapens inleverde.

d)

De VN verbood het bondgenootschap.

44.

44. Wat wordt er bedoeld met het 'Westblok'?

a)

De landen in Oost-Europa die communistisch waren.

b)

De landen in West-Europa en Amerika die kapitalistisch waren.

c)

De landen die neutraal bleven tijdens de Koude Oorlog.

d)

De landen die bij het Warschaupact hoorden.

45.

45. Wat wordt er bedoeld met het 'Oostblok'?

a)

De landen in West-Europa die bij de NAVO hoorden.

b)

Landen zoals de Sovjet-Unie en Oost-Europese landen die communistisch waren.

c)

De landen die de VN hadden opgericht.

d)

Alle landen die democratisch waren.

46.

46. Wat was de functie van het **IJzeren Gordijn**?

a)

Het was een grens waar alleen toeristen mochten oversteken.

b)

Het was een zwaarbewaakte grens die het kapitalistische Westen en het communistische Oosten scheidde.

c)

Het was een muur rond de hoofdstad Moskou.

d)

Het was de naam voor de grens tussen Amerika en Canada.

47.

47. Wat is juist over de oprichting van de NAVO en het Warschaupact?

a)

De NAVO werd opgericht door de Sovjet-Unie, het Warschaupact door Amerika.

b)

Beide waren economische organisaties.

c)

De NAVO was een militair verbond van het Westen (1949), het Warschaupact een militair verbond van het Oosten (1955).

d)

Beide bondgenootschappen werden in 1945 opgericht om Duitsland te verdelen.

48.

48. Wat betekende het gezegde: "De vijand van mijn vijand is mijn vriend," voor de relatie tussen Amerika en de Sovjet-Unie aan het begin van 1945?

a)

Ze waren al jaren vijanden van elkaar.

b)

Ze waren vrienden omdat ze allebei tegen Duitsland en Japan vochten.

c)

Ze waren vrienden omdat ze allebei communistisch waren.

d)

Ze waren in het geheim bezig met een oorlog tegen Engeland.

49.

49. Op welke kaart van Europa uit de bijlage (de vier kaarten van Europa uit de jaren '50) is het IJzeren Gordijn te zien?

a)

Op alle vier de kaarten, omdat het in 1955 door Europa liep.

b)

Alleen op kaart 4, omdat dit pas in de jaren '80 ontstond.

c)

Op geen enkele kaart, omdat het IJzeren Gordijn niet op een kaart te tekenen was.

d)

Op kaart 2, omdat daar de grens het meest duidelijk is.

50.

50. Wat was het directe gevolg van de Amerikaanse atoombomaanval op Japan in 1945 voor de relatie met de Sovjet-Unie?

a)

De Sovjet-Unie zag de VS als een machtige vijand en begon direct met een eigen kernwapenprogramma.

b)

De Sovjet-Unie feliciteerde Amerika met de overwinning.

c)

De Sovjet-Unie en Amerika besloten hun kernwapens te delen.

d)

Amerika was direct bang voor de Sovjet-Unie.

