Search Header Logo
Examentraining Nederland 1813-1914 (Staatsinrichting)

Examentraining Nederland 1813-1914 (Staatsinrichting)

Assessment

Presentation

•

History

•

11th Grade

•

Practice Problem

•

Easy

Created by

Peter van der Meij

Used 1+ times

FREE Resource

10 Slides • 8 Questions

1

Examentraining Nederland 1813-1914 (Staatsinrichting)

by Peter van der Meij

2

​

​1p 1 In verschillende Nederlandse steden staat een standbeeld van de politicus Thorbecke. Ook zijn er straten, parken en scholen naar hem vernoemd. Hij was blijkbaar een belangrijk politicus.

​

Geef een historische reden waarom Thorbecke nog steeds als een belangrijk politicus wordt gezien.

3

Open Ended

1p 1 In verschillende Nederlandse steden staat een standbeeld van de politicus Thorbecke. Ook zijn er straten, parken en scholen naar hem vernoemd. Hij was blijkbaar een belangrijk politicus.

Geef een historische reden waarom Thorbecke nog steeds als een belangrijk politicus wordt gezien.

4

​

​Gebruik bron 1.

1p 2 In de nieuwe Grondwet van 1848 stonden grondrechten waardoor het mogelijk werd om bisschoppen te benoemen.

​

​Noem één van deze grondrechten.

5

Open Ended

Gebruik bron 1.

1p 2 In de nieuwe Grondwet van 1848 stonden grondrechten waardoor het mogelijk werd om bisschoppen te benoemen.

Noem een van deze grondrechten.

6

​

​1p 3 In de Luxemburgse Kwestie was het parlement het niet eens met de regering. Het parlement dwong de ministers tot aftreden, maar nam geen maatregelen tegen de koning.

​

Geef een politieke reden waarom het parlement volgens de Grondwet van 1848 geen maatregelen nam tegen de koning.

7

​

​Gebruik bron 2.

1p 4 De toespraak is gehouden met de bedoeling het kiesrecht aan te passen.

Welke aanpassing wordt bedoeld? de invoering van het

A actief kiesrecht B algemeen kiesrecht C caoutchouc-artikel D passief kiesrecht

8

Open Ended

Gebruik bron 2.

1p 4 De toespraak is gehouden met de bedoeling het kiesrecht aan te passen. Welke aanpassing wordt bedoeld?

de invoering van het

A actief kiesrecht

B algemeen kiesrecht

C caoutchouc-artikel

D passief kiesrecht

9

​

​Gebruik nogmaals bron 2.

1p 5 In de bron wordt gesproken van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’.

​

Geef een voorbeeld van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’.

10

Open Ended

Gebruik nogmaals bron 2.

1p 5 In de bron wordt gesproken van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’.

Geef een voorbeeld van ‘maatschappelijke welstand en geschiktheid’.

11

​

​Gebruik bron 3.

1p 6 De ideeën van de persoon die beschreven wordt, passen bij de uitgangspunten van een organisatie.

Welke organisatie wordt bedoeld?

A de Anti-Revolutionaire Partij B de Liberale Unie C de Sociaal Democratische Arbeiders Partij D de Vrije Vrouwenvereeniging

12

Open Ended

Gebruik bron 3.

1p 6 De ideeën van de persoon die beschreven wordt, passen bij de uitgangspunten van een organisatie. Welke organisatie wordt bedoeld?

A de Anti-Revolutionaire Partij

B de Liberale Unie

C de Sociaal Democratische Arbeiders Partij

D de Vrije Vrouwenvereeniging

13

​

​1p 7 In de tweede helft van de negentiende eeuw waren er in Nederland veel krotwoningen. De Woningwet van 1901 moest daar een einde aan maken. Hieronder staan drie ontwikkelingen die geleid hebben tot de Woningwet van 1901:

​

1 ontstaan van de sociale kwestie 2 opkomst van de industrie 3 snelle verstedelijking

​

Wat is de juiste volgorde van deze ontwikkelingen?

A 1 → 2 → 3 → Woningwet

B 1 → 3 → 2 → Woningwet

C 2 → 1 → 3 → Woningwet

D 2 → 3 → 1 → Woningwet

14

Open Ended

1p 7 In de tweede helft van de negentiende eeuw waren er in Nederland veel krotwoningen. De Woningwet van 1901 moest daar een einde aan maken. Hieronder staan drie ontwikkelingen die geleid hebben tot de Woningwet van 1901:

​

1 ontstaan van de sociale kwestie 2 opkomst van de industrie 3 snelle verstedelijking

​

Wat is de juiste volgorde van deze ontwikkelingen?

A 1 → 2 → 3 → Woningwet

B 1 → 3 → 2 → Woningwet

C 2 → 1 → 3 → Woningwet

D 2 → 3 → 1 → Woningwet

15

media

16

Open Ended

Antwoord 1 t/m 6

1 =

2 =

3 =

etc.

17

​

​1p 9 Hieronder staan twee beweringen die worden gebruikt als argumenten tegen een bepaald kiesstelsel:

​

1 De confessionele partijen behalen in 1905 en in 1913 de meeste stemmen, maar krijgen toch niet de meeste zetels in de Tweede Kamer.

2 Een liberale kandidaat heeft in het rooms-katholieke Limburg geen enkele kans om in de Tweede Kamer te komen.

​

Tegen welk kiesstelsel zijn de argumenten gericht?

18

Open Ended

1p 9 Hieronder staan twee beweringen die worden gebruikt als argumenten tegen een bepaald kiesstelsel:

1 De confessionele partijen behalen in 1905 en in 1913 de meeste stemmen, maar krijgen toch niet de meeste zetels in de Tweede Kamer.

2 Een liberale kandidaat heeft in het rooms-katholieke Limburg geen enkele kans om in de Tweede Kamer te komen.

Tegen welk kiesstelsel zijn de argumenten gericht?

pattern-tertiary
Examentraining Nederland 1813-1914 (Staatsinrichting)

by Peter van der Meij

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 18

SLIDE