Search Header Logo
Taal Actief Thema 7 Week 1

Taal Actief Thema 7 Week 1

Assessment

Presentation

Other

6th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Larissa Boxhoorn

Used 2+ times

FREE Resource

21 Slides • 22 Questions

1

Taal Actief Thema 7 Week 1

Ik ken de betekenis van de 12 themawoorden.

Ik kan de PV in de verleden tijd met -tt of -dd correct schrijven.

Ik kan van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken.

Slide image

2

Wat hebben we deze week geleerd?

  • Ik ken de betekenis van de 12 themawoorden.

  • Ik kan de PV in de verleden tijd met -tt of -dd correct schrijven.

  • Ik kan van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken.

3

De 12 themawoorden

Weet jij ze nog?

Slide image

4

Slide image

5

Slide image

6

Slide image

7

Slide image

8

Slide image

9

Slide image

10

Slide image

11

Slide image

12

Slide image

13

Slide image

14

Slide image

15

Slide image

16

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

aanraden

2

afraden

3

favoriet

17

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

aanraden

2

afraden

3

favoriet

18

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

aanraden

2

belevenis

3

voldoen aan

4

favoriet

19

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

de redacteur

2

de vormgever

3

de drukker

20

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

de redacteur

2

de drukker

3

de vormgever

21

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

bedwingen

2

lang van stof zijn

3

aanbevelen

22

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

de belevenis

2

geloofdwaardig

3

de smoes

23

Multiple Choice

Question image

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

voldoen aan

2

stichten

3

bedwingen

4

favoriet

24

Ik kan de PV in de verleden tijd met -dd of -tt correct schrijven.

Stam + de(n)

Stam + te(n)


25

Stam + te(n) of de(n)

Kleuren

Kleur


Ik kleur + de

Wij kleur + den

Slide image

26

Stam + te(n) of de(n)

Raden

Raad


Ik raad+ de

Wij raad+ den

Slide image

27

Stam + te(n) of de(n)

Praten

Praat


Ik praat+ te

Wij praat+ ten

Slide image

28

Multiple Choice

Wat is de stam van een werkwoord?

1

Het hele werkwoord -en

2

Het hele werkwoord +en

3

De persoonsvorm

4

Boomstam

29

Multiple Choice

Wat is de stam van het werkwoord stichten?

1

stichten

2

sticht

3

stichtten

4

stichtt

30

Multiple Choice

Wat is de stam van het werkwoord feesten?

1

feest

2

feestt

3

feesten

4

feestten

31

Multiple Choice

Wat is de stam en de uitgang?


De broers stichtten een stad.

1

sticht + ten

2

sticht + te

3

stichten

4

stich + ten

32

Multiple Choice

Wat is de stam en de uitgang?


Ik vermoedde dat al.

1

vermoed + de

2

vermoe + de

3

vermoed + den

4

vermoeden

33

Multiple Choice

Wat is de stam en de uitgang?


Rik en Samir oefenden met hun boog.

1

oefen + de

2

oefen + den

3

oefend + en

4

oefenden

34

Multiple Choice

Wat is de stam en de uitgang?


Rik pakte Samir stevig beet.

1

pak + t

2

pak + te

3

pakten

4

pak + ten

35

Ik kan van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken.

Gamen - de gamer , het gamen

dichten - het gedicht, het dichten

koken - de kok, het koken

36

Multiple Choice

Wat is een werkwoord?

1

een woord die werkt

2

de persoonsvorm

3

vertelt wat het onderwerp doet

4

weet ik veel juf

37

Multiple Choice

Wat is een zelfstandig naamwoord?

1

een woord die zelfstandig staat

2

een mens, dier of ding

3

een werkwoord

4

weet ik veel juf

38

Multiple Choice

Werkwoord of zelfstandig naamwoord?


De regels rijmen niet.

1

werkwoord

2

zelfstandig naamwoord

39

Multiple Choice

Werkwoord of zelfstandig naamwoord?


Het rijm is niet altijd nodig.

1

werkwoord

2

zelfstandig naamwoord

40

Multiple Select

Maak van het werkwoord dichten een zelfstandig naamwoord.


LET OP. 2 antwoorden goed.

1

het gedicht

2

het gedichten

3

de dichter

4

dichten

41

Multiple Choice

Maak van het werkwoord wandelen een zelfstandig naamwoord.

1

de wandeling

2

de wand

3

de wandel

4

wandelen

42

Multiple Select

Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden?

1

pen

2

eten

3

slapen

4

kopje

43

Wat ga je doen?

Moo - Taal Actief - Verwerkingssoftware

Les 2 EXTRA

Les 4 EXTRA

Slide image

Taal Actief Thema 7 Week 1

Ik ken de betekenis van de 12 themawoorden.

Ik kan de PV in de verleden tijd met -tt of -dd correct schrijven.

Ik kan van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken.

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 43

SLIDE