Search Header Logo
Taalvaardigheid: mv, samenstellingen, sommige/n

Taalvaardigheid: mv, samenstellingen, sommige/n

Assessment

Presentation

World Languages

4th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Lidy Rolf

Used 4+ times

FREE Resource

16 Slides • 17 Questions

1

Taalvaardigheid

meervouden, samenstellingen en sommige/n

Slide image

2

Meervouden

  • Veel doe je al automatisch goed

  • Meestal hebben woorden +en als meervoud.

  • Boek + en = boeken

3

Woord eindigt op - ie

  • Kijk dan naar de klemtoon.

  • Ligt de klemtoon op -ie, dan komt er +ën bij.

  • vb: theorie -> theorie+ën = theorieën

  • Ligt de klemtoon niet op - ie, dan komt er +"n bij.

  • vb. porie -> porie+ "n = poriën

4

Woord eindigt op -ik, -es of et

  • Als deze uitgangen ombeklemtoond zijn, dan komt er alleen +en bij.

  • De medeklinkers verdubbelen zich dan niet.

  • vb. slimmerik -> slimmerik + en = slimmeriken

  • vb. dreumes -> dreumes + en = dreumesen

  • vb. lemmet -> lemmet + en = lemmeten

5

Woord eindigt op - e

  • Dan heb je vaak twee meervouden: +n of +s

  • groente - > groente + n = groenten

  • groente -> groente + s = groentes

6

Woord eindigt op een klinker

  • Dan kun je gewoon een +s toevoegen.

  • Tenzij... de uitspraak in problemen komt.

  • Denk aan pyjama.

  • Om die laatste -a lang te laten, voegen we 's toe.

  • vb. pyjama + 's = pyjama's

7

Woord eindigt op -f of -s

  • De -f wordt dan vaak een -v

  • Duif -> duiven

  • De - s wordt vaak een -z

  • Huis -> huizen

8

Uitzonderingen

  • basis -> bases, crisis -> crises

  • ei -> eieren, rund -> runderen

  • museum - musea

  • docturandus - docturandi (geen a! Dat geeft aan dat het om een vrouw gaat...)

9

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: dommerik

10

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: zee

11

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: knie

12

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: bacterie

13

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: paraplu

14

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: logé

15

Fill in the Blank

Geef het meervoud van: dosis

16

Samenstellingen

het aan elkaar plakken van woorden

17

Hoofdregel

  • Als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is...

  • en het heeft een meervoud op -en

  • dan heeft de samenstelling - en erin zitten.

  • Boek (boeken) + kast = boekenkast

18

Uitzonderingen (dan alleen -e)

  • Er is er maar één van: de zon, de maan

  • Er zijn twee meervouden: groentes, groenten

  • Het eerste deel van de samenstelling heeft geen meervoud: benzine

  • Het eerste deel is een werkwoord: huilebalk

  • Er is sprake van een versterkend voorvoegsel: beresterk

  • Het betreft een vaststaande uitdrukking: ruggespraak

  • Als je een -s hoort in de samenstelling, dan schrijf je die: dorpsgek

19

Fill in the Blank

Geef de samenstelling van de volgende combinaties: zon + schijn

20

Fill in the Blank

Geef de samenstelling van de volgende combinaties: insect + spray

21

Fill in the Blank

Geef de samenstelling van de volgende combinaties: politie + korps

22

Fill in the Blank

Geef de samenstelling van de volgende combinaties: groep + samenstelling

23

Fill in the Blank

Geef de samenstelling van de volgende combinaties: boek + plank

24

Sommige of sommigen?

25

Sommige/sommigen

  • In deze categorie vallen: zelfstandig gebruikte telwoorden en zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoorden

  • vb. sommigen, enkelen, blinden, slechthorenden, enzovoort.

  • Soms moet je die met - n schrijven en soms zonder.

  • Wanneer gebruik je welke vorm?

26

Twee eisen

  • Stel jezelf eerst de vraag: gaat het om mensen.

  • Is het antwoord op die vraag 'nee', dan hoef je niet meer na te denken.

  • Je woord krijgt dan géén -n erbij.

  • Is het antwoord 'ja'?

27

Het gaat om mensen?!

  • Stel jezelf dan de vraag of het woord zelfstandig gebruikt is.

  • Dat betekent dat het woord in z'n eentje kan functioneren.

  • Vergelijk: Ik heb een rode bal - Ik heb een rode ....

  • 'Rode' kan hier niet alleen staan.

  • Zo geldt dat ook voor deze woorden.

28

Zelfstandig of bijvoeglijk

  • Zelfstandig gebruikt, dan kunnen ze dus alleen staan.

  • Bijvoeglijk gebruikt, dan staat er vaak een zn achter.

  • Ik zeg vaak, want soms je moet je het zn uit de zin halen.

  • Vergelijk: Sommige leerlingen spijbelen, andere leerlingen durven dat niet.

  • Sommige leerlingen spijbelen, andere durven dat niet.

29

Multiple Choice

Van die mobieltjes zijn er maar .... teruggevonden

1

enkele

2

enkelen

30

Multiple Choice

In Coimbra kwam ik een paar .... tegen

1

bekende

2

bekenden

31

Multiple Choice

Voor jonge mensen is skateboarden leuk, voor ...... niet.

1

oudere

2

ouderen

32

Multiple Choice

.... applaudisseerden ze na de toespraak van de nieuwe president.

1

Alle

2

Allen

33

Multiple Choice

Zij zijn de ...... die zich hebben opgegeven.

1

enige

2

enigen

Taalvaardigheid

meervouden, samenstellingen en sommige/n

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 33

SLIDE