wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basis H10

Total questions: 45

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.
de eenheid van kracht is
a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
2.

Een kracht teken je met een pijl.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Welke kracht zorgt ervoor dat regendruppels naar beneden vallen?

a)

Trekkracht

b)

Duwkracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Zwaartekracht

4.

Welke kracht zorgt voor het vervormen van de spons?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

5.

Welke kracht zorgt voor het bewegen van de schaatser?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

6.

Welke kracht werkt in op de auto?

a)

zwaartekracht

b)

gewicht

c)

elektrostatische kracht

d)

magnetische kracht

e)

wrijvingskracht

7.

Welke kracht herken je in onderstaande beschrijving?


Knipperen met je ogen

a)

wrijvingskracht

b)

elektrostatische kracht

c)

gewicht

d)

zwaartekracht

e)

spierkracht

8.

Zwaartekracht werkt omhoog.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Welke verandering is er op getreden op het cola blikje?

a)

Verandering van gewicht

b)

Verandering van vorm

c)

Verandering van kleur

d)

Verandering van massa

10.

Wat is het symbool voor kracht?

a)

F

b)

N

c)

K

d)

S

11.

Welke kracht wordt afgebeeld op deze tekening?

a)

Zwaartekracht

b)

Duwkracht

c)

Trekkracht

d)

Wrijvingskracht

12.

Met welke kracht heb je niet te maken als je naar huis fietst?

a)

Wrijvingskracht

b)

Spierkracht

c)

Magnetische kracht

d)

Zwaartekracht

13.

De rode krachtmeter geeft een kracht aan van:

a)

0,55 N

b)

0,65 N

c)

55 N

d)

0,65 N

14.

De blauwe krachtmeter geeft een kracht aan van:

a)

9,2 N

b)

10,8 N

c)

0,92 N

d)

1,08 N

15.

De kracht op de tak is 150 N. Wat is juist over de kracht op het handvat?

a)

Is groter dan 150 N.

b)

Is kleiner dan 150 N.

c)

Is gelijk aan 150 N

16.

Met een kracht van 30 N wordt de notenkraker dicht geknepen. Bereken de kracht die op de noot wordt uitgeoefend.

a)

84 N

b)

216 N

c)

336 N

d)

120 N

17.

Wat is het verschil tussen een enkele en dubbele hefboom?

a)

Een enkele hefboom is altijd kleiner dan een dubbele hefboom

b)

Dubbele hefbomen hebben altijd twee plekken die op en neer kunnen bewegen

c)

Bij dubbele hefbomen kan je momentenwet niet toepassen en bij enkele hefbomen wel

18.

Welke van de volgende is een enkele hefboom?

a)
Een schaar
b)
Een tang
c)

Een heggeschaar

d)

Een bieropener

19.

De zwaartekracht bereken je met de formule:

a)

F = m/g

b)

F = m x g

c)

F = g x m

d)

F = g/m

20.
Jan houdt een spijkertje vast met een tang. Hij knijpt bij de punten P en Q met een kracht van 3,5 N.   Hoe groot is de kracht op het spijkertje?
a)
    1,3 N
b)
   2,1 N
c)
    5,8 N
d)
     9,3 N 
21.

2.5 Ziana gebruikt de draadtang om een stuk koperdraad af te knippen. Ze oefent daarbij een kracht F = 12 N uit op elk van de twee handvatten.

Hoe groot is de kracht die op het koperdraad wordt uitgeoefend?

a)

2.4 N

b)

4.8 N

c)

60 N

d)

120 N

22.

1.4 Wat is GEEN voorbeeld van een hefboom

a)

schaar

b)

zaklamp

c)

schommel

d)

deurkruk

e)

kruiwagen

23.

De zwaartekracht werkt naar beneden.

a)

waar

b)

niet waar

24.

Wrijvings-kracht is een meewerkende kracht.

a)

waar

b)

niet waar

25.

