Search Header Logo
Picto 2

Picto 2

Assessment

Presentation

World Languages

1st Grade

Practice Problem

Easy

Created by

Emma Vdw

Used 4+ times

FREE Resource

1 Slide • 21 Questions

1

Picto 2.1 - 2.4

Slide image

2

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Hij veegt in het bos.

2

Hij lopen in het bos.

3

Hij huilt in het bos.

4

Hij loopt in het bos.

3

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Het meisje voetbalt met de bal.

2

Het meisje wast met de bal.

3

Het meisje voetballen met de bal.

4

Het meisje denkt met de bal.

4

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De leerlingen zitten in de klas.

2

De leerlingen zit in de klas.

3

De leerlingen slapen in de klas.

4

De leerlingen huilen in de klas.

5

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De man liggen in de zetel.

2

De man voetbalt in de zetel.

3

De man ligt in de zetel.

4

De man denkt in de zetel.

6

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik lacht om de grap.

2

Ik lach om de grap.

3

Ik praat om de grap.

4

Ik loop om de grap.

7

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De jongen zit op de grond.

2

De jongen staat op de grond.

3

De jongen sta op de grond.

4

De jongen loopt op de grond.

8

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De mensen lopen in het bos.

2

De mensen fietsen in het bos.

3

De mensen fiets in het bos.

4

De mensen lachen in het bos.

9

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik denk mijn boek

2

Ik schrijf mijn boek

3

Ik leest mijn boek

4

Ik lees mijn boek

10

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Het kindje veegt met zijn vingers.

2

Het kindje tellen met zijn vingers.

3

Het kindje telt met zijn vingers.

4

Het kindje belt met zijn vingers.

11

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De mensen vallen op het feest.

2

De mensen dansen op het feest.

3

De mensen danst op het feest.

4

De mensen lopen op het feest.

12

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik bellen met mijn telefoon.

2

Ik strijk met mijn telefoon.

3

Ik praat met mijn telefoon.

4

Ik bel met mijn telefoon.

13

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Het meisje schrijven in haar boek.

2

Het meisje telt in haar boek.

3

Het meisje schrijft in haar boek.

4

Het meisje valt in haar boek.

14

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De poetsvrouw loopt met water.

2

De poetsvrouw dweilen met water.

3

De poetsvrouw praat met water.

4

De poetsvrouw dweilt met water.

15

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Wij wassen onze kleren.

2

Wij lopen onze kleren.

3

Wij was onze kleren.

4

Wij strijken onze kleren.

16

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik veeg mijn kleren.

2

Ik was mijn kleren.

3

Ik strijk mijn kleren.

4

Ik strijkt mijn kleren.

17

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De baby huilt heel luid.

2

De baby loopt heel luid.

3

De baby huil heel luid.

4

De baby valt heel luid.

18

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik zit op de stoel.

2

Ik zitt op de stoel.

3

Ik lig op de stoel.

4

Ik denk op de stoel.

19

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik schrijv de woorden op.

2

Ik schrijf de woorden op.

3

Ik lees de woorden op.

4

Ik praat de woorden op.

20

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

De mensen staan naar de bus

2

De mensen rennen naar de bus

3

De mensen fietsen naar de bus

4

De mensen rent naar de bus

21

Multiple Choice

Question image

Welke zin is juist?

1

Ik sta op de grond.

2

Ik val op de grond.

3

Ik loop op de grond.

4

Ik vallen op de grond.

22

Multiple Choice

Question image

Welke vraag is juist?

1

De mensen staan naar de bus

2

De mensen rennen naar de bus

3

De mensen fietsen naar de bus

4

De mensen rent naar de bus

Picto 2.1 - 2.4

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 22

SLIDE