wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en Vertering testjezelf BS 1

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Alle producten die je eet of drinkt noem je
a)
Voedingsproducten
b)
Voedsel
c)
Voedingsmiddelen
2.
De functie van voedingsvezels is het bevorderen van de darmperistaltiek
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Voedingsmiddelen =
a)
alles wat je eet en drinkt
b)
de bruikbare bestanddelen van het eten en drinken
4.
Dit is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
5.

In elk voedingsmiddel zitten...

a)

mineralen

b)

voedongsvezels

c)

Voedingsstoffen

d)

vetten

6.

Bruin brood, groente en fruit bevatten...

a)

Voedingsvezels

b)

Lekkere sappen

c)

Voedingsmiddel

7.
voedingsmiddelen zitten in voedingsstoffen
a)
waar
b)
niet waar
8.

Een ei hoort bij ........................voedingsmiddelen

a)

plantaardige

b)

dierlijke

9.

Welke voedingsmiddelen zijn beter voor de goede werking van de darmen?

a)

plantaardige

b)

dierlijke

10.
Is een voedingsstof een onderdeel van een voedingsmiddel?
a)
Ja
b)
Nee
11.
Wat is brood?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
12.
Wat is karnemelk?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
13.

Wat is geen voedingsmiddel?

a)

Aardappel

b)

Ei

c)

Banaan

d)

Zetmeel

14.

Welke zin over voedingsvezels is juist

a)

voedingsvezels kunnen niet worden verteerd

b)

Voedingsvezels zorgen voor energie

c)

Voedingsvezels zorgen voor bouwstoffen

d)

Voedingsvezels is een voedingstof

15.

Deze voedingsstoffen zijn nodig voor de groei en ontwikkeling van je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

16.

Deze voedingsstoffen leveren energie

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

17.

Deze voedingsstoffen worden opgeslagen in bepaalde delen van je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

18.

Deze voedingsstoffen zorgen ervoor dat je niet vaak ziek bent

a)

bouwstoffen

b)

brandstoffen

c)

reservestoffen

d)

beschermende stoffen