wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HT1 Thema 2 Basisstof 5 en 6

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een chromosoom?

a)

Een celonderdeel zonder functie

b)

Een lange draad met erfelijke informatie

c)

Een soort cel

d)

Een eiwit

2.

Waar bevinden chromosomen zich?

a)

In het cytoplasma

b)

In de celwand

c)

In de celkern

d)

In de mitochondriën

3.

Wanneer zijn chromosomen goed zichtbaar?

a)

Altijd

b)

Alleen tijdens de groei

c)

Alleen tijdens celdeling

d)

Alleen bij zieke cellen

4.

Hoeveel chromosomen heeft een menselijke lichaamscel?

a)

23

b)

44

c)

46

d)

92

5.

Waaruit bestaat DNA?

a)

Aminozuren

b)

Vetmoleculen

c)

Suikers

d)

Basenparen

6.

Welke basen vormen een paar?

a)

A–C

b)

A–G

c)

A–T

d)

C–T

7.

Wat is een gen?

a)

Een chromosoom

b)

Een celkern

c)

Een stukje DNA met informatie

d)

Een basenpaar

8.

Waarom ontstaan er nieuwe cellen?

a)

Voor voortplanting

b)

Voor groei en herstel

c)

Voor energie

d)

Voor ademhaling

9.

Hoeveel dochtercellen ontstaan uit één moedercel?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

10.

Wat is de celcyclus?

a)

Alleen celdeling

b)

celdeling → groei → nieuwe celdeling

c)

Dood van cellen

d)

Specialisatie

11.

Wat is een stamcel?

a)

Een gespecialiseerde cel

b)

Een dode cel

c)

Een cel die onbeperkt kan delen

d)

Een huidcel

12.

Welke cellen delen zich nooit?

a)

Huidcellen

b)

Stamcellen

c)

Levercellen

d)

Rode bloedcellen

13.

Wat is bijzonder aan embryonale stamcellen?

a)

Ze komen alleen in spieren voor

b)

Ze kunnen veel verschillende celtypen worden

c)

Ze delen zich niet

d)

Ze bevatten geen DNA