wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KLA2 M09 Evenredigheden Quiz1

Total questions: 21

Worksheet time: 54mins

Name
Class
Date
1.
Welke verhouding is gelijk aan 6 op 15?
a)
1 op 3
b)
2 op 5
c)
2 op 10
d)
12 op 45
2.

ab = cd  ....\frac{a}{b}\ =\ \frac{c}{d}\ \leftrightarrow\ ....  

a)

a.b = c.d

b)

b.d = a.c

c)

a.d = b.c

d)

c.d = a.b

3.

Je moet 20 vragen maken, je bent nu op  710\frac{7}{10}  
Hoeveel vragen heb je al gemaakt?

a)

28

b)

27

c)

14

d)

6

4.

2 . (x6) =2\ .\ \left(x-6\right)\ =  

a)

2x  62x\ -\ 6  

b)

2x  122x\ -\ 12  

c)

26x2-6x  

d)

2x + 122x\ +\ 12  

5.

x . x =

a)

2x

b)

xx

c)

6.

46=69\frac{4}{6}=\frac{6}{9}  Wat zijn 4 en 9 in deze evenredigheid?

a)

de middelste termen

b)

de uiterste termen

c)

de voorgaande termen

d)

de volgende termen

7.

25=615\frac{2}{5}=\frac{6}{15}  Wat is 5 in deze evenredigheid?

a)

de eerste term

b)

de tweede term

c)

de derde term

d)

de vierde term

8.

WAAR OF NIET WAAR

Dit is een evenredigheid:

42=105\frac{4}{2}=\frac{10}{5}

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

9.

WAAR OF NIET WAAR

Dit is een evenredigheid:

424=26\frac{4}{24}=\frac{2}{6}

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

10.

DUID HET JUISTE ANTWOORD AAN.
Met welke verhouding komt deze breuk overeen?

3399\frac{33}{99}

a)

13\frac{1}{3}

b)

23\frac{2}{3}

c)

311\frac{3}{11}

d)

113\frac{11}{3}

11.

DEFINITIE:

Een evenredigheid is een _ van twee verhoudingen

(a)  

12.

3x=47\frac{3}{x}=\frac{4}{7}  Bereken x door de hoofdeigenschap toe te passen.

a)

x=214x=\frac{-21}{4}  

b)

x=127x=\frac{12}{7}  

c)

x=6x=6  

d)

x=214x=\frac{21}{4}  

13.
Welke verhouding is gelijk aan 6 op 15?
a)
1 op 3
b)
2 op 5
c)
2 op 10
d)
12 op 45
14.

Hoeveel limonadesiroop is nodig bij 24 delen water?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

15.

3x=48\frac{3}{x}=\frac{4}{8}\Longleftrightarrow  

a)

x=4x=4  

b)

x=6x=6  

c)

x=8x=8  

16.

DUID HET JUISTE ANTWOORD AAN.

Wat staat er hieronder:

Twee verhoudingen zijn gelijk als en slechts als het product van de uiterste termen gelijk aan het product van de middelste termen.

a)

Eigenschap van een evenredigheid

b)

Omgekeerde eigenschap van een evenredigheid

c)

Kenmerk van een evenredigheid

17.

x6=318\frac{x}{6}=\frac{3}{18}\Longleftrightarrow  

a)

x=1x=1  

b)

x=3x=3  

c)

x=5x=5  

18.

WAAR OF NIET WAAR

Dit is een evenredigheid:

21=126\frac{-2}{-1}=\frac{-12}{6}

a)

WAAR

b)

NIET WAAR

19.

DUID HET JUISTE ANTWOORD AAN.

Wat staat er hieronder:

a . d=b . c  ab=cda\ .\ d=b\ .\ c\ \Longrightarrow\ \frac{a}{b}=\frac{c}{d}

a)

Eigenschap van een evenredigheid

b)

Omgekeerde eigenschap van een evenredigheid

c)

Kenmerk van een evenredigheid

20.

DUID HET JUISTE ANTWOORD AAN.

Met welke verhouding komt deze breuk overeen?

14412\frac{144}{12}

a)

112\frac{-1}{12}

b)

121\frac{12}{1}

c)

112\frac{1}{12}

d)

122\frac{12}{2}

21.

DUID HET JUISTE ANTWOORD AAN.

Wat staat er hieronder:

Als twee verhoudingen gelijk zijn, dan is het product van de uiterste termen gelijk aan het product van de middelste termen.

a)

Eigenschap van een evenredigheid

b)

Omgekeerde eigenschap van een evenredigheid

c)

Kenmerk van een evenredigheid