51.
51. Wat is een kenmerk van de **Planeconomie** in de Sovjet-Unie?
a)
De overheid bepaalt de prijzen van producten.
b)
De prijzen worden bepaald door vraag en aanbod.
c)
Bedrijven bepalen zelf de prijzen om winst te maken.
d)
De overheid mag zich nergens mee bemoeien.
52.
52. In het **Kapitalisme** is er sprake van 'vrijheid van meningsuiting'. Wat betekent dit?
a)
Je mag alleen de mening van de regering delen.
b)
Je mag je eigen mening geven, zelfs als je protesteert tegen de overheid.
c)
Je mag alleen stemmen op de leider van je keuze.
d)
Je mag alleen kritiek hebben op andere landen, niet op je eigen land.
53.
53. Wat betekent het begrip **Vrijemarkteconomie** in het Westen?
a)
Dat de overheid alle bedrijven in bezit heeft.
b)
Dat iedereen zelf mag bepalen wat hij produceert of verkoopt zonder veel inmenging van de overheid.
c)
Dat er strenge regels zijn over hoeveel je mag verdienen.
d)
Dat de prijzen door de politieke partij worden vastgelegd.
54.
54. Wat is een **Vijfjarenplan** in de Sovjet-Unie?
a)
Een plan om de vijf jaar vakantie te nemen.
b)
Een plan van de overheid dat elke vijf jaar voorschrijft hoeveel er van elk product moet worden gemaakt.
c)
Een plan om elke vijf jaar verkiezingen te houden.
d)
Een plan van de VN om de Sovjet-Unie te helpen.
55.
55. Wat was de rol van **Gelijkheid** in de theorie van het communisme?
a)
Er mocht juist veel verschil zijn tussen rijk en arm.
b)
Iedereen moest dezelfde rechten hebben en er mocht geen groot verschil zijn tussen arm en rijk.
c)
Gelijkheid gold alleen voor mannen.
d)
Alleen de partijleiders hadden recht op gelijkheid.
56.
56. Wat is een groot nadeel van de Planeconomie (Communisme) in de praktijk, zoals beschreven in de stof (zie de afbeelding van de lange rijen)?
a)
Er was te veel luxe.
b)
Er waren vaak tekorten aan producten en lange rijen voor de winkels, omdat de productie niet op de vraag afgestemd was.
c)
De prijzen waren veel te hoog.
d)
De overheid gaf te veel vrijheid aan de mensen.
57.
57. Wat is een kenmerk van **Kapitalisme** als het gaat om welvaart?
a)
Iedereen is even rijk.
b)
Er is vaak veel verschil tussen rijk en arm in de samenleving.
c)
De staat zorgt voor iedereen.
d)
Winst maken is verboden.
58.
58. In een communistische staat heb je een **Eenpartijstaat**. Wat is hiervan het gevolg?
a)
Er zijn veel verschillende politieke partijen om uit te kiezen.
b)
Je mag stemmen op verschillende leiders.
c)
Er zijn geen andere politieke partijen dan de communistische partij, en deze partij heeft alle macht.
d)
De overheid is democratisch gekozen.
59.
59. Welke van de volgende zinnen is **juist** voor een **Kapitalistische** samenleving?
a)
Je moet doen wat de staat zegt, zonder tegenspraak.
b)
Ondernemen is verboden.
c)
Je hebt vrijheid van onderwijs en je mag protesteren als je het ergens mee oneens bent.
d)
Alle bedrijven zijn van de staat.
60.
60. Welk woord past bij het **Westblok**?
a)
Eenpartijstaat
b)
Kapitalistisch
c)
Communisme
d)
Nationaliseren
61.
61. Welk woord past bij het **Oostblok**?
a)
Democratie
b)
Vrijemarkteconomie
c)
Warschaupact
d)
NAVO
62.
62. Waarom was er in de Sovjet-Unie weinig aandacht voor de **kwaliteit** van producten?
a)
De overheid legde de nadruk op winst.
b)
De fabrieken moesten vooral voldoen aan de gevraagde **hoeveelheid** uit het vijfjarenplan, niet aan de kwaliteit.
c)
De mensen in de Sovjet-Unie wilden geen kwalitatieve producten.
d)
Kwaliteit was alleen belangrijk in het Westen.
63.
63. Wat betekent de term **Democratie** in de context van het Westen?
a)
De president wordt benoemd door de staat.
b)
Je mag stemmen op de leider(s) van je land.
c)
Er is maar één partij om op te stemmen.
d)
De regering is alleen verantwoordelijk voor de economie.
64.
64. Welk principe regelt de prijs van producten in een kapitalistisch land?
a)
Het Vijfjarenplan
b)
De overheid
c)
Vraag en aanbod
d)
De communistische partij
65.
65. Welke politieke en economische systemen stonden tegenover elkaar in de Koude Oorlog?
a)
Fascisme tegenover Socialisme.
b)
Democratie/Kapitalisme tegenover Eenpartijstaat/Communisme.
c)
Monarchie tegenover Dictatuur.
d)
De VN tegenover de NATO.
66.
66. Welke crisis bracht de wereld in 1962 het dichtst bij een Derde Wereldoorlog met kernwapens?
a)
