Search Header Logo
Leestekens

Leestekens

Assessment

Presentation

World Languages

1st - 2nd Grade

Practice Problem

Hard

Created by

hillie hillie

Used 6+ times

FREE Resource

14 Slides • 7 Questions

1

Goedemorgen!

We beginnen met lezen, dus pak je boek erbij!

Slide image

2

Leestekens

  • 5 -10 minuten    instructie

  • 5 minuten          quiz

  • 20 minuten        zelfstandig werken

Slide image

3

Leestekens 

Punt .
Komma ,
Puntkomma ;
Dubbele punt :

4

PUNT

  • Einde van een zin.

  • Hij gaat met de fiets naar school. Dat vindt hij fijn.

5

KOMMA    

  • Tussen twee persoonsvormen                                                                                          (Hij gaat elke fietsen, lopen vind hij niets)

  • Voor een voegwoord. Bijvoorbeeld maar, want, omdat, terwijl.                                 (Hij fiets naar school, want lopen vindt hij niet leuk)

  • Delen van een zin zin die je niet los kunt uitspreken                                                    (We hebben vakantie gehad, die ook nog lang duurde)

6

DUBBELE PUNT

  • Twee zinnen die bij elkaar horen, zin 2 geeft een reden of verklaring aan.                                                                                                                                  (We hadden een fijne vakantie: we konden elke dag                             naar het strand)

7

PUNTKOMMA 

  • Twee zinnen die met elkaar samenhangen (Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later.)

8

Slide image

9

Slide image

10

Slide image

11

Slide image

12

Slide image

13

Multiple Choice

Karen wil later advocaat worden (...) haar moeder werkt ook op een advocatenkantoor.

1

komma, puntkomma

2

punt, komma

14

Multiple Choice

Hans rent naar het station ( ) hij wil de trein halen.

1

punt, komma, dubbele punt

2

punt, dubbele punt, puntkomma

3

punt, komma

15

Multiple Select

Meneer de Vries woont dichtbij ( ) maar gaat altijd met de auto naar zijn werk.

1

puntkomma

2

komma

3

punt

4

niets

16

Multiple Choice

Ik ga naar huis( ) ik ben ziek.

1

punt, komma, dubbele punt

2

punt

3

punt, komma

17

Multiple Select

Als jij opschiet ( ) kunnen we de trein halen.

1

niets

2

punt

3

komma

18

Zelfstandig werken:

  • Instructiefilm kijken (zie classroom, dat was je huiswerk!)

  • Huiswerk maken (Spelling H1, opdracht 1,2,3)

19

Poll

Wat ga jij doen?

Huiswerk

(Spelling H1, opdracht 1,2,3)

Instructiefilm kijken, huiswerk

20

HUISWERK VOOR WOENSDAG:

  • Spelling hoofdstuk 1: opdracht 1,2,3

21

Multiple Choice

gddsg

1

dsgsd

2

sfsaf

Goedemorgen!

We beginnen met lezen, dus pak je boek erbij!

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 21

SLIDE