Een hefboom kan krachten vergroten.

a)

waar

b)

niet waar

26.
Hoe groot is de zwaartekracht op een blokje van 200 g?
a)
0,1962 N
b)
1,962 N
c)
196,2 N
d)
1962 N
27.

De massa van mijn neef is 49 kg. Bereken de zwaartekracht op je neef. schrijf alle stappen op van je berekening!

4 lines
28.

De zwaartekracht op mijn schildpad is 140 N. Bereken de massa van je schildpad. Schrijf alle bereken stappen op!

4 lines
29.

een massa van 500 Kg heeft een zwaartekracht van

a)

50N

b)

500N

c)

5000N

d)

50000N

30.

Wat is de eenheid van massa?

a)

kg

b)

N

c)

N/kg

d)

kg/N

31.

Welke verandering is er op getreden op het cola blikje?

a)

Verandering van gewicht

b)

Verandering van vorm

c)

Verandering van kleur

d)

Verandering van massa

32.

Welke kracht zorgt ervoor dat een parachute de val vertraagt?

a)

Duwkracht

b)

Zwaartekracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Trekkracht

33.

Op een gewichtje werkt een zwaartekracht van 1250 Newton. Wat is de massa van dat gewichtje?

a)

1,25 Kg

b)

125 Kg

c)

1,25 g

d)

125 g

34.
wat is een takel?
a)
een vaste katrol aan het plafond
b)
een losse katrol aan de last
c)
een combinatie bestaande uit een vaste en een losse katrol
d)
een combinatie bestaande uit ten minste een losse en ten,minste een vaste katrol
35.
een doos van 25kg wordt met behulp van een vaste katrol gehesen. Hoe groot moet de minimale hijskracht zijn?
a)
25kg
b)
25N
c)
250kg
d)
250N
36.
zwaartekracht is gelijk aan
a)
massa in kg : 10
b)
massa in kg x 10
c)
massa in kg x 100
d)
massa in kg : 100
37.

Kevin vervangt de spijkers van een spijkerbed. Het contactoppervlak wordt kleiner. Er wordt dezelfde hoeveelheid kracht uitgeoefend.Wat gebeurt er met de druk?

a)

De druk wordt groter.

b)

De druk wordt kleiner.

c)

De druk blijft even groot.

38.

Dirk werkt in de bouw. In zijn werk zijn er adviezen over hoe zwaar een last mag zijn tijdens het tillen. Hoe groot is de zwaartekracht op een voorwerp van 23 kg?

a)

2,3 N

b)

23 N

c)

230 N

d)

2300 N

39.

"De vislijn staat strak gespannen." Wat voor kracht is dit?

a)

Spankracht

b)

Zwaartekracht

c)

Spierkracht

40.

Kevin legt een ballon op een spijkerbed. De kracht op de spijkers is 35 N. Het contactoppervlak van de spijkers met de ballon is 0,25 cm2.

a)

140 N/cm2

b)

0,007 N/cm2

c)

8,75 N/cm2

41.

De blauwe krachtmeter geeft een kracht aan van:

a)

9,2 N

b)

10,8 N

c)

0,92 N

d)

1,08 N

42.
Hoe heet de kracht die de zwaartekracht tegenwerkt bij een voorwerp dat stil ligt?
a)
Zwaartekracht
b)
Normaalkracht
c)
Nettokracht
d)
Krachtmoment
43.

Peter wil met twee katrollen 50 cm omhoog laten bewegen. Hoeveel meter touw moet Peter hiervoor binnen halen?

a)

25 cm

b)

50 cm

c)

100 cm

d)

150 cm

44.

Kevin legt een ballon op een spijkerbed. De kracht op de spijkers is 35 N. Het contactoppervlak van de spijkers met de ballon is 0,25 cm2.

a)

140 N/cm2

b)

0,007 N/cm2

c)

8,75 N/cm2

45.

"De vislijn binnenhalen zodra hij beet heeft." Wat voor soort kracht is dit?

a)

De spierkracht

b)

De spankracht

c)

Zwaartekracht

d)

Aardekracht