wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Duplicaat van [Nederlands] European Money Quiz - Round 1, Brusse

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Question 1.

a)

Je koopt iets met geld dat je hebt geleend

b)

Je krijgt een extra korting

c)

Je verzekert iets dat je hebt gekocht

d)

Je koopt iets met enkel jouw eigen geld

2.

Question 2.

a)

Een budget

b)

Een saldo

c)

Een spaarvarken

d)

Rekening

3.

Question 3.

a)

Bedrag wat overblijft nadat alle vaste kosten zijn betaald

b)

Geld dat je kan uitgeven na de huur te hebben betaald

c)

Je loon

d)

Geld dat je kan uitgeven nadat hypotheek is afbetaald

4.

Question 4.

a)

€ 1.983,33

b)

€ 1.998,43

c)

€ 1.981,43

d)

€ 714,00

5.

Question 5.

a)

De rente is heel laag

b)

De rente is relatief hoog

c)

Dat is geen openbare informatie

d)

De rente was nog nooit zo hoog

6.

Question 6.

a)

De nieuwe iPhone X

b)

Je elektriciteitsrekening

c)

Eten

d)

Je lening

7.

Question 7.

a)

€ 10.000 met 3% rente

b)

€ 100 met 10% rente

c)

€ 1.000 met 5% rente

d)

€ 10 met 25% rente

8.

Question 8.

a)

Zwart geld

b)

Blauw geld

c)

Wit geld

d)

Rood geld

9.

Question 9.

a)

59.870,77 €

b)

5.187,50 €

c)

58.763,46 €

d)

5.288,43 €

10.

Question 10.

a)

Een aandeelhouderschap in een onderneming

b)

Een schuldbewijs

c)

Een Chinese boot

d)

Een speciale soort spaarrekening bij een bank

11.

Question 11.

a)

Een persoon/onderneming kan de rekeningen niet meer betalen

b)

Een persoon/onderneming alle rekeningen kan afbetalen

c)

Dat een persoon veel geld heeft op de bank

d)

Een persoon of onderneming geld verschuldigd is aan iemand

12.

Question 12.

a)

De resterende schuld nadat je al een bedrag hebt afbetaald

b)

Een lening die je niet hoeft terug te betalen

c)

Schuld die je niet kan terugbetalen

d)

Hetzelfde als rente

13.

Question 13.

a)

Binnen 7 jaar ongeveer

b)

Binnen 10 jaar ongeveer

c)

Binnen 11 jaar ongeveer

d)

Binnen 8 jaar ongeveer

14.

Question 14.

a)

Het risico vermindert

b)

Het risico verhoogt

c)

Er is geen risico bij beleggingen

d)

Het risico blijft gelijk

15.

Question 15.

a)

De prijs die je betaalt om je te verzekeren tegen risicos

b)

De prijs die je betaalt om een risico te maximaliseren

c)

De prijs die je aan de bank betaalt voor een lening

d)

De prijs die je krijgt als je een verzekering neemt

Similar Resources on Wayground