De Blokkade van Berlijn.
b)
De val van de Berlijnse Muur.
c)
De Cubacrisis.
d)
De oprichting van de NAVO.
67.
67. Op de afbeelding van de bijlage (kinderen die onder hun tafeltjes schuilen) oefenen Amerikaanse kinderen een 'Duck and Cover' drill. Waarvoor oefenden ze dit?
a)
Voor het geval er een aardbeving uitbrak.
b)
Voor het geval er een atoomoorlog uitbreekt.
c)
Voor een naderende orkaan.
d)
Voor de lancering van de Russische satelliet (Sputnik).
68.
68. Wat eiste de Amerikaanse president Kennedy van de Sovjetleider Chroesjtsjov tijdens de Cubacrisis?
a)
Dat hij de Berlijnse Muur zou slopen.
b)
Dat hij de kernraketten op Cuba zou afbreken en terugsturen.
c)
Dat hij de Amerikaanse blokkade zou doorbreken.
d)
Dat hij zou toetreden tot de NAVO.
69.
70. Tussen welke jaren was West-Berlijn door de Sovjet-Unie afgesloten van de wereld tijdens de Blokkade?
a)
1961 tot 1989.
b)
1948 tot 1949.
c)
1955 tot 1960.
d)
1985 tot 1991.
70.
72. Wat was de rol van Cuba bij de Cubacrisis?
a)
Cuba was een kapitalistisch land dat bedreigd werd.
b)
Cuba was communistisch geworden en vroeg de Sovjet-Unie om hulp, waarna raketten werden geplaatst.
c)
Cuba was een neutraal land en wilde niet meedoen.
d)
Cuba eiste dat de Berlijnse Muur zou vallen.
71.
73. Wat was de directe actie van president Kennedy toen de Russische schepen met raketten op Cuba afvoeren?
a)
Hij trok zich terug uit de NAVO.
b)
Hij gaf de Sovjet-Unie een waarschuwing en stelde een blokkade van marineschepen in om Cuba heen.
c)
Hij viel direct Moskou aan.
d)
Hij begon een nieuwe wapenwedloop.
72.
74. Welke gebeurtenis was de **allereerste** in de reeks conflicten tijdens de Koude Oorlog?
a)
De Berlijnse Muur wordt gebouwd (1961).
b)
De Cubacrisis (1962).
c)
Amerika gebruikt twee kernwapens (1945).
d)
Gorbatsjov wordt leider (1985).
73.
76. Welke uitspraak over de Berlijnse Muur (gebouwd in 1961) is juist?
a)
De Muur werd gebouwd om mensen van West- naar Oost-Berlijn te laten vluchten.
b)
De Muur werd gebouwd om mensen van Oost- naar Oost-West te laten vluchten.
c)
De Muur viel direct na de bouw weer om.
d)
De Muur scheidde het Westen van het Oosten, maar reizen was nog steeds makkelijk.
74.
78. Waarom mochten de Amerikaanse soldaten de grens met Oost-Berlijn niet oversteken toen Peter Fechter (een Oost-Duitse vluchteling) stervend lag?
a)
Kon tot een atoomoorlog leiden
b)
Omdat er te weinig Amerikaanse soldaten waren.
c)
Omdat de West-Berlijnse bevolking het verbood.
d)
Omdat de grens de privé-eigendom was van de Sovjet-Unie.
75.
79. Wat was een resultaat van de Cubacrisis (1962)?
a)
Amerika en de Sovjet-Unie vochten direct een kernoorlog.
b)
De spanningen tussen de VS en de Sovjet-Unie namen sterk toe, en de oorlog brak uit.
c)
De Sovjetleider Chroesjtsjov gaf toe, stuurde de schepen terug en het gevaar was voorbij.
d)
President Kennedy moest zijn excuses aanbieden aan Cuba.
76.
80. Welke twee wereldleiders waren direct betrokken bij de Cubacrisis (zie de afbeelding van de twee leiders)?
a)
Stalin en Truman
b)
Gorbatsjov en Reagan
c)
Chroesjtsjov en Kennedy
d)
Lenin en Churchill
77.
81. Welke krant had gelijk over wie de wapenwedloop niet lang zou volhouden: de Russische Pravda (Amerika wordt arm) of de Amerikaanse New York Times (Sovjet-Unie wordt arm)?
a)
De Pravda, want Amerika werd arm door de wapenwedloop.
b)
De New York Times, want de Sovjet-Unie raakte financieel uitgeput en moest hervormen onder Gorbatsjov.
c)
Beide, want beide landen werden even arm.
d)
Geen van beide, want de Koude Oorlog was een periode van grote rijkdom.
78.
82. Wat was het doel van Gorbatsjov's economische hervormingen (versoepeling van de planeconomie)?
a)
Het leger meer geld geven.
b)
De economie weer op gang helpen en de tekorten verminderen door bedrijven op vraag en aanbod te laten werken.
c)
Alle bedrijven nationaliseren (staatsbezit maken).
d)
De banden met het Westen verbreken.
79.
83. Gorbatsjov sloot verdragen af met de VS om het aantal kernwapens te verminderen. Wat was het directe gevolg hiervan?
a)
De Sovjet-Unie viel aan.
b)
Er ontstond een periode van ontspanning in de Koude Oorlog.
c)
De wapenwedloop versnelde.
d)
De Berlijnse Muur werd direct gebouwd.
80.
84. Wat was de naam voor het beleid van 'openheid' en je eigen mening mogen geven dat Gorbatsjov invoerde?
