Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen klimaat systeem aarde

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

In deze situatie is het zomer op het...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

2.

Bekijk de figuur. Welke temperatuurfactor past hier het beste bij?

a)

Breedteligging en temperatuur

b)

Hoogteligging en temperatuur

c)

Ligging van gebergten

d)

Aanvoer van warmte en kou van elders

e)

Ligging ten opzichte van zee

3.

Kies twee temperatuurfactoren uit onderstaande lijst.

a)

Stijgingsregen

b)

Hoogteligging en temperatuur

c)

Stuwingsregen

d)

Frontale regen

e)

Ligging ten opzichte van zee

4.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van...

a)

Stuwingsregen

b)

Stijgingsregen

5.
Wat Is De Betekenis Van Breedteligging
a)
De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.
b)
Boomkruinen op verschillende hoogten in een bos
c)
een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
d)
Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen
6.
Wat bedoelen we met het klimaat in Turkije?
a)
Het weer zoals dat elke dag in Turkije voorkomt, wat betreft temperatuur, neerslag en wind.
b)
De gemiddelde toestand van de lucht op een bepaalde plaats en tijd in Turkije.
c)
De gemiddelde temperatuur in Turkije over een langere tijd.
d)
Het gemiddelde weer in Turkije over een lange periode.
7.

Het gemiddelde weer in een bepaald gebied en over een langere tijd, meestal 30 jaar.

Deze omschrijving hoort bij...

a)

Klimaat

b)

Weer

8.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van...

a)

Stuwingsregen

b)

Stijgingsregen

9.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
10.
Op de lage breedte legt de zon een ..............................weg af dan op hoge breedte
a)
langere
b)
kortere
11.

In een lagedrukgebied:

a)

Stijgt de lucht

b)

Daalt de lucht

12.

Noteer de juiste klimaatfactor:

In Nederland vriest het aan de kust niet vaak heel erg hard

a)

Breedteligging

b)

Hoogteligging

c)

De afstand tot de zee

d)

Windrichting

e)

Gesteldheid van het aardoppervlak

13.

Noteer de juiste klimaatfactor:

In Spanje kan het in de zomer in het binnenland wel 40 graden C worden

a)

Breedteligging

b)

Hoogteligging

c)

De afstand tot de zee

d)

Windrichting

e)

Gesteldheid van het aardoppervlak

14.

Ondanks dezelfde breedteligging wordt het in New York veel kouder dan Lissabon, Portugal. Waarom?

a)

Lissabon ligt voor een gebergte en NY achter een gebergte

b)

NY heeft aanlandige wind en Lissabon een aflandige wind

c)

NY heeft een aflandige wind en Lissabon een aanlandige wind

15.
Wat is een tropisch klimaat  ?
a)
warm maar 's nachts heel koud.
b)
koude gebieden met veel regen.
c)
warme gebieden, met heel veel zon.
d)
gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt
16.
Wat is een zeeklimaat ?
a)
warme winter, warme zomer
b)
warme winter, koele zomer, weinig regen
c)
koude winter, warme zomer, weinig regen
d)
zachte winter, koele zomer, veel regen
17.
Wat is een landklimaat?
a)
Er zijn strenge winters en warme zomers.
b)
Gebied waar de temperatuur nooit boven nul komt. 
c)
Zachte winters en koele zomers. 
d)
Klimaat vlak bij de evenaar. 
18.

Cursus 1. Bekijk de afbeelding. Welk klimaat hoort bij deze klimaatgrafiek?

a)

Zeeklimaat

b)

Landklimaat

c)

Woestijnklimaat

d)

Koud klimaat

19.

Cursus 1. Bekijk de afbeelding. Welk klimaat hoort bij deze klimaatgrafiek?

a)

Zeeklimaat

b)

Landklimaat

c)

Woestijnklimaat

d)

Koud klimaat

20.
Welk type wind zie je hier?
a)
Aflandige wind
b)
Aanlandige wind
21.
Welk klimaat lees je af in deze klimaatgrafiek
a)
Tropisch klimaat
b)
Savanneklimaat
c)
Gematigd zeeklimaat 
d)
Steppeklimaat 
22.
Welk klimaat lees je af uit de volgende klimaatgrafiek?
a)
Steppeklimaat
b)
Savanne klimaat
c)
Woestijnklimaat
d)
Tropisch regenwoudklimaat