wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen tijdvak 7

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

rechtsstaat

a)

staat waarin iedereen zich aan de wet moet houden

b)

staat waarin de wet niet geldt voor iedereen

c)

staat waarin de overheid boven de wet staat

d)

staat waarin burgers geen rechten hebben

2.

deïst

a)

iemand die aanneemt dat God de wereld ooit heeft gemaakt, maar zich er niet meer mee bemoeit

b)

iemand die gelooft dat God de wereld heeft gemaakt en voortdurend ingrijpt

c)

iemand die niet gelooft in het bestaan van God

d)

iemand die gelooft in meerdere goden

3.

Congres

a)

wetgevende vergadering in de VS

b)

uitvoerende macht in de VS

c)

rechtsprekende instantie in de VS

d)

lokale overheid in de VS

4.

bourgeoisie

a)

rijke burgerij

b)

arme arbeiders

c)

kleine middenklasse

d)

grootgrondbezitters

5.

mensenrechten

a)

rechten van alle mensen

b)

rechten van alleen volwassenen

c)

rechten die alleen in bepaalde landen gelden

d)

rechten die door de overheid worden verleend

6.

wetgevende macht

a)

deel van de overheid dat wetten maakt

b)

een organisatie die wetten handhaaft

c)

een groep die belastingen int

d)

de uitvoerende macht van de overheid

7.

corruptie

a)

omkoping

b)

transparantie

c)

integriteit

d)

verantwoordelijkheid

8.

genootschap

a)

vereniging

b)

organisatie

c)

gemeenschap

d)

bond

9.

rechterlijke macht

a)

deel van de overheid dat rechtspreekt

b)

een organisatie die wetten maakt

c)

een instantie die belast is met belastingheffing

d)

een groep die toezicht houdt op de uitvoerende macht

10.

grondrechten

a)

belangrijkste rechten van burgers die in de grondwet zijn vastgelegd

b)

rechten die alleen voor de overheid gelden

c)

rechten die alleen voor minderjarigen gelden

d)

rechten die alleen in bepaalde situaties gelden

11.

democratische revolutie

a)

ingrijpende politieke verandering waarbij een democratische grondwet wordt ingevoerd

b)

een periode van economische groei en stabiliteit

c)

de invoering van een monarchie in een land

d)

een sociale beweging gericht op het verbeteren van de levensstandaard

12.

Franse Revolutie

a)

democratische revolutie in Frankrijk (1789-1799)

b)

een militaire coup in Frankrijk (1799)

c)

de opkomst van de monarchie in Frankrijk (1789)

d)

de Franse kolonisatie van Afrika (1789-1799)

13.

driemachtenleer (trias politica)

a)

theorie van Montesquieu over drie gescheiden machten

b)

een systeem van checks and balances

c)

de scheiding van kerk en staat

d)

de rol van de uitvoerende macht

14.

staatsburger

a)

iemand met burgerrechten van een staat

b)

een persoon zonder nationaliteit

c)

iemand die in een ander land woont

d)

een tijdelijke inwoner van een staat

15.

terreur

a)

1 bangmakerij met geweld

b)

2 schrikbewind, bestuur dat zijn onderdanen met geweld bang maakt

c)

3 vreedzaam bestuur

d)

4 democratische besluitvorming

16.

volkssoevereiniteit

a)

het idee dat het volk de hoogste macht heeft

b)

de theorie dat de overheid de macht heeft

c)

de overtuiging dat de koning regeert

d)

het principe van scheiding der machten

17.

referendum

a)

volksstemming

b)

stemprocedure

c)

verkiezing

d)

opiniepeiling

18.

scheiding van kerk en staat

a)

als godsdienstige organisaties en overheid zich niet met elkaar bemoeien

b)

als de overheid alle religies ondersteunt

c)

als religieuze organisaties de wetten bepalen

d)

als er geen religieuze vrijheid is

19.

uitvoerende macht

a)

deel van de overheid dat wetten uitvoert, de regering

b)

een tak van de overheid die wetten maakt

c)

de instantie die rechtspraak uitvoert

d)

de groep die belast is met belastingheffing

20.

Indo-Europeaan

a)

persoon van Europees-Aziatische afkomst in Indonesië

b)

een type Europese architectuur

c)

een traditionele Indonesische dans

d)

een soort Indonesische specerij