a)
Perestrojka
b)
Planeconomie
c)
Glasnost
d)
Warschaupact
81.
85. Wat was een belangrijk gevolg van de **Glasnost**?
a)
De bevolking mocht kritiek geven op het Sovjetbestuur en de communistische partij.
b)
Alleen positieve dingen over de staat mochten worden gezegd.
c)
Vrijheid van meningsuiting werd direct verboden.
d)
De Muur werd versterkt.
82.
86. Wat was het gevolg van het terugtrekken van de Sovjetsoldaten uit Oost-Europa?
a)
De Oost-Europese landen kregen veel nieuwe militaire hulp van het Westen.
b)
De Oost-Europese landen moesten hun problemen zelf oplossen, en dit leidde tot protesten tegen het communistische bewind.
c)
De communistische partijen werden sterker.
d)
De wapenwedloop nam toe.
83.
87. Welke datum hoort bij de **Val van de Berlijnse Muur**?
a)
Augustus 1961
b)
Mei 1949
c)
November 1989
d)
Oktober 1962
84.
88. Wat werd het symbool van de Koude Oorlog gedurende 28 jaar?
a)
Het Vrijheidsbeeld
b)
De Berlijnse Muur
c)
De atoombom
d)
De Verenigde Naties
85.
90. Wie verklaarde in 1989 dat de Sovjet-Unie en de VS geen vijanden meer waren?
a)
President Kennedy
b)
Stalin
c)
President Reagan
d)
President Gorbatsjov
86.
91. Een advertentie in een Nederlandse krant (zie de bron) verkoopt 'Stukjes Berlijnse Muur'. Waarom kon dit pas ná 1989 gebeuren?
a)
Voor 1989 was de Muur te sterk om er stukjes uit te halen.
b)
De Muur werd pas na 1989 een toeristische attractie, omdat hij toen pas viel.
c)
De advertentie was nep.
d)
De Muur bestond voor 1989 nog niet.
87.
92. Wat was de hoofdrol van president Gorbatsjov in het beëindigen van de Koude Oorlog?
a)
Hij liet de Berlijnse Muur bouwen.
b)
Hij startte hervormingen (economisch en politiek) en zocht toenadering tot het Westen, wat leidde tot ontspanning.
c)
Hij won de wapenwedloop.
d)
Hij maakte van de Sovjet-Unie een kapitalistisch land in 1985.
88.
93. Welke hervorming van Gorbatsjov leidde tot democratischer verkiezingen?
a)
De invoering van een meerpartijensysteem en de vrijheid om te stemmen op het eigen parlement en president.
b)
De afschaffing van alle verkiezingen.
c)
Het verbod op kritiek op het bestuur.
d)
De versterking van de planeconomie.
89.
94. Welke van de volgende zaken was in de jaren '80 een groot probleem in de Sovjet-Unie?
a)
De bevolking had te weinig luxe en auto's.
b)
De economie stond op instorten, er waren tekorten aan levensmiddelen en urenlange wachtrijen.
c)
Er was te veel vrijheid van meningsuiting.
d)
De wapenwedloop werd gemakkelijk gewonnen.
90.
95. Wat was het uiteindelijke resultaat van de protesten in Oost-Europa en de hervormingen van Gorbatsjov?
a)
De Sovjet-Unie viel Amerika aan.
b)
De Berlijnse Muur viel en de deelstaten (zoals te zien op de spotprent van de beer) verlieten de Sovjet-Unie.
c)
De NAVO viel uiteen.
d)
De Cubacrisis begon opnieuw.
91.
96. Welke zin uit het lied 'Over de Muur' van het Klein Orkest (1984) wijst het meest duidelijk op het gebrek aan vrijheid in Oost-Europa?
a)
Deel 2: En de neonreclames die glitterend lokken kom dansen, kom eten, kom zuipen, kom gokken.
b)
Deel 3: Je mag demonstreren, maar met je rug tegen de muur en alleen als je geld hebt, is de vrijheid niet duur.
c)
Deel 4: Maar wat is nou die heilstaat, als er muren omheen staan als je bang en voorzichtig met je mening moet omgaan.
d)
Deel 1: Er wandelen mensen langs vlaggen en vaandels waar Lenin en Marx nog steeds op hun voetstuk staan.
92.
97. Welke gebeurtenis gebeurde **na** de Cubacrisis?
a)
De Blokkade van Berlijn (1948)
b)
Amerika gebruikt de atoombom (1945)
c)
Gorbatsjov wordt leider van de Sovjet-Unie (1985)
d)
De oprichting van de NAVO (1949)
93.

98. De Muur in Berlijn werd gezien als een grens tussen de twee politieke systemen. Hoe lang stond de Muur ongeveer?

a)
10 jaar
b)
7 jaar
c)
28 jaar
d)
52 jaar
94.

99. Wat was een belangrijk doel van de Verenigde Naties, naast het voorkomen van oorlog?

a)
Het zorgen voor lijden en armoede.
b)
Een wereld zonder oorlog, lijden en armoede.
c)
Het financieren van de wapenwedloop.
d)
Het verdelen van Europa in twee blokken.
95.
100. Wat was het doel van de protesten in Oost-Duitsland in 1989?
a)
De Muur behouden.
b)
Een einde aan de wapenwedloop
c)
De grenzen en de Muur weer open krijgen.
d)
De Planeconomie versterken.