wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Droge bulk - gemakkelijke vragen

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Waar staat de afkorting IBC voor?

a)
Integrated Business Concept
b)
Intermediate Bulk Container
c)
International Business Council
d)
Industrial Bulk Carrier
2.

Welk van de volgende producten is een typisch voorbeeld van "witte bulk"?

a)
Suiker
b)

Steenkool

c)

Zeezand

d)

Ijzererts

3.

Welk van de volgende producten is een typisch voorbeeld van "zwarte bulk"?

a)
steenkool
b)

meel

c)

koffie

d)

graan

4.

Welk van de volgende producten is een typisch voorbeeld van "zwarte bulk"?

a)

Grind

b)

Gips

c)

Cement

d)

Kalk

5.

Waarom is het onderscheid tussen witte en zwarte bulk logistiek van belang?

a)

Het bepaalt de kleur van de transportmiddelen.

b)

Het bepaalt hoe de bulk behandeld, opgeslagen en getransporteerd moet worden.

c)

Het geeft aan wat dure en goedkope bulkgoederen zijn.

d)

Het heeft te maken met de kleur van bulk. Je hoeft er verder niets achter te zoeken.

6.

Welke logistieke behandeling is kenmerkend voor witte bulk?

a)

Open opslag en gebruik van grijpers.

b)

Laden en lossen in gesloten systemen.

c)

Een eenvoudige reiniging van de installaties volstaat.

d)

Lage hygiënische eisen.

7.

Welke eigenschap is typerend voor de logistieke behandeling van droge bulk?

a)

Stofbeheersing meestal noodzakelijk.

b)

Er zijn hoge zuiverheidsvereisten.

c)

Droge bulk wordt altijd gestort.

d)

Droge zwarte bulk is zwaar vervuilend.

8.

Wat is GEEN reden waarom stofvorming bij droge bulk als een probleem wordt gezien?

a)

Het is een gevaar voor de gezondheid.

b)

Het is slecht voor de machines.

c)

Het verhoogt de CO²-uitstoot.

d)

Het is een regelrechte verliespost.

9.

Hoe kan droge bulk toch in een standaard container vervoerd worden?

a)

Door de bulk in kleine zakken te verpakken.

b)

Door gebruik te maken van een container liner

c)

Dit is principieel onmogelijk.

d)

Door gebruik te maken van een tankcontainer.

10.

Hoe wordt de beweging van droge bulk in de laadruimte genoemd?

a)

Sloshing

b)

Load shifting

c)

Trillingsmigratie

d)

Collaps

11.

Wat is het voornaamste risico van het fenomeen "schuiven" (sliding) van droge bulk?

a)

Een plotselinge gewichtsverplaatsing door loskomende lading.

b)

Het scheiden van fijne en grovere deeltjes.

c)

Een plotse zwaartepunt-verschuiving omdat de bulk als één massa beweegt.

d)

Het klotsen van de lading, wat de rijstabiliteit verhoogt.

12.

Wat gebeurt er tijdens "ontmenging" (ook wel trillingsmigratie of het Brazil-nut effect genoemd)?

a)

De volledige lading schuift als één geheel naar de zijkant.

b)

De lading klampt zich vast aan de wanden van de tank.

c)

Fijne deeltjes zakken naar de bodem en grovere deeltjes stijgen naar de top.

d)

De lading wordt vloeibaar door de trillingen.

13.

Welke maatregel wordt beschouwd als de belangrijkste om "load shifting" in bulkwagens tegen te gaan?

a)

Het gebruik van golfschotten (baffles).

b)

Het toepassen van compartimentering.

c)

Altijd volledig tot de nok vullen.

d)

Zeer snel accelereren en remmen.

14.

Hoe verschilt de voorspelbaarheid van de beweging van droge bulk (load shifting) ten opzichte van natte bulk (sloshing)?

a)

De beweging van droge bulk is hoger voorspelbaar.

b)

De beweging van droge bulk is lager voorspelbaar.

c)

Beide zijn even voorspelbaar.

d)

Beide zijn even onvoorspelbaar.

15.

Wat is het belangrijkste voordeel van spoorvervoer voor droge bulk?

a)

De hoge mate van flexibiliteit in routes.

b)

De mogelijkheid om ontzettend veel lading in één keer te transporteren.

c)

De lage investeringskosten in infrastructuur.

d)

De snelheid is altijd hoger dan bij wegtransport.

16.

Welk specifiek type spoorwagon is het meest geschikt voor het vervoer van poedervormige producten zoals cement en meel?

a)

Open wagons

b)

Gesloten bulk- of silowagons

c)

Open hopperwagons

d)

Tankwagons

17.

Wat is het doel van de trechtervorm (hopper) in een hopperwagon?

a)

Het versterkt de structuur van de wagon tegen botsingen.

b)
Het doel van de trechtervorm is om de wagon te verzwaren.
c)
De trechtervorm helpt bij het verbeteren van de aerodynamica.
d)
Het doel van de trechtervorm is om het lossen van bulkgoederen te vergemakkelijken.
18.

Hoe noem je een verlaagde ontvangstruimte waar bulkgoederen vanuit een transportmiddel in worden gestort?

(a)