NEW
Font size
WorksheetsH5 - Data voorstellen
Total questions: 32
Worksheet time: 16mins
Reeks 1. Classificeer het soort data. Alko noteert de massa van muizen in gram.
Numeriek
Categorisch
Reeks 1. Classificeer het soort data. De wedstrijdleider noteert alle gewichtsklassen in het judo.
Numeriek
Categorisch
Reeks 1. Classificeer het soort data. Sandrine noteert de geboortedata van al haar familieleden.
Numeriek
Categorisch
Reeks 1. Classificeer het soort data. Salim noteert de temperatuur op de Noordpool in graden Celsius.
Numeriek
Categorisch
Reeks 1. Classificeer het soort data. Bart telt gedurende één kwartier alle vlinders in zijn tuin.
Numeriek
Categorisch
Reeks 2. Aan 10 leden van verschillende voetbalclubs is gevraagd hoeveel trainingen ze per week hebben. De resultaten zijn: 1, 3, 1, 2, 3, 4, 3, 2, 2, 2. Bereken het gemiddelde aantal trainingen per week op basis van deze gegevens.
2,0
2,1
2,3
2,5
Reeks 2. Gebruik de dataset 1, 3, 1, 2, 3, 4, 3, 2, 2, 2. Noteer de mediaan van het aantal trainingen per week.
2
2,5
3
4
Reeks 2. Gebruik de dataset 1, 3, 1, 2, 3, 4, 3, 2, 2, 2. Noteer de modus van het aantal trainingen per week.
1
2
3
4
Reeks 2. Gebruik de dataset 1, 3, 1, 2, 3, 4, 3, 2, 2, 2. Noteer de variatiebreedte van het aantal trainingen per week.
2
3
4
1
Reeks 2. In de dotplot staat per leerling uit 1A wat hij op maandag draagt: bril, lenzen, blokjes of niets. Wat is de variabele in deze beschrijving?
Medisch hulpmiddel dat wordt gedragen
Aantal leerlingen per klas
Leeftijd van de leerlingen
Tijdstip van de meting
Reeks 2. In de dotplot met categorieën bril, lenzen, blokjes en niets: welk soort variabele is dit?
Categorische variabele
Numerieke variabele
Reeks 2. Gebruik de gegeven aantallen uit de tabel: BRIL 8, LENZEN 3, BLOKJES 9, NIETS 4. Welke categorie is de modus (komt het vaakst voor)?
Bril
Lenzen
Blokjes
Niets
Reeks 2. Gebruik de gegeven aantallen uit de tabel: BRIL 8, LENZEN 3, BLOKJES 9, NIETS 4. Hoeveel leerlingen dragen een bril?
3
4
8
9
Reeks 2. De resultaten van een toets wiskunde op 10 punten voor 30 leerlingen zijn: 10, 8, 7, 9, 9, 8, 6, 2, 10, 7, 6, 5, 8, 9, 10, 7, 7, 4, 8, 9, 4, 6, 6, 8, 6, 9, 9, 7, 7, 9. Bereken het gemiddelde resultaat.
7,10
7,33
7,50
7,80
Reeks 2. Gebruik dezelfde dataset van 30 toetsresultaten op 10: 10, 8, 7, 9, 9, 8, 6, 2, 10, 7, 6, 5, 8, 9, 10, 7, 7, 4, 8, 9, 4, 6, 6, 8, 6, 9, 9, 7, 7, 9. Noteer de mediaan.
7
7,5
8
8,5
Reeks 2. Gebruik dezelfde dataset van 30 toetsresultaten op 10: 10, 8, 7, 9, 9, 8, 6, 2, 10, 7, 6, 5, 8, 9, 10, 7, 7, 4, 8, 9, 4, 6, 6, 8, 6, 9, 9, 7, 7, 9. Noteer de modus.
7
8
9
10
Reeks 2. Gebruik dezelfde dataset van 30 toetsresultaten op 10: 10, 8, 7, 9, 9, 8, 6, 2, 10, 7, 6, 5, 8, 9, 10, 7, 7, 4, 8, 9, 4, 6, 6, 8, 6, 9, 9, 7, 7, 9. Noteer de variatiebreedte.
6
7
8
9
Reeks 2. Tijdens een vlucht met een luchtballon meet Flore elke 50 m stijging de temperatuur. Tabel: hoogte (m): 0, 50, 100, 150, 200, 250, 300, 350, 400; temperatuur (°C): 18, 17,5, 17, 16,5, 16, 15,5, 15, 14,5, 14. Als deze dalende trend zich voortzet, hoeveel graden is het op 800 m hoogte?
12 ∘C
11 ∘C
10 ∘C
9 ∘C
Reeks 2. Tijdens dezelfde ballonvlucht: op welke hoogte bevindt Flore zich als ze een temperatuur van 12 ∘C meet, uitgaande van dezelfde lineaire trend?
450 m
600 m
750 m
900 m
Reeks 2. De grafiek geeft de hoogte van een vallende steen weer als functie van de tijd (s). Bepaal de beginhoogte van de steen uit de grafiek.
200 m
250 m
300 m
320 m
Reeks 2. Uit dezelfde grafiek van de vallende steen: na hoeveel seconden is de steen op 120 m hoogte?
4 s
5 s
6 s
7 s
Reeks 2. Uit dezelfde grafiek van de vallende steen: hoe lang duurt de val (tot de hoogte 0 m wordt bereikt)?
7,0 s
7,5 s
7,75 s
8,0 s
Reeks 2. Uit dezelfde grafiek van de vallende steen: op welke hoogte bevindt de steen zich na 2 s ?
260 m
280 m
300 m
320 m
Reeks 2. Noteer coördinaten. Wat zijn de coördinaten van punt A?
(7,2)
(8,5)
(9,3)
(10,6)
Reeks 2. Noteer coördinaten. Wat zijn de coördinaten van punt D?
(7,2)
(8,7)
(10,6)
(6,9)
Reeks 2. Noteer coördinaten. Wat zijn de coördinaten van punt E?
(8,7)
(9,3)
(8,5)
(0,8)
Reeks 3. Joren zwemt 50 lengtes van 50 m . Voor elke lengte wordt de tijd per lengte (s) en het aantal lengtes genoteerd in de tabel: tijden 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50; aantallen 4, 10, 8, 6, 9, 8, 5. Bereken de gemiddelde tijd per lengte.
45 s
46 s
47 s
48 s
Reeks 3. Gebruik dezelfde tabel met tijden 44–50 s en aantallen 4, 10, 8, 6, 9, 8, 5. Bereken de variatiebreedte van de tijd per lengte.
4 s
5 s
6 s
7 s
Reeks 3. Gebruik dezelfde tabel. Welke tijd per lengte is de modus (komt het meest voor)?
44 s
45 s
47 s
49 s
Reeks 3. Gebruik dezelfde tabel. Hoeveel lengtes duurden 44 s ?
4
6
8
10
Gebruik de tabel met straal (cm): 1, 2, 3, 4, 5 en oppervlakte (cm²): 3,1; 12,6; 28,3; 50,3; 78,5. Welke beschrijving van de grafiek past het best bij de relatie tussen straal en oppervlakte?
Lineair stijgend met constante toename
Kwadratisch stijgend (parabolische kromme)
Exponentieel stijgend
Constant, geen toename
Welke formule voor de oppervlakte A van een cirkel in functie van de straal r stemt overeen met de waarden in de tabel en de getekende grafiek?
A=πr2
A=2πr
A=πr
A=r2
