Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NASK oefentoets H5 Beweging

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

In welke eenheid wordt de snelheid van een fiets gemeten?

a)

kilometer per seconde

b)

kilometer per uur

c)

meter per seconde

d)

meter per uur

2.

Mo gaat fietsend naar Jacob. De afstand is 12 km. Hij doet er half uur over om op de plaats van bestemming te komen. Mo rekent uit: 12 km : 0.5 h = 24 km/h. Wat heeft Mo uitgerekend?

a)

de gemiddelde snelheid

b)

de grootste snelheid

c)

de kleinste snelheid

d)

de veiligste snelheid

3.

hoe noem je een beweging waarvan de snelheid groter wordt?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

d)

constante beweging

4.

Joost is onderweg naar de supermarkt met zijn scooter. Hij rijdt op een rechte weg en heeft een vaste snelheid. hoe noem je deze beweging?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

d)

constante beweging

5.

hoe noem je een beweging waarbij je remt?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

d)

constante beweging

6.

Wat voorkomt een autogordel?

a)

dat je naar voren schiet

b)

dat je naar achteren schiet

c)

dat je naar de zijkant schiet

d)

dat je hoofd naar achteren klapt

7.

Wat voorkomt een airbag?

a)

dat je naar voren schiet

b)

dat je naar achteren schiet

c)

dat je naar de zijkant schiet

d)

dat je hoofd naar achteren klapt

8.

Wat voorkomt een hoofdsteun?

a)

dat je naar voren schiet

b)

dat je naar achteren schiet

c)

dat je naar de zijkant schiet

d)

dat je hoofd naar achteren klapt

9.

De remweg is de afstand die je aflegt terwijl je remt.

a)

juist

b)

onjuist

10.

Een kreukelzone vertraagt een auto, waardoor passagiers minder gewond raken bij een botsing.

a)

juist

b)

onjuist

11.

wat is een ander woord voor een eenparige beweging? Een beweging met een ... snelheid.

(a)  

12.

Er zijn drie verschillende soorten bewegingen. Hoe noem je de beweging aangegeven bij A?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

13.

Er zijn drie verschillende soorten bewegingen. Hoe noem je de beweging aangegeven bij B?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

14.

Er zijn drie verschillende soorten bewegingen. Hoe noem je de beweging aangegeven bij C?

a)

versnelde beweging

b)

vertraagde beweging

c)

eenparige beweging

15.

Sem gooit een stuiterei door het lokaal. In 10 meter legt het ei 5 seconden af. Wat is de snelheid van dit ei?

a)

2 m/s

b)

5 m/s

c)

0.5 m/s

d)

2 km/h

16.

Petra loopt 1,47 m/s. Reken dit om naar km/h.

a)

5,3 km/h

b)

19,1 km/h

c)

0,4 km/h

d)

1,5 km/h

17.

Pedro rent 16 km/h. Bereken hoe veel meter hij per seconde aflegt. Rond je antwoord af in één decimaal.

a)

4,4 meter

b)

57,6 meter

c)

16,0 meter

d)

58 meter

18.

Welk diagram geeft een versnelde beweging aan?

a)

A

b)

B

c)

C

19.

Welk diagram geeft een vertraagde beweging aan?

a)

A

b)

B

c)

C

20.

Welk diagram geeft een eenparige beweging aan?

a)

A

b)

B

c)

C

21.

Een vrachtwagen remt langzamer dan een auto, ookal hebben ze dezelfde snelheid. Hoe komt dat?

a)

Een vrachtwagen heeft een grotere massa.

b)

Een auto heeft een grotere massa.

c)

Een vrachtwagen heeft een grotere snelheid.

d)

Een auto heeft een grotere snelheid.

22.

Hoe noem je de afstand die een voorwerp aflegt in een bepaalde tijd?

(a)  

23.

Wat beïnvloed de reactietijd NIET?

a)

vermoeidheid

b)

lengte van de persoon

c)

leeftijd

d)

alcohol/drugs

24.

Een chauffeur is goed uitgerust. Hij heeft een ...

a)

korte reactietijd

b)

lange reactietijd

25.

Een chauffeur is zit handsfree te bellen. Hij heeft een ...

a)

korte reactietijd

b)

lange reactietijd